Koning Albert peilt naar kansen op vrede

Koning Albert was pessimistisch over de afloop van de oorlog, die zo bloedig verliep dat er volgens hem geen overwinnaars konden zijn. Via een goede vriend en zijn Duitse schoonbroer liet hij uitzoeken of de Duitse regering bereid was om een compromisvrede te sluiten. Het was een persoonlijk initiatief van Albert, niet gedekt door zijn regering.

Op 24 november 1915 vond in Hotel Baur en Ville, een van de chicste hotels van Zürich, in het neutrale Zwitserland, het eerste van een reeks ultra-geheime gesprekken plaats tussen een Duitser en een Belg. Hun gemeenschappelijke band was koning Albert I van België.

De Duitser was graaf Hans zu Törring Jettenbach. Deze edelman met vrij progressieve ideeën was lid van het Beierse parlement en getrouwd met een zuster van Alberts vrouw koningin Elisabeth, die een Beierse prinses was.

De Belg was professor Emile Waxweiler, directeur van het bekende Solvay-Instituut voor Sociologie van de Brusselse universiteit. Hij was een persoonlijke vriend en een informele raadgever van Albert. Het was de koning zelf die Maxweiler naar Zürich had gezonden.

De gesprekken gingen over niets minder dan over het beëindigen van de oorlog, althans wat België betrof.

Links graaf Hans zu Törring Jettenbach, rechts Emile Waxweiler

Graaf Törring had al een half jaar daarvoor een brief geschreven aan zijn schoonzuster Elisabeth, waarin hij een gesprek over een “familieaangelegenheid” vroeg.

Albert, die veel achting had voor Törring, reageerde positief. Omdat een persoonlijke ontmoeting met de koning niet mogelijk leek, stelde Elisabeth in haar antwoord voor dat hij in het neutrale Zwitserland een vertrouwenspersoon zou ontmoeten.

Waxweiler, een vermaard socioloog en statisticus, was daarvoor de aangewezen man. Hij was zeer intelligent en sprak Duits (zijn familie was van Duitse oorsprong), maar bekleedde geen officiële functie. Boven alles genoot hij het volle vertrouwen van de koning.

Dit alles bleef strikt geheim. De brieven werden vermoedelijk bezorgd door familieleden, zoals Elisabeths tante Aldegonde van Bragança, die op bezoek kwam bij het koningspaar in De Panne.

Hotel Baur en Ville in Zürich

De Belgische regering weet van niets

Toen Albert eind oktober Waxweiler in De Panne ontbood om over deze missie te praten, waren noch de regering, noch ’s konings entourage op de hoogte.

Albert had voor de gelegenheid zijn secretaris weggestuurd. Alleen zijn militaire adviseur en vertrouwensman, majoor Galet, was in het geheim betrokken.

Törring handelde in overeenstemming met de Duitse regering (hij had vooraf hierover met de rijkskanselier gesproken), al gaf hij in het begin de indruk dat hij in eigen naam sprak.

Langs Belgische kant wist de regering van niets. Begrijpelijk, want ze zou er zich wellicht tegen hebben verzet. Maar minder begrijpelijk als men beseft dat de koning volgens de Belgische grondwet geen politieke daden kan stellen zonder dat een minister die “dekt”.

De Belgische regering in Le Havre, premier Charles de Broqueville is de derde van rechts

De koning en zijn ministers waren het erover eens dat Duitsland een vijand was die het neutrale België was binnengevallen. België had het recht en de plicht zich daartegen te verdedigen.

Voor de Belgische regering betekende dat de Belgen aan geallieerde zijde moesten blijven vechten tot de overwinning.

Maar Albert meende dat de oorlog zo bloedig verliep dat er geen echte overwinnaars zouden zijn. Een geallieerde overwinning zou er bovendien komen door de herovering van België, en dat zou gepaard kunnen gaan met grote verwoestingen van het land.

Voor de koning moest er daarom liever gestreefd worden naar vrede door een compromis. Het gonsde in het najaar van 1915 trouwens van speculaties over zo’n compromisvrede en over geheime vredesbesprekingen.

De sfeer was pessimistisch. Alle geallieerde offensieven mislukten, terwijl Duitsland en zijn bondgenoten de Russen steeds verder terugdreven en Servië veroverden.

De koning vond het daarom gepast om minstens te peilen naar Duitse vredesvoorstellen, ook al kon hij niet in zijn eentje vrede sluiten.

De koning decoreert verdienstelijke Belgische soldaten (collectie Egide Wouters)

België moet neutraliteit opgeven

De eerste ontmoeting tussen Toerring en Waxweiler, op 24 en 25 november 1915, leverde niet veel op. De Belg verklaarde dat er alleen over vrede sprake kon zijn als België opnieuw een volledig onafhankelijk en neutraal land zou worden.

De Duitser zei dat neutraliteit tot het verleden behoorde en dat België juist een toekomst had in een nauwe band met het Duitse Rijk.

Toen ze elkaar op 27 november in Zürich terugzagen, had Törring concrete voorstellen op zak - die door de regering in Berlijn waren opgesteld.

Deze hielden in dat België zijn neutraliteit zou opgeven en aan Duitsland het recht gaf troepen door te laten (precies datgene wat België bij het begin van de oorlog geweigerd had).

Duitsland zou ook het recht krijgen om bepaalde delen van België te bezetten (daarbij werd vooral aan de kust gedacht). Het zou mogen deelnemen aan het bestuur van bepaalde spoorlijnen en van de haven van Antwerpen.

Volgens dezelfde voorstellen zou België een soort economische unie met Duitsland moeten vormen. Ten slotte zou Duitsland een stuk Belgisch grondgebied aan zijn grenzen mogen annexeren.

België zou in ruil bepaalde stukken krijgen in het grensgebied van Frankrijk (zoals Roubaix en Tourcoing) en mogelijk zelfs van het neutrale Nederland (in de eerste plaats Zeeuws-Vlaanderen).

Propaganda-postkaart: "Het kleine België zal niet wijken voor Duitsland" (collectie Liberaal Archief)

Tegenvoorstellen

Met deze voorstellen op zak ging Waxweiler opnieuw Albert opzoeken. Deze stelde toen een persoonlijke brief voor Elisabeths schoonbroer op, waarin hij herinnerde aan zijn grondwettelijke eed om “’s lands onafhankelijkheid te handhaven en het grondgebied ongeschonden te vrijwaren”.

Bij de derde ontmoeting in Zürich, op 5 en 6 januari 1916, bracht Waxweiler niet alleen deze brief mee, maar deed hij ook mondeling enkele tegenvoorstellen. Daaruit blijkt dat Albert bereid was op bepaalde voorstellen in te gaan.

Als – en alleen als - België als onafhankelijk en soeverein land zou worden hersteld, zou het bereid zijn een soort bondgenootschap met Duitsland aan te gaan, waarbij Duitse troepen de vrije doorgang kregen.

België wilde geen grondgebied afstaan er vroeg ook geen grondgebied bij. Daarenboven werd er van Duitsland een fikse schadevergoeding gevraagd voor al het leed dat het land was overkomen.

Links de Duitse kanselier Theobald von Bethmann Hollweg. De Duitse voorstellen die via Törring werden doorgegeven weken niet af van de minimum oorlogsdoelstellingen die de kanselier had geformuleerd na de Duitse inval in 1914

Op 25 en 26 februari 1916 ontmoetten de Duitser en de Belg elkaar voor het laatst, opnieuw in Zürich. Intussen was de situatie veranderd.

Vlak daarvoor, op 14 februari, had de Belgische regering plechtig verklaard dat België zou blijven strijden aan de zijde van de geallieerden tot “de triomf van het recht” zou plaatsvinden.

Tegelijk beloofden Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland dat ze geen vrede zouden sluiten voordat de België in zijn onafhankelijkheid zou zijn hersteld en ruimschoots vergoed zou zijn voor de geleden schade.

Het was duidelijk dat België geen toenadering tot Duitsland zocht. Koning Albert was niet gelukkig met deze verklaringen, maar de Duitsers dachten dat hij dubbel spel speelde.

Hoe dan ook had Törring niets verder te bieden aan Waxweiler. Duitsland zag geen andere toekomst voor België dan als een Duitse vazalstaat.

Merkwaardig was ook de Duitse suggestie dat Albert zich misschien gevangen kon laten nemen door de Duitsers, iets waar Waxweiler alleen maar om kon lachen. “Zoals te verwachten keer ik terug zonder koning Albert in mijn koffer te hebben”, schreef Törring aan de Duitser regering.

Albert en Elisabeth op de Korenmarkt in Gent bij de Bevrijding, november 1918 ( archief Koninklijk Paleis)

Een goed bewaard geheim

De twee onderhandelaars spraken af om elkaar in mei opnieuw te ontmoeten, maar Albert vond verdere gesprekken nutteloos.

Het was intussen duidelijk dat er geen compromisvrede zou komen. Integendeel, de Britten en de Fransen lieten Albert weten dat er in 1916 een groot offensief zou komen.

Bovendien circuleerden er geruchten over geheime onderhandelingen. Bepaalde extreem-Belgicistische kringen – vooral de krant “Le XXème siècle” - verweten de koning te weinig sympathie voor de geallieerde zaak en herinnerden aan de Duitse oorsprong van het koningshuis…

De krant "Le XXe Siecle" meldde op 20 februari 1916 dat er in het Britse parlement vragen waren gesteld over Duitse vredesvoorstellen aan België. Blijkbaar was er toch iets uitgelekt.

De Belgische regering, die van niets wist, ontkende formeel.

Emile Waxweiler stierf kort daarna, op 26 juni 1916, in Londen, waar hij door een bus was overreden. Hij zou zijn geheim in zijn graf meenemen. Ook graaf Törring en koning Albert zelf zouden er nooit iets over vertellen.

Pas in de jaren 60 raakten de geheime gesprekken bekend, toen de aantekeningen van Albert I werden gepubliceerd. Het was een ware schok, want deze onthullingen pasten niet met het beeld dat men van de “Koning-Ridder” had gehad.

Zo uitzonderlijk waren deze gesprekken niet. Er waren rond dezelfde tijd meerdere pogingen van Duitse zijde om contacten te leggen met Rusland en zelfs met Frankrijk. Later in de oorlog zou de Oostenrijkse keizer Karel nog veel verdere stappen ondernemen om tot een compromisvrede te komen.

Nogal wat van die démarches verliepen via vorstelijke en adellijke verwantschappen tussen de oorlogvoerende lande. Het zou de laatste keer in de geschiedenis worden dat dynastieke banden een dergelijke rol speelden, want op het eind van de oorlog verloren veel vorsten hun troon.

Prinses Sophie van Beieren, de zus van koningin Elisabeth, en haar man en tussenpersoon, graaf Hans zu Törring Jettenbach

lees ook