We krijgen meer controle over onze eigen internetgegevens

Internetgebruikers krijgen meer controle over hun persoonlijke gegevens. Dat staat alvast in een Europees principeakkoord over nieuwe regels voor databescherming. Ook "het recht om vergeten te worden" door zoekmachines is deel van het akkoord. De privacycommissie reageert positief op het nieuws. Staatssecretaris Tommelein wil niet op Europa wachten.
AP2013

Het centrale uitgangspunt van het akkoord is dat u en ik meer controle krijgen over onze persoonsgegevens. Concreet zullen internetgebruikers hun persoonlijke gegevens kunnen meenemen als ze overstappen naar een ander internetprovider. Ook het zogenoemde "recht om vergeten te worden" door zoekmachines als Google is opgenomen in het akkoord. Persoonlijke data kunnen dus verwijderd worden.

Bedrijven als Google of Facebook zullen bovendien expliciet toestemming moeten vragen om je persoonsgegevens te gebruiken en hun producten "privacyvriendelijk" maken. De regels gelden zowel voor Europese als Amerikaanse bedrijven. Bij een overtreding van de regels, riskeren ze een boete tot 4 procent van hun jaaromzet. Bedrijven zullen zich tot één privacytoezichthouder kunnen richten.

Over de leeftijd waarop minderjarigen zonder toestemming van een ouder een profiel kunnen aanmaken op sociale media komt er geen algemene regel. Lidstaten mogen zelf de leeftijdsgrens trekken tussen 13 en 16 jaar.

Privacycommissie positief

Bij de Belgische Privacycommissie wordt positief gereageerd op het feit dat een uitdrukkelijke toestemming van de surfer nodig zal zijn voor het verwerken van persoonsgegevens. "Vroeger werd soms gezegd dat het bezoeken van een webpagina voldoende was, maar dat is allemaal weggeveegd", zegt een tevreden Willem De Beuckelaere van de Privacycommissie.

Toch is hij niet onverdeeld gelukkig. Zo noemt De Beuckelaere het een gemiste kans dat er geen eengemaakte Europese privacywaakhond komt. "We blijven dus met 28 privacycommissies zitten", zegt hij daarover. "Pluspunt is wel dat er een Europese raad komt van privacyinstanties die bindende beslissingen kunnen nemen."

Tommelein wil niet wachten

De afgelopen maanden hebben de Europese Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement intensief onderhandeld om voor het einde van het jaar een akkoord bereiken. Het nieuwe principeakkoord zal de bestaande privacyregels vervangen. Die dateren uit 1995, toen het internet nog in zijn kinderschoenen stond. Het akkoord moet de grote onderlinge verschillen tussen de 28 EU-lidstaten wegwerken.

De nieuwe regelgeving treedt ten laatste tegen 2018 in voege. Daarvoor moeten het Europees Parlement en de Europese Raad nog formeel het licht op groen zetten. Bevoegd staatssecretaris Bart Tommelein (Open VLD) is alvast niet van plan om daarop te wachten. Hij zal de bevoegdheden van de Privacycommissie uitbreiden, zodat die meer slagkracht krijgt en naar een pro-actief oordelend orgaan evolueert.

"Aangepaste Europese privacywetgeving was dringend nodig", zegt Tommelein. "De Europese privacywetgeving versterkt de rechten van de Europese burgers en geeft bedrijven meer rechtszekerheid. Een goed evenwicht tussen privacy en economie is belangrijk". Volgens de staatssecretaris werden de meeste van de Belgische prioriteiten meegenomen in het akkoord.

Jonas Roosens