26 doden bij gevechten in Turks-Koerdistan

In het zuidoosten van Turkije zijn er bij acties van het leger en de politie zeker 26 jongeren gedood. Volgens Ankara zijn het aanhangers van de Turks-Koerdische rebellenbeweging PKK. Het conflict tussen Turken en Koerden is de voorbije maanden opnieuw in alle hevigheid losgebarsten.

Volgens het leger zijn er 10.000 militairen en politieagenten betrokken bij de operaties die zich vooral afspelen in de streek rond de steden Cizre en Silopi. Daarbij zijn ook tanks ingezet.

In die steden hebben jongeren barricades opgeworpen en hele wijken afgezet. De regering zegt dat ze "de bevolking intimideren" en wil "de vrede en de orde herstellen". Daarbij zouden 2.200 vuurwapens en meer dan 10.000 explosieven zijn buit gemaakt. Dinsdag zijn drie politieagenten gedood bij een bomaanslag die wordt toegeschreven aan de Koerdische afscheidingsbeweging PKK.

Toch is het niet duidelijk of de protesterende jongeren ook handelen voor de PKK. Sinds de heropening van de vijandelijkheden deze zomer komt het in het zuidoosten van Turkije geregeld tot incidenten tussen mensen van Turkse en Koerdische afkomst. Ook kantoren van de -nochtans legale en in het parlement vertegenwoordigde pro-Koerdische partij HDP- worden daarbij het doelwit.

De Turkse regering belooft "om de terroristen van de PKK uit te roeien". De onrust heeft zich ook uitgebreid naar andere plaatsen in Turkije. Zo waren er gisteravond protestbetogingen van Koerden in Istanbul en vandaag was er vreedzaam protest nabij het parlement in de hoofdstad Ankara.

De voorbije twee jaar was er een bestand tussen de Turkse overheid en de PKK, maar in de zomer is dat afgelopen. Sinds 1984 heeft de strijd van de PKK tegen Turkije al meer dan 40.000 mensen het leven gekost. Beide kampen maken zich schuldig aan wreedheden.