Eerste aanval met fosgeengas in Vlaanderen

In april 1915 lanceren de Duitsers een eerste massale aanval met chloorgas, dat kort daarop ook door de geallieerden wordt gebruikt. Omdat er al snel goed functionerende gasmaskers worden ontwikkeld, gaan zowel de Duitsers als de Geallieerden op zoek naar een krachtiger middel. Zij komen terecht bij fosgeen.

De Duitsers zijn de eersten om fosgeen in de strijd te werpen.Fosgeen is vele malen krachtiger dan het voorheen gebruikte chloorgas. Dat doen ze in mei 1915 aan het Oostelijke front in Polen.

In het Westen zetten ze fosgeen voor het eerst in Vlaanderen in, op luttele afstand van de plek waar zij nauwelijks een half jaar vroeger voor het eerst massaal chloorgas hebben gebruikt. In november 1915 graven de Duitsers ten noordoosten van Ieper 9.300 gasflessen in, die samen 180 ton gas bevatten.

Het gas dat de Duitsers ingraven, bestaat uit een mengeling van 20 % fosgeen met 80 % chloor: dat blijkt volgens de Duitse chemici immers de meest efficiënte combinatie te zijn. Het mengsel is zwaarder dan het voorheen gebruikte zuivere chloorgas, waardoor het dieper in de loopgraven zal dringen.

Britse slachtoffers van een gasaanval, waarschijnlijk met fosgeen, in Fromelles, Frankrijk. Duitse postkaart verstuurd in 1917.

Pas op 19 december blaast de wind in het voordeel van de Duitsers. Om 5 uur in de ochtend worden de gasflessen open gedraaid. Al snel vormt er zich een groen-witte fosgeenwolk van zo’n 15 meter hoog, die langzaam naar de Britse loopgraven drijft.

Jammer genoeg voor de Duitsers zijn de Britten voorbereid : een krijgsgevangen officier heeft hen verteld dat een Duitse aanval op komst is en ook de Duitse troepenbewegingen zijn de Britten niet onopgemerkt voorbij gegaan.

Van bij het begin van de aanval stuiten de Duitsers dan ook op stevig verzet, waardoor de aanval zeker geen succes wordt.

Diverse gasmaskers gebruikt door de verschillende strijdende partijen tijdens de Eerste Wereldoorlog

Op het eerste gezicht ziet fosgeen er vrij onschuldig uit. Het veroorzaakt minder ademnood en hoestbuien dan chloor, waardoor het door de soldaten makkelijker ingeademd wordt.

De schadelijke werking van fosgeen, wordt – afhankelijk van de ingeademde dosis - pas na een aantal uren merkbaar, en dan blijkt hoe gevaarlijk dit gas wel is.

Het slachtoffer wordt kortademig, zijn polsslag verdubbelt en zijn gezicht wordt asgrauw. In zijn longen hoopt zich vocht op, waardoor de borstkas van het slachtoffer in volume bijna verdubbelt. Vanuit zijn longen spuwt de arme soldaat per uur zo’n twee liter geel vocht uit. Langzaam gaat hij ten onder in een verdrinkingsdood, een strijd die tot twee volle dagen en nachten kan duren.

Vermits fosgeen meestal pas na enkele uren zijn vernietigende werk begint, vallen er minder slachtoffers op het slagveld zelf en meer in de militaire verbandposten en hospitalen, waar de getroffen soldaten verzorgd worden. Slachtoffers van een gasaanval behoren tot de moeilijkst te verzorgen patiënten.

De Amerikaanse miljonairsdochter Mary Borden, die als verpleegster in een hospitaal in Vlaanderen werkt, beschrijft de machteloosheid van dokters en verpleegsters : ‘Ondanks al hun ervaring waren zij absoluut niet voorbereid op zalen vol mannen die naar adem snakten, op het verschrikkelijk raspende geluid dat zo kenmerkend was voor hun worsteling, op hun blauwe gezichten en loodkleurige huid, en op het ergste van alles, hun doodsangst als in hun longen het vocht hoger en hoger kroop, tot het moment dat zij erin stikten.’

Tekening uit een Amerikaanse medische atlas uit 1918 van een fosgeen-slachtoffer: " de cyanotische kleur van lippen en oren wijzen op een intens zuurstoftekort, de spierspanning rond de neusgaten op een moeizame ademhaling, ....."

Om zich tegen oorloggas te beschermen, rusten de Britten hun troepen in de zomer van 1915 uit met de ‘P-gashelm’, in feite niet meer dan een canvas zak die over het hoofd wordt getrokken, met 2 celluloid glaasjes voor de ogen. Het linnen van de zak is gedrenkt in een chemische oplossing die het chloorgas moet neutraliseren.

Later wordt de Large Box Respirator ontwikkeld, waarbij de lucht gezuiverd wordt in een reservoir dat de manschappen op de rug dragen. Van dat ontwerp wordt al vrij snel een meer compacte versie ontwikkeld - met een opmerkelijk gevoel voor logica de Small Box Respirator genoemd.

Brits voetbalteam, uitgerust met de P-gashelmen, 1916

Australische infanteristen met de "Small Box Respirator", omgeving van Ieper, 1917

Ondertussen ontwikkelen de Duitsers het Gummimaske, dat het hele gelaat bedekt.

Vooraan is een cirkelvormige container aangebracht, waarin een filter en de nodige antistoffen het vijandelijke gas onschadelijk maken, zodat de gebruiker min of meer zuivere lucht inademt.

De container kan losgeschroefd worden en vervangen. Zo kan men snel nieuwe containers aanbrengen, met nieuwe types filters en antistoffen.

Met de M2 ontwerpen de Fransen hun eigen gasmasker, dat ze bijna tot het einde van de oorlog zullen blijven gebruiken.Pas in de zomer van 1918 ontwikkelen zij het A.R.S.- masker (Appareil Respiratoir Spécial), hun eigen versie van het Duitse Gummimaske.

Na de mislukte fosgeenaanval in Vlaanderen voeren de Duitsers pas in april 1916 nabij het Franse mijndorpje Hulluch, ten noorden van Loos, een volgende aanval uit.

In februari 1916 voeren de Fransen hun eerste fosgeenaanval uit nabij Verdun, de Engelsen gebruiken het gas in juni bij hun aanval in de Somme.

In plaats van cilinders worden ondertussen gasgranaten gebruikt, die vanop grotere afstand worden afgeschoten en waarbij het gas veel nauwkeuriger op een bepaalde plaats kan belanden.

Zoals alle soorten munitie hadden gifgasgranaten hun eigen kleur en merktekens. Hierboven de verschillende types Duitse gifgasgranaten, nummer 2 bevat fosgeen.

Naar schatting wordt tijdens de Eerste Wereldoorlog meer dan 36.000 ton fosgeen geproduceerd, min of meer gelijk verdeeld tussen het Duitse kamp en dat van de geallieerden.

Hoewel het pas later gebruikte mosterdgas bij het publiek veel bekender wordt, maakt fosgeen het grootste aantal slachtoffers van alle gassen uit de Eerste Wereldoorlog : van de in totaal 100.000 soldaten die door het gas sneuvelen, sterft ongeveer 85 % door fosgeen.

Waarschuwing aan het Franse front: "Ga hier niet verder zonder een gasmasker mee te nemen"

lees ook