Rwandezen stemmen over langere ambtstermijn Kagame

In het Centraal-Afrikaanse land Rwanda wordt een referendum gehouden over de grondwetswijziging, die overigens al door het parlement is goedgekeurd. De wijziging slaat op een aantal artikels. Daardoor kan president Paul Kagame in principe nog aanblijven tot in 2034, terwijl de ambtstermijn van zijn opvolgers beperkt zal blijven tot twee keer vijf jaar.
AP2014
Archieffoto

"Gaat u akkoord met de grondwet van de Republiek Rwanda zoals deze in het jaar 2015 is gewijzigd?": de Rwandezen mogen zich uitspreken over een beslissing die eigenlijk al is genomen. Het parlement heeft in november al verschillende artikels van de uit 2003 daterende grondwet gewijzigd.

De cruciale veranderingen slaan op de artikels 101 en 172 die de 58-jarige Kagame de mogelijkheid bieden nog eens 17 jaar aan de macht te blijven. Na Kagame zullen presidenten maximum tien opeenvolgende jaren kunnen aanblijven: twee ambtstermijnen van telkens vijf jaar.

Er bestaat weinig twijfel over dat "ja" het zeer ruimschoots zal halen. De grondwetsherziening wordt voorgesteld als een initiatief van de bevolking. Via een petitie hadden 3,7 miljoen Rwandezen gevraagd dat Kagame aan de macht zou blijven nadat zijn mandaat in 2017 afloopt. Dit is het laatste dat de huidige grondwet toelaat.

Bijna alle gehomologeerde politieke partijen in Rwanda staan achter de grondwetsherziening, op de kleine groene Democratische Partij na. Zij voerde echter geen campagne voor "neen" omdat ze de tien dagen tussen de aankondiging van de volksraadpleging en de stemming zelf een te korte periode vindt.

Paul Kagame en zijn Front Patriottique Rwandais zijn al sinds de volkenmoord van 1994 aan de macht in Rwanda. In 2003 en 2010 won Kagame telkens de presidentsverkiezingen, maar van echte valabele tegenstanders was daarbij geen sprake. Mensenrechtenorganisaties klagen aan dat politieke opponenten systematisch worden geïntimideerd of zelfs achter de tralies belanden. Dat overkwam onder meer Victoire Ingabire, die werd veroordeeld wegens "terroristische samenzwering" en "ontkenning van de genocide".