Een opmerkelijk klimaatakkoord - Johan Braeckman

Op het moment van dit schrijven (12/12) berichten diverse media dat de klimaattop in Parijs “een finaal ontwerpakkoord” opleverde. De 195 deelnemende landen moeten het nog goedkeuren, maar de sfeer is blijkbaar overwegend optimistisch. Het is nog even afwachten wat het ontwerp precies inhoudt en hoe de nationale delegaties, de wetenschap, de industrie en alle andere betrokken partijen (ruim zeven miljard mensen en een ontelbaar aantal welzijnsgevoelige dieren) erop reageren.

Johan Braeckman is filosoof aan de Universiteit Gent.

Als er inderdaad een akkoord komt met duidelijke doelstellingen en afspraken om de opwarming in toom te houden, dan is dat zeer bijzonder nieuws en dit om meerdere redenen. Allereerst houdt het natuurlijk een erkenning in van de enorme ernst van het probleem. Wetenschappers discussieerden lang over de realiteit van de, door mensen mee veroorzaakte, opwarming. Gaandeweg ontstond evenwel een consensus, in elk geval in gezaghebbende kringen: klimaatopwarming is reëel en het is de mens zelf die de opwarming veroorzaakt.

Tot op heden zijn er zogenaamde sceptici die de antropogene verklaring betwisten. Zoals onder meer uit de indringende documentaire Merchants of Doubt (2014) blijkt, zou men die sceptici beter “ontkenners” noemen, vergelijkbaar met diegenen die de genocide door de nazi’s op de joden ontkennen, of de feitelijkheid van de evolutie van het leven. De ontkenners van de klimaatopwarming dienen geen wetenschappelijke doelstellingen maar willen net twijfel zaaien over wetenschappelijke vaststellingen, ten dienste van de industrie. Een degelijk akkoord in Parijs betekent een nederlaag voor de ontkenners en een overwinning voor het rationele denken.

Freerider problematiek

Het overstijgen van enkele psychologische eigenschappen die diep in ons geworteld zitten, is een tweede reden waarom een akkoord zo bijzonder is. Mensen zijn groepsdieren en houden vooral hun eigenbelang en dat van de groep waartoe ze behoren voor ogen. Samenwerking met andere groepen kan uiteraard voordelig zijn voor beide groepen, maar houdt ook altijd het risico in dat de ene groep profiteert van de welwillendheid van de andere groep.

In de twintigste eeuw ontstond een wiskundige subdiscipline, de speltheorie, net om dergelijke problemen te doorgronden. Ze wordt vooral toegepast in de evolutiebiologie, de economie, politicologie en moraalwetenschap. Het akkoord dat in Parijs uit de bus komt, zal impliciet of expliciet rekening moeten houden met speltheoretische inzichten. Als een groot aantal landen inspanningen doet om bijvoorbeeld hun veestapel en het aantal vervuilende wagens te reduceren, dan is het voor een bepaald aantal landen net verleidelijk om het minder nauw te nemen met de in Parijs gemaakte afspraken. Hun bedrog kan, toch op korte termijn, voordelig zijn voor henzelf en valt binnen het totale plaatje nauwelijks op.

Het verdrag moet dus ook bindende afspraken over mogelijke sancties bevatten, om het risico op “freeriders” tegen te gaan. Beter nog is het wegwerken van datgene wat bijdraagt aan de opwarming, zodat het freerider probleem niet eens kan ontstaan. Om een eenvoudige analogie te maken: stel dat een groot aantal mensen beslist om niet langer de auto naar het werk te nemen, om de files te vermijden. Het gevolg is dat de verkeersknoop wordt ontward. Maar dit maakt natuurlijk het gebruik van de auto net weer zeer aantrekkelijk, waardoor binnen de kortste tijd weer overal files opduiken. Om die “logica” te vermijden, moet niet alleen het openbaar vervoer aantrekkelijker worden, maar moet men tegelijk het aantal autowegen verminderen. In plaats van het aantal rijstroken te vergroten, moet men ze net kleiner maken. (Of er een of twee uitsluitend laten gebruiken voor bussen, bijvoorbeeld.)

Kortom, als er iets positiefs is aan de klimaatopwarming, dan is het wel dat ze de mensheid dwingt om een enge, zelfzuchtige groepsmoraal te overwinnen, anders is het allemaal een maat voor niets geweest. Het is misschien cynisch dat hiervoor een externe vijand nodig is die ons allen bedreigt. Geen buitenaardse invasie zoals in de film Independence Day (1996), maar een zeer reële temperatuurstijging die over de hele wereld een ravage kan aanrichten, op de eerste plaats in de armste landen. Daarom is het ook noodzakelijk dat het grootste deel van het beschikbaar gemaakte bedrag naar de arme landen gaat. Als het geen nobel altruïsme is dat de rijke landen hiertoe brengt, laat het dan eigenbelang zijn: het alternatief betekent véél meer migratie en ethisch volstrekt onduldbare wantoestanden.

Wat deed het nageslacht ooit voor ons?

Een derde reden waarom een akkoord een mijlpaal is in de geschiedenis van de mensheid, is dat we voor het eerst bewust en intentioneel iets op wereldwijde schaal ondernemen dat van fundamenteel belang is voor het welzijn en de levenskwaliteit van de toekomstige generaties. De Amerikaanse econoom Robert Heilbroner stelde ooit de vraag: “What has posterity ever done for me?” “Posterity” is het nageslacht, en dan niet de eigen kinderen of kleinkinderen, maar de generaties die pas zullen leven als wijzelf al lang verdwenen en vergeten zijn. Die generatie kan nooit iets voor ons doen, dus waarom zouden wij iets doen voor hen? Waarom zouden wij afzien van het efficiënt en goedkoop bevredigen van onze behoeften, met het oog op het welzijn van diegenen die lang na ons komen? We weten niet wie die mensen zullen zijn, we weten niet wat ze zullen denken of willen.

Vreemd genoeg hebben ze hun bestaan aan ons te danken, om het even wat wij doen. Of we er nu een zooi van maken of net ons uiterste best doen om alles zoveel mogelijk intact te laten, het zijn onze nakomelingen. Ze kunnen ons het verdwijnen van diersoorten verwijten en ons vervloeken om het opbranden van fossiele brandstoffen, maar hoe kan ons dat deren? Heilbroner redeneerde dat er geen rationeel antwoord mogelijk is op zijn vraag, en misschien heeft hij gelijk. Maar dat we in staat zijn om een akkoord te creëren dat wereldwijd gevolgd moet worden en garanties biedt dat diegenen die lang na ons komen ook nog een bewoonbare planeet aantreffen, is in elk geval hoogst opmerkelijk.

Creatievelingen en de toekomst

Een vierde en laatste reden gaat over de onontkoombare zoektocht naar alternatieve voedsel- en energiebronnen. Als het akkoord echt ernstig wordt genomen, dan moeten we zo snel mogelijk van de olie af, uiteraard zonder terug te vallen op andere fossiele brandstoffen zoals steenkool. Dat dit de geopolitieke invloed van enkele dictatoriale regimes zal doen afnemen, is mooi meegenomen.

Daniel Yergin, in zijn magistrale boek The Quest. Energy, Security and the Remaking of the Modern World (2011), concludeert dat de oplossingen voor de energieproblemen in de 21e eeuw te vinden zijn in het hoofd van creatieve mensen. Er is een wereldwijde toename van de vraag naar energie, maar er is ook een wereldwijde zoektocht naar duurzame innovatie. Eenzelfde dynamiek is nodig wat ons voedsel betreft. De aanpak van de klimaatopwarming houdt onvermijdelijk ook een drastische vermindering van de wereldwijde vleesconsumptie in. Ook hier is filosofische, wetenschappelijke en technologische creativiteit noodzakelijk. Maar de eerste tekenen zijn er al, zie de toename van het aantal vegetariërs en veganisten, evenals het onderzoek van Mark Post om hamburgers te kweken vanuit stamcellen, en de toenemende populariteit van entomofagie, oftewel het eten van insecten. Benieuwd of ze tijdens het slotdiner in Parijs het goede voorbeeld zullen geven.

lees ook