Paris sera toujours Paris - Bart Borghijs

Precies een maand geleden werd het pikdonker in de Lichtstad. Parijs werd getroffen in het diepst van zijn hart, in zijn vrijheid. Maar hoe is het er vandaag, een maand later?

Bart Borghijs is reporter bij het Radio 2-programma "De Inspecteur".

Met die vraag stuurde Radio 2 me twee dagen naar Parijs. Is Parijs weer die bruisende stad? Is ze haar 'joie de vivre' niet verleerd? Heeft ze haar armen weer geopend voor die vele toeristen die, zeker in deze kersttijden, haar straten, pleinen en cafés bevolken? Het antwoord is uiteraard, ja. Of wat had u gedacht.

Op de Champs-Élysées lopen de Parijzenaren, de toeristen, de pendelaars en de shoppers weer af en aan. Metro in, metro uit. Een hectische mallemolen die z'n tred weer heeft gevonden. Een stevige tred, want het moet vooruit gaan. Iets meer rust rond het Louvre, aan de Eiffeltoren, voor het Hôtel de Ville. Maar ook daar laten de toeristen het niet afweten. Zelfs de hippe wijk 'Le Marais' is weer haar gezellige zelf. Als je ergens de naweeën van 13 november nog zou kunnen voelen, zou het toch daar moeten zijn. Door haar Joodse achtergrond een gevoelige plek, maar nee dus. Exact een jaar geleden liep ik door dezelfde straten. Op dezelfde pleinen. Ik zie, hoor en voel geen verschil.

Militairen

Of als ik eerlijk ben, is er toch een verschil, maar ik zie het bijna niet meer. Gewenning waarschijnlijk. Want er lopen in Parijs wel militairen en politie op straat. Heel discreet weliswaar, maar ze zijn er, net zoals in onze steden. Ik zie onze Belgische militairen zelfs op dit eigenste moment, omdat ik dit schrijf met zicht op de Brusselse Anspachlaan, waar ze tussen de kerstshoppers lopen. En eigenlijk zie ik hier nog net dat tikkeltje meer dan in Parijs, omdat onze militairen hun grote groene voertuigen bij zich hebben. In Parijs zie je die niet. Het lijkt wel of de militairen bij ons de naam van het land hoog willen houden. Wij Belgen rijden met onze bedrijfswagen van onze deur tot de werkplek. Dus ook onze militairen.

Het enige verschil in de Parijse straten deze winter, en ook de Belgische, zullen dus de mutsen zijn. Waar je in deze eindejaarsperiode anders rode mutsen ziet met belletjes en lichtjes, zullen we er dit jaar ook kaki en blauwe mutsen moeten bijnemen.

Lachen

En er is nog één groot verschil uiteraard. Want het stadsleven is weer levendig in Parijs, maar de Parijzenaren hebben de aanslagen natuurlijk ook tot in het diepst hun z'n hart gevoeld. Ook al gaat het leven verder, ze zullen nooit vergeten wat er is gebeurd. Iedereen die je op straat tegenkomt zegt hetzelfde. We moeten verder, het is zo typisch voor deze stad, ons krijgen ze niet klein. Het zijn niet enkel de woorden van de echte Parijzenaren, maar ook van de vele Vlamingen die er wonen en waarmee ik sprak. En eigenlijk van iedereen die Parijs in z'n hart draagt. We mogen zelfs weer lachen vinden ze, ook al voelt het soms nog enkele seconden vreemd aan om dat weer te doen. Maar nee, we mogen, we moeten zelfs.

Zelfs op de meest emotionele plekken van de stad wordt er terug gelachen. Zo heeft het café 'A la bonne bière' deze week zijn deuren weer geopend. Door een bazin die zelfverzekerder is dan ooit tevoren. Want op haar terras werden vijf mensen neergeschoten. Maar ze heeft haar tap weer aangesloten en elke dag serveert ze weer een dagschotel. Wat zeg ik, een keuze uit drie dagschotels, met krijt op de muur geschreven. Tussendoor, de steak-frites is een aanrader, voor amper 10 euro! En bovenal, de zaak zit weer vol, zelfs het bewuste terras. Maar wel met een groot bord erbij: "Il est temps pour nous de nous retrouver ensemble, unis, et d'avancer pour ne pas oublier".

Bataclan

Vergeef het me dat ik ook naar Le Bataclan ging kijken, wat meer toeristen wellicht de komende weken en maanden zullen doen. Daar kan je uiteraard nog niet opnieuw terecht voor een pint of een concert. Daar kan je passeren en stilstaan. Beelden die je een maand geleden op tv zag oproepen. Denken. Niet begrijpen. Rondkijken. Bomen zien, stenen zien, huizen zien. En terwijl beseffen dat die er een maand geleden ook stonden. Die gruwel hebben meegemaakt. Die gruwel hebben gezien en er ook mee moeten leren leven.

Net zoals Mansouri, de buurman van le Bataclan, die bij me kwam staan. Hij kent de patron van de zaak goed, en ook twee mensen die tijdens de aanslag zijn omgekomen. 'Iedere dag passeer ik hier en telkens weer raakt het me immens diep', zegt Mansouri me. 'Maar we mogen geen angst hebben en het is goed dat de stad weer opstaat. We moeten weer naar de cafés, naar de theaters en naar de cinema. Dit is Parijs. Maar we mogen die vele mensen nooit vergeten. Ga je nu maar amuseren,' zegt hij me nog. Dat ik me moet amuseren. Ik zal het niet vergeten, zoals ik hem niet zal vergeten.

lees ook