Gij zult niet sterven - Celia Ledoux

Een collega van me was artsendochter. Haar vader stierf jong aan kanker en overleed thuis. Het was een uitputtingsslag, zei ze, die ze haar naasten nooit zou aandoen. Maar hij was bang om in het ziekenhuis te overlijden. Volgens hem werd je als proefdier gebruikt tot er niets van je overbleef. Dat klonk nogal overtrokken. Nu hoor je vaker dat artsen thuis willen overlijden, zoals proportioneel vrij veel artsen thuis bevallen, en dat zet je aan het denken.

Celia Ledoux is auteur en columniste.

Eindelijk mag je sterven

Een vriendin bracht haar oma naar het ziekenhuis, toen de zorg te zwaar op de familie woog. Een paar weken later haalden ze haar toch terug. De oude dame lag op sterven, maar moest ingrepen en tests ondergaan en kreeg veel medicatie. Blijkbaar kon dat stervensproces lang worden gerekt, met veel lijden. Thuis kreeg ze eindelijk toestemming om te sterven. Onder het verdriet van mijn vriendin voelde je boosheid en frustratie over het verloop.
Alsof een serene dood niet genoeg te verwerken geeft.

Een week geleden beschreef de Nederlandse arts Ben Keizer in het NRC hoe een ziekenhuis met de dood omgaat. Als vijand om af te vechten, zelfs als het gevecht nutteloos pijnlijk, hard en gedoemd te verliezen is. Zijn artikel was scherp. In Nederland, waar minder verregaand wordt doorbehandeld dan bij ons, werd het breed gedeeld. Hier passeerde het bijna ongemerkt, terwijl dat schoentje België veel meer past.

Keizer opent: “Eén van de rampzaligste ontmoetingen in de moderne geneeskunde is die van een zwakke, oude, weerloze man aan het einde van zijn levensweg en een jonge, enthousiaste dokter aan het begin van haar carrière”.

Hij schetst de case van “meneer de Vries”. Keizer kent hem uit het rusthuis waar hij werkt. De Vries valt thuis en krijgt een diagnose van laag hartritme. Hij krijgt een pacemaker, moet nog in de war na een paar dagen naar huis - waar hij weer valt en nu bevuild wordt gevonden.

Dat op zich is een bekend verhaal. Hoe minder invasief ingrepen worden - of hoe zwaarder besparingen? - hoe sneller je na een operatie huiswaarts moet. Zelfs na een bevalling moet je steeds sneller bevallen en opstaan, met je ziel en je baby onder de arm naar huis toe.

Meneer De Vries krijgt in het ziekenhuis een darmstilstand, longontsteking, en zijn kalium staat erg laag. Na zes dagen gedoe en aandringen mag hij naar het rusthuis waar zijn vrouw verblijft.
Hij krijgt er een katheter en sterk slaapmiddel, en overlijdt twee uur na aankomst.

Dat slaapmiddel zat me niet heel lekker - even talloos als verhalen van ziekenhuis-overijver zijn die van routineuze rusthuis-oversedatie met de dood tot gevolg. (“Opkuisen”, hoorde ik een rusthuismedewerker dat proces eens noemen.) Maar verder klinkt dit verhaal iedereen overbekend.

Niet mogen sterven als nieuw verhaal

Een samenleving heeft zijn archetypische verhalen die iedereen onbewust kent. De meeste zijn oud, maar deze hebben wij collectief voelen ontstaan: de ouderling of zwaar zieke die wil sterven, op is, klaar om te gaan, maar die nog niet mag. Zijn zieltogend lichaam en geest rafelen onder steeds verdere ingrepen en onderzoeken traag uit, tot een schemer verdoofd terwijl ze in wat voor leven moet doorgaan gehouden worden. Er is zelden veel liefde of koestering mee gemoeid.

Al te veel ouderen worden bang van het einde. Sommigen kiezen voor euthanasie als vlucht, niet tegen de dood of natuurlijke aftakeling, maar tegen de gangbare praktijken.

Ook naasten stoot dat soort zielloos heengaan en dat lijden af. Dan ontgaat ons nog veel. Een hele tijd geleden vroeg een onderzoek aan artsen welke hulpmiddelen ze zouden accepteren om in leven te blijven. De drempel van de ondervraagde artsen lag veel lager dan bij een leek. De meerderheid van de artsen zou zelfs kunstmatige beademing vermijden. Wij zien beademing doorgaans als vrij heilzaam en onschuldig. Maar blijkbaar voelt het dermate als een gevecht tegen het lichaam, dat de meerderheid onder artsen het voordeel ervan - verder leven! - afslaat. Toch grijpen ze vaak en ver in bij anderen.

Een specialist wil nu eenmaal oplossen

Tussen de regels door zoekt Keizer het in hun aard. Dat is begrijpelijk. Specialisten willen inderdaad weten en vooral dòen. Ze worden er jarenlang in getraind: testen, onderzoeken, doorverwijzen tot het raadsel is opgelost, doortastend ingrijpen als het mis gaat. Met wat geluk zal een arts in het ziekenhuis op een eerste consult echt naar je luisteren. Bij het tweede consult wil hij misschien nog weten wat veranderd is. Bij het derde ben jij een vraag om op te lossen. In sneltempo word je ontmenselijkt tot het vehikel waarin zich zijn case bevindt. Ik vraag me af wat dat met een arts doet. Het kan niet makkelijk zijn, hé, constant je neiging tot medeleven moeten afvechten.

Zeldzame artsen weten die valstrik te ontlopen. Die doen hun best voor je én blijven je eigenheid bekijken - medisch niet onbelangrijk, want lichamen variëren sterk. Ze zien je als mens tussen werkdruk, aangeboren speurzin en de aanmoediging van de medische industrie.

Want uiteraard belooft de neiging tot eindeloos onderzoeken een enorme markt. Scanners, test- en doorlichtingsmachinerie vullen elk ziekenhuis nu al. Soms is zo’n instrument levensreddend of erg handig. Het kent twee valkuilen. Ten eerste zijn die dingen duur en moeten ze vaak gebruikt worden om, ten minste op papier, hun waarde te bewijzen. Veel mensen worden erdoorheen gedraaid in pure routine. Kostelijk, tijdrovend, vaak pijnlijk gesleep.

Ten tweede dreigen ze door het massagebruik de diagnostische capaciteit van een arts te vervagen. De machine-uitdraai verdrukt een stuk deductievermogen en analyse - en heeft het wel eens mis. Ik had zelf eens een onopvallende fractuur in een groot ondersteunend bot. Dat zag een gewone scan niet. De misbehandeling in de tussentijd was gebaseerd op wat de machine zei en verergerde de toestand sterk. Ik zag artsen wel eens vreemd kijken en trok ook zelf aan de alarmbel. Maar hun blik zweefde dan naar die uitdraai, en die vertrouwden ze meer dan mijn of hun gevoel. Ik leefde een paar jaar onzeker of er ooit herstel zou komen. Liggend ziet het leven er anders uit. Je leert wie je bent los van gezondheid, selecteert beslissingsvaardiger je behandelingen en behandelaars. Allemaal mooi en boeiend, en ik had het liever wandelend geleerd.

Waardig sterven zonder euthanasie

Nu, zo’n machine of test zegt nooit: laat deze persoon rustig sterven. Die drijft je steeds naar verdere pogingen tot genezing, ook als je oplossingen voorbij bent en alleen nog ellendig rondrommelt met een stervende mens. Keizer vat die doorgedreven ingrijplust samen in “de geestloze aanbidding van de analyse”. Ik noem ze zelfs harteloos.

Hoeveel maanden zouden heel oude, heel zieke en heel jonge mensen het leven gerekt krijgen per jaar? Afscheid nemen van het leven is een groots proces voor de stervende en voor wie hij achterlaat. Tijd en lijden rekken maken dat niet makkelijker of properder.

Het Frans kent het woord “acharnement thérapeutique”. Je vastbijten in therapie. De Franse wet verbiedt het, onze wet dubt al decennia en blijft vaag.

Tot nu mag in België veel. In die laatste maanden wordt medisch kruit verschoten en veel geld. Het huidige politiek klimaat wil graag besparen en doet dat veel en vaak. Dan verwacht je dat zo’n dure, donkere praktijk snel wordt weggetrimd.

Zou geld ons mogen schelen? Over euthanasie heerst al jaren een breed gevoerd debat, dat de hele maatschappij heeft beïnvloed.
Sterven zoals je bent, zoals je wil - waardig sterven als je geen euthanasie kiest, hoort ook een maatschappelijke principekwestie te zijn. Gewoon omdat we mens zijn.

lees ook