Over vallen en opstaan, 1 jaar sluiting Ford - Marc Lens

18 december 2014 zullen we hier in Limburg niet snel vergeten. Die dag rolde de laatste Ford van de band in Genk. Het stadsbestuur organiseerde samen met Radio 2 Limburg De Luidste Post. Om klokslag halféén weergalmde een luid kabaal op het Stadsplein van Genk. Live op de radio… een laatste eerbetoon aan de duizenden Fordwerknemers. Die keerden intussen in alle stilte naar huis terug….

Marc Lens is eindredacteur en reporter bij Radio 2 Limburg.

Nu een jaar later weerklinken vooral de statistieken. Van de 5946 werknemers van Ford en zijn toeleveranciers hebben er intussen 2209 werk. Een iets grotere groep - 2246 om precies te zijn - wil graag werken maar zit nog altijd thuis. En de overige 1501 mensen volgen een opleiding, werken deeltijds of zijn SWT’er (die vreemde verbloemende afkorting voor bruggepensioneerd). Wat soms vergeten wordt, achter elk van deze cijfers zitten mensen. Met hun verdriet, hun kwaadheid, hun machteloosheid maar met ook hun fierheid, hun hoop, hun veerkracht. Ik kon er vijf van hen een jaar volgen. Het begon met een reportagereeks die ik opnam in de laatste weken dat Ford-Genk nog produceerde. Ik vroeg Jean, Patrick, Gerwin en zijn vrouw Cindy, Mehmet en Tony of ik hen een jaar later opnieuw mocht opzoeken. Ik wilde weten wat zo’n gigantische fabriekssluiting met een mens doet.

Tussen kraken en breken: veerkracht

Neem nu Patrick, 57 jaar, net zo jong als ik, die heel zijn leven bij Ford werkte. Van de schoolbank naar de band, in één vloeiende beweging. Vorig jaar verklapte hij me dat bij hem thuis aan de muur het woord ‘weg’ hing. Weg van hier, weg uit België, dat was zijn antwoord op de sluiting. De mobilhome stond al klaar. Rondtrekken in Spanje en zo geld uitsparen, dat was zijn plan. Maar tussen droom en daad staan veel praktische bezwaren, al was het maar dat je geen uitkering krijgt als je permanent in het buitenland vertoeft. En dus heeft Patrick zijn droom aangepast. Hij werkt nu als vrijwilliger in een Hasselts rusthuis en brengt in het Ziekenhuis Oost-Limburg patiënten naar de revalidatieruimte. Een paar keer stond hij op weg naar het ZOL in Genk, op een lege Fordparking. De macht van de gewoonte… Eigenlijk had Patrick liever een betaalde job gehad, taxichauffeur of postbode maar de werkgevers zien hem “als een opa”.

Mehmet is tien jaar jonger en kan binnenkort wel aan de slag. Als sociaal assistent nog wel. Toen de sluiting in 2013 werd aangekondigd, twijfelde Mehmet geen moment en trok naar de sociale hogeschool in Heverlee. Daar is hij voor de veel jongere medestudenten een ervaringsdeskundige – ontslagen arbeider, Turk, moslim – ze leren veel van hem. Stage loopt hij bij de CM Limburg. De ramen in het hoofdkantoor van de CM staan symbool voor zijn transformatie. “ Vroeger werkte ik acht uur lang in kunstlicht, afgesneden van de wereld ”, filosofeert hij “ en nu kan ik door de ramen de wereld zien”. Als ik hem vraag of hij destijds niet de verkeerde studiekeuze maakte, antwoordt hij zonder zelfbeklag : “ Mijn vader wilde dat ik technicus werd en uit de mijnen wegbleef. Ik heb gedaan wat mijn vader vroeg”. De technicus in Mehmet zal nooit verdwijnen. Als hij bij de CM een lichtarmatuur ziet hangen, vraagt hij zich onmiddellijk af of die wel veilig bevestigd is.

Gerwin had ook grootste plannen. Net als Mehmet begon hij na de bekendmaking van de sluiting met een herscholingscursus. Hij wilde een nieuwe carrière beginnen als human resources manager met een diploma payroll er bovenop. Maar Gerwin is 55 en botst tegen zijn eigen leeftijdgrenzen. Al zijn sollicitaties houdt hij nauwgezet bij in een excel-bestand. Ik krijg het te zien als ik hem thuis opzoek. 155 sollicitaties staan er op, 67 keren kreeg hij een njet, 36 keer belandde hij op een werfreserve, 40 keer kwam er geen antwoord en enkele keren kreeg hij een uitnodiging maar liep het spaak op zijn leeftijd. Zijn jongere vrouw die ook bij Ford werkte, is wel aan opnieuw aan de slag. Gerwin heeft de statistieken tegen maar blijft hopen.

Tegen Tony is geen enkele statistiek opgewassen. Toen ik hem een jaar geleden op een miezerige en koude novemberdag op de parking van Ford stond op te wachten, blaakte hij al van zelfvertrouwen. Hij was begonnen met een opleiding rij-instructeur en met zijn vriendin ging hij het eerste hondenhotel van Genk uitbouwen. Nu een jaar later ontmoet ik hem op de bouwwerf van wat binnenkort dat hondenhotel moet worden. Het is de droom van zijn vriendin waar een groot deel van zijn Fordcenten in geïnvesteerd zijn. De opleiding rij-instructeur ligt bij gebrek aan tijd even stil want overdag werkt hij bij een tuinbedrijf. Zwaar werk moet hij toegeven : “want bij Ford mocht je maximum 15 kilogram heffen volgens het arbeidsreglement, een zak betonmix weegt 40 kilogram”. Tony rijdt bijna dagelijks langs de desolate Fordfabriek en stoort zich mateloos aan het Fordembleem dat daar nog altijd boven de parkeerwoestijn uittorent. Een doorn in het hart van vele ex-werknemers denkt hij.

Het echte Ford-monument

Ik heb mijn hart verloren aan een ander Fordmonumentje met de wat bombastisch naam “technologie voor een betere wereld”. Het was het levenswerk van Jean Corthouts en enkele andere kunstminnende Fordarbeiders. Ze maakten het uit erkentelijkheid omdat de directie hen toeliet om na de uren te schilderen, te tekenen,… Toen ik de hoogbejaarde Jean vorig jaar wilde interviewen, stond ik eerst voor een gesloten deur. Jean was in allerijl naar het ziekenhuis gebracht. Hij belde me zelf op met het verzoek om hem in het ziekenhuis te komen interviewen. Hij wilde me naar eigen zeggen “ alles vertellen over Ford en zijn kunstkring”, voor het te laat was. Ik heb hem beleefd verzocht eerst en vooral te rusten.

En toen ik hem enkele weken later toch thuis kon interviewen, heeft hij urenlang de lof gezongen van Ford Genk tijdens die pioniersjaren. Enkele maanden later overleed Jean en op een postume vernissage van zijn schilderijen hoorde ik een schepen van Genk vertellen dat Jean in zijn laatste levensdagen nog heel wat deuren had platgelopen om een nieuw plaatsje te vinden voor “zijn” monument. Het staat nu wat verscholen aan het kantoor van Haven Genk,… in een doodlopende straat. Jean had een betere plaats voor ogen, het Thorpark op de voormalige mijnsite van Waterschei, waar nu gebouwd wordt aan een nieuwe economische toekomst voor Genk en … aan technologie voor een betere wereld.

lees ook