Jeroen Leenders: clown pur sang, gek, geniaal en gevat

Jeroen Leenders heb ik altijd al een belevenis gevonden. Hem meermaals op allerlei podia bezig gezien en altijd weer sta ik versteld van het ogenschijnlijke gemak, de grenzeloze naturel en de intense grappigheid van die kleine rosse man, met lange baard tegenwoordig. Onlangs zag ik hem nog bezig tijdens de filmopnames van "Say something funny", de aankomende film van Nic Balthazar. Hij moest toen niet eens acteren, gewoon een zaal vol publiek warm houden. En wat ik toen weer zag, ontlokte me twee gedachten: dat hij gek is én geniaal.

Gek en geniaal is iets wat hij in zijn nieuwste show, “Pagliacci” ook weer toont. De voorstelling is gebaseerd op de tragiek van de clown. Je kent het verhaaltje wel, eens soort base line waarop Leenders zich als komiek baseert…

Een man komt bij de dokter en zegt dat hij depressief is. En dat het leven hard en wreed is. Dat hij zich alleen op de wereld voelt, dat de toekomst vaag en onzeker is. De dokter zegt: "De behandeling is simpel. De grote clown Pagliacci speelt vanavond in de stad. Ga hem zien. Dat zal je goed doen." De man barst in tranen uit. "Maar dokter … Ik ben Pagliacci."

Heelder teksten zijn al gemaakt over de tranen van de clown, of het nu Pierrot is, Oleg Popov, Pipo of Chaplin is. Leenders benadert het zo hard. Hij zorgt voor de gulle lach, maar verkondigt ook zulke pijnlijke waarheden, met de air van een naïeve geest, die zijn publiek schopt, streelt, spiegelt en voor schut zet.

Hij is de man die de tranen in de ogen van zijn publiek doet wellen maar achter de scène zelf zijn tranen dept met een doorweekte zakdoek.

Hersenspinsels

Opvallend in het decor van Leenders is… dat er geen decor is. Alles is gestript. Wat spots die een achterzeil verlichten, een tafeltje met twee flesjes water, niet eens die stilaan clichématige microfoonstandaard, niets eigenlijk. Of bijna niets.

Leenders komt op, microfoon rond de hand gekruld en ontketent dan een half uur lang een storm. Die het midden houdt tussen een levensles, een cursus filosofie, existentialistische vraagstukken en cynische ontboezemingen. Oei, is het allemaal zo hoogdravend? Welneen, natuurlijk niet, Leenders doet vooral waar hij zo goed in is: zijn persoontje en zijn kronkelende geest laat hij capriolen maken op het podium.

Hij roept en daagt uit, lacht sympathiek en kijkt boosaardig, jaagt het publiek op en knuffelt het met woorden, zegt geen mening te hebben, maar ventileert alleen maar zijn gedachten, springt en staat, zalft en slaat.

Leenders is en blijft een fenomeen om naar te kijken, een voorbeeld bijna van hoe je op een podium moet staan, wat je moet uitstralen, hoe je moet bewegen en accenten leggen. Een soort comedy-archetype.

Sommige absurde geesten zijn nu eenmaal verplicht om hun hersenspinsels los te laten op een podium. Mochten ze ’t niet doen zou het zonde zijn van hun bestaan. Leenders is zo een “geval”. Hij is voer voor psychologen serieuze geesten, al weet je nooit of hij nu in zijn clownspak is gekropen of gewoon zichzelf laat rondtollen.

Sneltempo

De Pagliacci van de avond lacht wat met homo’s. Of doet hij dat nu net niet? Laveert langs vluchtelingen, bromt over de vele doden in Parijs onlangs (bij momenten knisperden zijn woorden in de toegeknepen vingers van het publiek: wanneer is het te vroeg? Wanneer kan je een joke al lanceren en wanneer nog niet?), maar grapt ook over relaties en liefdeslittekens, over kinderen en over de “seksistische vetzak” die een man toch is, brengt een werkelijk hi-la-risch stuk over hoe hij zich verdedigt tegen inbrekers en ontleedt de werking van een microgolfoven zoals nooit iemand anders het heeft gedaan.

Om van zijn sterilisatie nog maar te zwijgen. Leenders speelt carambole met zijn publiek en in een sneltempo aan denken gooit hij zijn ding neer. In krap anderhalf uur. Met die mimiek en die timing die een topclown onderscheidt van een geschminkte tweedeklasser.

"Contemporary"

Ik hou van de eenvoud van Leenders. Van zijn talent, zijn charisma en zijn non-conformistisch denken. Van zijn toch beheerst spelen en van zijn ontegensprekelijke “X-factor”. Van zijn vakkunde, van zijn improvisatievermogen, maar ook van zijn eerlijkheid.

De flow kon misschien iets beter, het was niet altijd even scherp vanavond, maar ik heb hier en daar dan wat veranderd onderweg. Dat moet zo, “jokes” en “hooks” veranderen onderweg, comedy moet “contemporary” zijn, als ik iedere keer hetzelfde sta te doen, waarom doe ik dat eigenlijk?”, vertrouwde Leenders me toe. “Ze gaan me weer “ne raren” vinden zeker, wat denkt ge?” De vraag stellen, is ze beantwoorden, Jeroen.

Maar eerlijk? Ik stop Jeroen Leenders -en een recenserende mens moet toch wel een beetje opletten met wat hij zegt en schrijft- in het vakje van absolute toppers van de (stand-up) comedy in Vlaanderen. Een “comedian’s comedian” ook, dat zegt vaak alles. Veel meer talent en zot geestesgekronkel kan je niet samen hebben in één lijfje van pakweg 170 centimeter.

Ik ben wel eens benieuwd wat het zou geven mocht die ietwat nerveuze, rosse jongeman zijn volgende voorstelling eens theatraler aanpakken. Enfin, het is maar gekscheren. Wie iets als deze “Paggliaci” kan maken, mag erop rekenen dat ik er bij een volgende nieuwe voorstelling ook weer bij ben. Er zijn al zo weinig echt goeie clowns…