De risico's van een nieuwe burgeroorlog in Burundi

Al sinds april staat het Centraal-Afrikaanse land Burundi onder hoogspanning. Alles is begonnen met een protestbeweging tegen de kandidatuur van president Pierre Nkurunziza voor een derde ambtstermijn. De verkiezingen hebben geen soelaas gebracht, want het land zakt steeds verder weg in een spiraal van geweld tussen ordediensten en gewapende rebellen. In zo'n chaos dreigen de demonen van een nieuwe etnische slachtpartij opnieuw de kop op te steken.

De onrust in Burundi begon met een verhaal dat een klassieker wordt bij Afrikaanse presidenten die de macht niet graag opgeven: de grondwet aanpassen of zo interpreteren dat je langer kan aanblijven.

Regeringspartij CNDD-FDD (Conseil National pour la Défense de la Démocratie-Forces pour Défense de la Démocratie, nvdr.) had president Pierre Nkurunziza naar voren geschoven als kandidaat, maar volgens de oppositie is dat in strijd met de grondwet, die stipuleert dat een president maar twee ambtstermijnen mag aanblijven. Klopt niet, klonk het bij de regeringspartij: omdat Nkurunziza voor zijn eerste legislatuur door het parlement is aangeduid, is dat grondwetsartikel niet van toepassing.

Nkurunziza is voor zijn eerste ambtstermijn inderdaad niet rechtstreeks verkozen door de bevolking, maar gekozen door het parlement. Die procedure stond beschreven in het vredesakkoord van Arusha, dat een eind heeft gemaakt aan tien jaar burgeroorlog in het land.

Als je die redenering doortrekt, betekent dat inderdaad dat Nkurunziza er nog een termijn kan aan breien, maar het lijkt wel erg op een staaltje constitutionele spitstechnologie om de machthebbers nog eens vijf jaar aan de macht te houden.

De president blijft, de crisis ook

Hoe dan ook: in juli won Nkurunziza de presidentsverkiezingen en een maandje later kon hij de eed afleggen als staatshoofd. Maar de verkiezingen hebben geen rust gebracht, integendeel. Een aantal medestanders van de president en enkele oppositiefiguren werden het doelwit van een moordaanslag of werden ontvoerd. Geregeld is er sprake van aanvallen door gewapende rebellen, gevolgd door represailles van de ordediensten.

De voorbije maanden zijn in Burundi al honderden dodelijke slachtoffers gevallen. Zo'n 200.000 burgers zijn naar de buurlanden gevlucht. In de straten van de hoofdstad Bujumbura heerst dezer dagen een klimaat van angst, waarbij niemand nog weet wie zijn vriend of zijn vijand is.

In dergelijke omstandigheden is nieuw etnisch geweld tussen Hutu's en Tutsi's niet ondenkbeeldig. Op dat vlak heeft Burundi overigens een zekere traditie, want de afgelopen decennia kwam het wel vaker tot slachtpartijen tussen de Hutu-meerderheid en de Tutsi-minderheid. Daarbij vielen telkens tienduizenden of zelfs honderdduizenden doden.

"We stellen vandaag een duidelijke manipulatie van de etniciteit vast, zowel door regering als oppositie", zei Adama Dieng van de Verenigde Naties eerder deze maand tegen de Britse omroep BBC. Dieng is adviseur voor de preventie van genocide bij de VN. "Wij weten dat etniciteit kan worden gebruikt om mensen te verdelen en haat tussen hen te zaaien, met alle tragische gevolgen vandien."

Ongerust, maar onverschillig

De internationale gemeenschap houdt het bij verklaringen: dat het geweld moet ophouden, dat de ontwikkelingshulp wordt opgeschort, dat landgenoten Burundi best verlaten. Van een echte wil om tussenbeide te komen, is geen sprake.

De Verenigde Naties bestuderen de mogelijkheid om een vredesmacht naar Burundi te sturen. Mocht de toestand in het Centraal-Afrikaanse land verder ontsporen, zouden er blauwhelmen van de Monusco-vredesmacht in Oost-Congo naar Burundi worden gestuurd. Die vredesmacht telt 20.000 manschappen, maar heeft in Oost-Congo niet echt spijkers met koppen geslagen.

Paul Kagame, president van buurland Rwanda, sprak vorige maand straffe taal over zijn Burundese collega. "De Burundese leiders zien zichzelf als goden. Elke dag sterven er mensen, lichamen liggen in de straten", aldus Kagame. Bijzonder ironisch klinkt dat, uit de mond van een president die zelf de grondwet in zijn land "op verzoek van het volk" wil laten aanpassen zodat hij in de praktijk onbeperkt aan de macht kan blijven.

De angst regeert aan de oevers van het Tanganyikameer. Hoe lang kan zoiets blijven duren en wat als de vlam in de pan slaat? Sommige waarnemers zien enkele parallellen met de toestand in Rwanda in 1994. Ook toen waren er maandenlang ongunstige voortekenen en leidde de aanslag tegen een president tot een etnisch bloedbad.

De Afrikaanse Unie geeft te kennen geen nieuwe genocide in Burundi te zullen dulden. Een duidelijke boodschap lijkt dit, maar wat betekent die in de praktijk?