Crevits: "We hebben al inhaalbeweging gedaan in het basisonderwijs"

"Ja, de geldkloof tussen het basisonderwijs en het secundair is groot. Maar er is al een inhaalbeweging gebeurd." Zo reageert Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) op een rapport van de OESO waarin de internationale organisatie stelt dat Vlaanderen meer moet investeren in het basisonderwijs.

Momenteel krijgt een basisschool zo'n 5.000 euro per leerling. Een middelbare school krijgt 8.500 euro. En daar bestaan objectieve verklaringen voor, zegt minister Crevits. "De scholen zijn groter, er worden veel meer richtingen aangeboden in het secundair en technische scholen hebben dure machines en uitrustingen nodig."

Maar de minister erkent dat de kloof tussen het basisonderwijs en het secundair zo klein mogelijk moet gehouden worden. Al heeft de Vlaamse regering daar al inspanningen voor gedaan, verzekert ze. "Ons secundair onderwijs is een van de best gefinancierde onderwijsvormen ter wereld. Maar het verschil met het basisonderwijs is vrij groot. In 2012 is al een inhaalbeweging gebeurd en zijn er extra middelen naar het basisonderwijs gegaan. Bij de recente noodzakelijke besparingen hebben we het kleuter- en lager onderwijs ook maximaal ontzien."

Hoe ze de kloof verder zal dichten, is nog niet duidelijk. "Het is in elk geval nog veel te vroeg om te zeggen dat we middelen van het middelbaar onderwijs gaan verschuiven naar het basisonderwijs. De modernisering van het secundair is in de eerste plaats bedoeld om leerlingen sterker te maken, maar als er zich daar opportuniteiten voordoen om de grote kloof te dichten, dan zullen we die nemen", aldus de minister van Onderwijs.

"Werken aan opvolgingsysteem extra middelen"

De OESO stelt ook dat de financieringsmiddelen van onze scholen niet transparant genoeg zijn. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om na te gaan wat de extra middelen voor kwetsbare leerlingen opleveren.

Crevits begrijpt die kritiek en werkt aan een oplossing. "Het is logisch dat je de resultaten van de extra investeringen moet kunnen opvolgen. Toen de SES-middelen werden gegeven aan de scholen (extra middelen voor scholen met veel kwetsbare kinderen, nvdr.) is er geen opvolgingssysteem ontwikkeld. Daar moeten we sowieso werk van maken nu, zonder dat we de scholen extra gaan belasten."

In het rapport zegt de OESO ook nog dat het goed is dat er bij de financiering van leerlingen werk wordt gemaakt van een sterk gelijkekansenbeleid. In het regeerakkoord van de Vlaamse regering staat echter dat men wil evolueren naar een gelijk bedrag voor alle leerlingen. De minister gaat de studie "met heel veel zorg lezen" om een voorstel rond de leerlingenfinanciering uit te tekenen.