Wie is de dupe van de labelling? - Nicky Aerts

Jeruzalem, begin december. De ochtenden en avonden worden koud, maar overdag bereikt het kwik nog een goeie 19 graden. De zon is rijkelijk van de partij. Heerlijk. Dit zijn de dagen die ik het meest zal missen eens ik terug in België zal zijn.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Nicky Aerts is correspondente in Jeruzalem.

Normaal gezien had vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders hier ook een paar dagen kunnen van genieten, maar dat was buiten de Israëlische premier Benjamin Netanyahu gerekend. Die had na de Europese goedkeuring van de richtlijnen voor de labelling van producten gemaakt in Israëlische nederzettingen en de Golanhoogte, plots geen plaats meer in zijn agenda voor een ontmoeting.

Labelling

En toch is het onderscheiden van producten op basis van hun herkomst geen nieuw gegeven. Al sinds 2005 proberen de Europese douanediensten een onderscheid te maken tussen producten gemaakt in Israël en producten die in nederzettingen in de bezette gebieden gemaakt worden. Dit om te vermijden dat nederzettingsproducten zouden genieten van vrijstelling van invoerheffingen in de EU. In november jl. herhaalde de EU dat dat onderscheid ook zichtbaar moet zijn voor de consument.

Om dat mogelijk te maken, vaardigde de EU richtlijnen uit voor de labelling van Israëlische nederzettingsproducten. De consument moet zelf kunnen beslissen of hij een Israëlisch product gemaakt in de nederzettingen mee naar huis neemt of laat liggen.

Het gaat bij die labelling in hoofdzaak over voedingswaren en cosmetica. Alle andere producten vallen in principe buiten de richtlijnen. Maar als er een label op een product staat, moet het wel correct zijn. Dus geldt de richtlijn eigenlijk voor alle producten.

De export van Israëlische producten uit de nederzettingen is goed voor slechts één procent van de totale Israëlische export. Netanyahu en met hem heel veel Israëli’s vrezen evenwel dat het labellen van producten uiteindelijk zal resulteren in een algemene boycot, niet alleen van Israëlische producten gemaakt op de Westelijke Jordaanoever, maar van alle Israëlische producten. En onderliggend is er ook de vrees dat Israël zijn grip op ‘Judea en Samaria’, de Westoever zal verliezen.

Ik beslis één van de grootste Israëlische industriezones op bezet Palestijns gebied te bezoeken om zicht te krijgen op de zaak.

Barkan

In het noordwesten van de Westelijke Jordaanoever ongeveer ter hoogte van Tel Aviv, ligt het Ariel nederzettingenblok met daaraan nauw aansluitend, Barkan. Een industriezone die 325 hectaren beslaat. Palestijns land dat voorheen door boeren gebruikt werd om hun vee te hoeden en om aan landbouw te doen. Het industriepark huisvest zo’n honderdtwintig bedrijven. Het personeel bestaat voor vijftig procent uit Palestijnen.

Moshe Levran, de export manager van Twitoplast, een bedrijf dat onderdelen maakt voor airconditioningapparaten, is blij met de gelegenheid die hij krijgt om uit te leggen hoe de vork aan de steel zit en wat de gevolgen van de labelling zullen zijn. ‘Wat Europa doet, is verkeerd. Met de maatregel treffen ze alleen maar de Palestijnen. Als de productie te lijden krijgt onder de hele affaire, moeten wij mensen -ook en vooral Palestijnen- beginnen te ontslaan. De Palestijnse Autoriteit heeft deze mensen alsnog niks te bieden. Daar staan ze dan. Dankzij ons krijgen ze een goed loon uitbetaald, kunnen ze zich mooie kleren permitteren en veel speelgoed schenken aan hun kinderen.’

De wilde weldoener

Ik probeer hem eraan te herinneren dat het bedrijf zich op bezet gebied bevindt en dat het er met andere woorden volgens het internationaal recht illegaal gevestigd is, maar die opmerking ontketent een stortvloed aan Bijbelse parabels die mij wat verdwaasd achterlaten. De bal wordt altijd teruggespeeld en de feiten altijd verdraaid.

Maar zo snel geef ik mij niet gewonnen. Ik probeer het nog eens. ‘Dankzij u, dankzij de Israëli’s hebben de Palestijnen een goed leven? ‘, voer ik aan. ‘Wij zijn geen politici,’ zegt Moshe. ‘Het enige wat wij willen, is samenleven en samenwerken met de Palestijnen. Wij zijn één familie. Europa begrijpt er niks van. Als morgen de productie naar beneden gaat en de fabriek uiteindelijk moet sluiten, ga ik terug naar mijn kibboets en ga ik de koeien melken, maar de Palestijnen zitten zonder werk en kunnen nergens naartoe.’ Maar dan gaat hij nog een stap verder. ‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het ook allemaal begonnen met een label (gele ster) en kijk wat er uiteindelijk van gekomen is.’

Motti Twito, de zoon van de bedrijfseigenaar komt er even bijstaan. ‘Als dit resulteert in een boycot dan trekken wij gewoon weg en de Palestijnen blijven achter. Wij willen samenwerking en de reactie van Europa is een klap in ons gezicht, een stomp in onze maag.’

Aan de lopende band

Moshe nodigt mij vervolgens uit om in de fabriek zelf te komen bekijken hoe vlot alles verloopt. Een uitnodiging die ik niet afsla. Er zijn heel wat jonge Palestijnen aan het werk. Ze doen bandwerk. ‘Maar we hebben ook Palestijnen in het lagere management,’ haast hij zich.

Samir Sultan is de productiemanager bij Rolbit, een zusterbedrijf van Twitoplast. Hij is 42 en werkt hier al 10 jaar. Hij heeft 6 Palestijnen onder zich en 15 Israëli’s. ‘Ik heb niet gestudeerd, maar geleerd van het leven. Ik heb een vrouw en 9 kinderen, een groot gezin om te onderhouden.’ De labelling affaire laat hem koud. Het is politiek en daar doet hij niet aan mee.

De Palestijnen die hier werken, komen uit Ramallah, Nabloes en de belendende dorpen. Het is voor hen veel makkelijker om hier te komen werken dan op een vergunning te wachten om binnen Israël zelf te gaan werken en het is minder omslachtig. Volgens de meest recente cijfers werken er 26.500 Palestijnen in de verschillende Israëlische nederzettingen, waarvan zo’n zesduizend in de fabrieken. Het bedrijf organiseert een busdienst van en naar het werk en er zijn nog een aantal voordelen. Er is een minimumloon, een ziekteverzekering, een vakantieregeling, er zijn bonussen.

Gelijk voor de wet

Het Israëlische Hooggerechtshof bepaalde eind 2007 dat Palestijnen die in een Israëlische nederzetting in de bezette gebieden werken voortaan onder het Israëlische arbeidsrecht vallen en op die manier dezelfde rechten zouden moeten hebben als de Israëlische werknemers. Een goeie zaak zou je kunnen denken, maar in werkelijkheid gaat het hier gaat om een zoveelste schending van het internationaal recht (de bezetter mag zijn wetten niet opleggen aan het bezette volk – n.v.d.r.).

Ik probeer in mijn gebrekkig Arabisch toch wat meer aan de weet te komen van de Palestijnen zelf, maar die poging moet ik gauw staken. Mijn Arabisch blijkt echt ontoereikend en het Engels van de Palestijnen is zo goed als onbestaand. Ze willen me allemaal in het Hebreeuws te woord staan. Jawel, ook hier heeft een soort normalisering plaatsgevonden. Er vinden kleine, schijnbaar onbelangrijke, pragmatische veranderingen plaats, die uiteindelijk de norm worden. De meeste Palestijnen spreken vloeiend Hebreeuws, omdat het leven voor hen onder de Israëlische bezetting zo iets gemakkelijker is.

Co-existentie

Maar laat ons vooral niet over politiek praten. David Simha, de voorzitter van de Israëlisch Palestijnse Kamer van Koophandel, wordt erbij gehaald. Die verduidelijkt nog eens waar het hier over gaat: ‘Het is een uiterst domme beslissing van Europa, die de extremen alleen maar extremer maakt en de co-existentie die we hier hebben dreigt kapot te maken.

Ze zouden zich ginder beter met de meer dringende zaken bezig houden. Genoteerd. ‘Ons enige doel is de handel tussen Israël en Palestina opdrijven.’ Er is alsnog geen Palestijns Israëlische Kamer van Koophandel, maar David Simha hoopt dat dat er ooit van komt.

Een andere zakenman, Dani Catarivas, legt nog even uit dat de export van Palestijnse producten naar Israël veel lager ligt dan omgekeerd omwille van ‘security’ redenen. Het was ooit anders. ‘ Als je vrachtwagens met aardbeien of olijven verwacht en in plaats daarvan op explosieven getrakteerd wordt, dan moet er opgetreden worden. Zolang er geen vrede is en er geen grenzen zijn, moeten we andere manieren vinden om handel en uitwisseling mogelijk te maken. Hier wordt er samengewerkt. Het is een begin.’

Soufijan

Soufijan werkt al 20 jaar bij Twitoplast. Het bedrijf heeft zelfs zijn studies betaald. Binnenkort brengt hij ook zijn zoon mee. ‘Waar ik vandaan kom,’ zegt hij, ‘is er geen werk. Voor niemand in mijn gezin. Het loon dat ik hier krijg, zou ik nooit kunnen krijgen waar ik woon. Hier voel ik me heel goed. Het voelt bijna als thuis. Ik voel me geen werknemer, maar een deel van de Twito-familie.’

Soufijan praat met me in het bijzijn van zijn directe overste en er is geen haar op zijn hoofd dat er aan denkt iets negatiefs te zeggen. Ik heb er dus het raden naar hoe hij zich echt voelt. Soufijan is van mening dat de Europeanen en de Palestijnen in de diaspora de Israëlische bedrijven op de Westelijke Jordaanoever alleen maar mogen sluiten als ze ervoor zorgen dat er gelijkaardige Palestijnse industriezones en bedrijven komen op de Westelijke Jordaanoever.

‘Ik zou er geen moment over twijfelen om daar te gaan werken. Ik ben geen politicus, maar onze leiders zeggen dat ze de toestemming niet krijgen van Israël om dit soort industriezones te bouwen, maar dat is een leugen. Ik ken Bashar Masri (de man achter de eerste moderne Palestijnse stad Rawabi in de buurt van Ramallah) persoonlijk en ik weet dat hij bij de bouw van zijn stad meer tegenkanting gekregen heeft van de Palestijnen dan van de Israëli’s.’

Jihad

Jihad is 42 en werkt al 7 jaar bij Rolbit. ‘Ik woon hier vlakbij. We werken hier allemaal samen. We zijn één familie.’ Waar heb ik dat nog gehoord. Het lijkt wel een mantra die ze ingelepeld krijgen op elke personeelsvergadering en die ze zo vaak je maar wil graag te berde brengen. Ik vraag hem hoe de rest van het dorp reageert op het feit dat hij als Palestijn in een Israëlische nederzetting werkt? ‘Zo goed als het ganse dorp werkt hier,’ zegt hij. ‘Dat is geen enkel probleem.’

Er werken ook vrouwen in de bedrijven, ‘maar dat is pas sinds twee jaar zo,’ zegt Jihad. ’Jonge meisjes ook, sommigen zijn maar 15 jaar oud.’ Dat lijkt op een verspreking die iedereen dan ook graag laat liggen.

’s Avonds bij de Palestijnen

De volgende avond zit ik aan de jaarlijkse kerstdis bij de Palestijnen. De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, de PLO, heeft voormalig vredesonderhandelaar Mohammed Shtayyeh uitgenodigd om het voorbije jaar te overlopen. Ook hij kaart de labellingkwestie aan. ‘Wij hopen dat de internationale gemeenschap de Europese richtlijnen ondersteunt en dat de hele kwestie uiteindelijk resulteert in een boycot van de nederzettingen. Het argument dat de Palestijnen de enigen zijn die te lijden zullen hebben onder de maatregel is nonsens. Het is bijzonder pijnlijk voor de Palestijnen om te moeten gaan werken in een Israëlisch bedrijf dat gevestigd is op land dat voorheen van hen afgepakt is. Ze hebben helaas geen andere keuze dan daar te gaan werken, omdat ze hun eigen land niet meer kunnen bewerken.’

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.