"Wat kan je nog wél?" in plaats van "wat kan je niet meer?"

Oplossingen vinden voor het toenemende aantal langdurig zieken bij werknemers, en vooral voor de sterke stijging van burn-out en depressie, is absoluut niet makkelijk. Professor Elke Van Hoof pleit voor een terugbetaling van en een gedegen opleiding in psychologische hulp, maar ook voor een andere manier om langdurig werklozen te begeleiden. "De overgang naar de arbeidsmarkt is veel te bruusk. Er moet veel sterker ingezet worden op flexibele werkmaatregelen."

Volgens het Riziv kregen halfweg dit jaar 335.000 werknemers een invaliditeitsuitkering voor langdurige ziekte (meer dan een jaar). Dat cijfer is in 10 jaar met bijna de helft gestegen en stijgt de laatste 2 jaar sneller dan ooit. Opvallend ook: de voornaamste oorzaken voor langdurige afwezigheid: 35 procent kampt met psychische klachten, vooral burn-out en depressie. In vergelijking met 10 jaar geleden een stijging met maar liefst 50 procent.

Er zijn ook meer vrouwen langdurig ziek, een stijging met 70 procent als je vergelijkt met 10 jaar geleden. Elke Van Hoof, professor gezondheidspsychologie aan de VUB, ziet ook in haar praktijk meer vrouwen, maar nuanceert. "Het verschil in voorkomen bij mannen en vrouwen (respectievelijk 7 en 9 procent, nvr) is niet zo groot. Veel heeft ermee te maken dat het voor vrouwen meer cultureel toegelaten is om over klachten te praten. Ze komen er veel sneller mee naar buiten en stappen er ook sneller mee naar een arts", zegt ze in "De ochtend" op Radio 1.

"Dringend pyschologische hulp terugbetalen"

Het hoge cijfer voor burn-out en depressie vindt ze niet verrassend. "Vrouwen gaan (historisch gezien) sinds kort werken, werken voltijds, maar daarnaast blijft ook de zorgende rol. Voor kinderen, maar ook voor ouder wordende familieleden. Dat is een enorme belasting voor vrouwen, dat zien we steeds terugkomen. Daarnaast heb je ook de zogenoemde gouden kooi: alleenstaande moeders die hun job eigenlijk niet meer kunnen inpassen in hun levensstijl en -fase, maar die noodgedwongen aanhouden omdat ze het geld nodig hebben."

Oplossingen vinden is absoluut niet makkelijk, zegt professor Van Hoof. Ze houdt een sterk pleidooi voor een terugbetaling van gespecialiseerde psychologische hulp en voor een gedegen opleiding voor psychologische hulpverlening. "Kennisverwerving over langdurige ziekte in de opleidingen is bedroevend weinig aanwezig. Goede gespecialiseerde zorg kost veel geld en wordt niet terugbetaald. Als we een meer pro-actief beleid willen, gaan we dat toch écht wel moeten doen."

"Systeem gebouwd op bijbels van klachten en problemen"

De regering bespreekt momenteel voorstellen om langdurig zieken financieel te straffen als ze weigeren om mee te stappen in een traject naar werk. Wie niet bereid is om te werken, zou 10 procent van zijn uitkering verliezen. De vier grote ziekenfondsen vinden dat onzinnig en ook professor Van Hoof is er niet meteen voor te vinden. "Het is net als bij kinderen: je gaat ook niet bestraffen voor je weet wat er eigenlijk aan de hand is en zonder dat je iets uitlegt. Er zijn heel weinig gegevens over het waarom. Laat ons eerst eens kijken naar de reden waaróm iemand langdurig afwezig is, voor we gaan straffen."

Ons gezondheidssysteem is niet activerend voor langdurig zieken, zegt Van Hoof. "Het systeem is gebouwd op de bijbels van klachten en problemen. Wil je instappen in hulpverlening, dan moet je eerst klachten hebben. Wil je die ondersteunende maatregelen behouden, dan moet je ook die klachten behouden. Overweeg je om weer te gaan werken, dan mag je geen klachten meer hebben. Ook al heb je misschien nog begeleiding nodig. De overgang van langdurig ziek zijn naar terug werken is veel te bruusk. Er zou nog een fase tussen moeten zijn."

De overheid zou nog veel meer werk moeten maken van flexibele werkmaatregelen, daar valt nog heel veel winst te boeken. "We moeten veel minder inzetten op "wat kun je níet meer", zoals nu het geval is. Arbeidsongeschiktheid, het woord zegt het zelf. We moeten gaan naar "wat kan je nog wél?". Vanuit de diagnose meer kunnen inzetten op flexibel werkbehoud in plaats van werkhervatting. Maar daar zijn we nog lang niet."