Naar een nieuwe genocide in Burundi? - Peter Verlinden

"Er zijn dringend vredesgesprekken nodig over Burundi. Zolang die er niet komen, blijft de vulkaan verder kolken, met geregeld een opstoot, zoals vorige week, in het slechtste geval alsmaar heviger. Tot de ultieme uitbarsting onvermijdelijk wordt."
© VRT 2008 - Bart Musschoot

Peter Verlinden volgt voor VRT-Nieuws al bijna een kwart eeuw het Gebied van de Grote Meren in Centraal-Afrika.

Zeker 90 doden, vorige week pas, in 24 uur tijd, mogelijk tot drie keer meer: het kleine Burundi, amper zo groot als België met iets meer inwoners lijkt op weg naar een nieuwe (burger)oorlog. Al maandenlang voorspellen zogenaamde "kenners" zelfs een genocide tegen de Tutsi-minderheid naar het model van wat er zich in buurland Rwanda afspeelde in het voorjaar van 1994.

Intussen zijn al zeker 225.000 Burundezen het land uit gevlucht, vooral naar de buurlanden Tanzania en Rwanda. Sinds het begin van de politieke onrust, nu acht maanden geleden, vielen al meer dan 300 doden, mogelijk dus veel meer.

Maar wie zit er eigenlijk achter het wapengeweld in Burundi? En met welke agenda? Een heel klein beetje licht in heel veel Afrikaanse duisternis.

Derde mandaat

De politieke spanning was in Burundi al opgelopen toen eind april de zetelende president Petero Nkurunziza door zijn partij CNDD-FDD voorgedragen werd voor een derde ambtstermijn. Volgens zijn tegenstanders druist dat in tegen de grondwet en tegen het vredesakkoord van Arusha, de basistekst van het nieuwe Burundi van na de oorlog (1993-2000). Maar het Grondwettelijk Hof keurde de kandidatuur goed en in juli werd Petero Nkurunziza zoals verwacht herkozen. Hij verloor dan wel zo’n tien procentpunten in vergelijking met de vorige onbetwiste verkiezingen (2005 en 2010), maar haalde nog wel een ruime meerderheid, bijna 70%.

Maar intussen was er al ruim twee maanden lang betoogd in een vijftal wijken van de hoofdstad Bujumbura. Dat protest werd alsmaar grimmiger en gewelddadiger, van beide kanten: de politie en in mindere mate het leger grepen hard in, er vielen tientallen doden, en tegelijk circuleerden alsmaar meer wapens onder de opposanten. Zelfs in het stadscentrum vielen er doden bij aanvallen met granaten en zwaarder wapentuig door "onbekenden".

Op 13 mei had een kleine groep legerofficieren, met ook een voormalige minister van Defensie, geprobeerd om een militaire staatsgreep te plegen. Bijzonder handig was de president erin geslaagd om terug te keren, omringd door voldoende getrouwen binnen het politieke establishment en de ordediensten. De gevluchte putschisten kondigden daarna aan dat ze voortaan een gewapende strijd zouden voeren tegen het regime Nkurunziza.

Oog om oog

Sindsdien gaat het van kwaad naar erger. Geregeld vallen er doden in en om de opstandige wijken van Bujumbura. Volgens de oppositiegroepen jaagt het regime van Nkurunziza ongenadig op tegenstanders die nergens meer veilig zijn. Maar intussen zijn ook tientallen politiemensen omgebracht en zelfs enkele topfiguren van het huidige regime.

De autoriteiten in Bujumbura wijzen al maandenlang beschuldigend naar buurland Rwanda. Daar bestuurt president Paul Kagame sinds 1994 met ijzeren vuist en krijgt geen enkele kritische stem een kans. De actieve opposanten zitten er in het beste geval in de gevangenis of konden vluchten. In het slechtste geval zijn ze omgebracht, met duizenden in de afgelopen 25 jaar. Naast de vele honderdduizenden burgerdoden door dit regime in de hele regio. Paul Kagame zelf kan overigens, na een herziening van de grondwet, aan de macht blijven tot 2034: nog eens drie mandaten na het tweede dat hij op dit ogenblik afwerkt.

De belangrijkste Burundese opposanten, ook een aantal coupplegers van het voorjaar, hebben onderdak gezocht en gekregen in dit Rwanda. Van daaruit organiseren zij nu het verzet in Bujumbura, onder het toeziend oog van het Rwandese regime. Volgens alsmaar meer accurate rapporten en getuigenissen worden daarvoor Burundese vluchtelingen in hun kampen gerekruteerd, getraind en bewapend, dikwijls gedwongen, om dan als rebellen de oorlog te gaan voeren in het vaderland.

Het jongste rapport van Refugees International, een Amerikaanse hulporganisatie met een uitstekende reputatie, brengt bewijzen dat dit alles gebeurt met actieve medewerking van de Rwandese autoriteiten.

Niet te verwonderen dat de relaties tussen Burundi en Rwanda intussen behoorlijk verzuurd zijn, terwijl Rwanda zich openlijk aandient als "de beschermer van de Burundese bevolking tegen hun moorddadige president" en geregeld suggereert dat het wel eens zou kunnen tussenbeide komen bij de buren.

Meer dan het derde mandaat

Wat er in Burundi aan de hand is gaat dus veel verder dan een politiek protest tegen het, hoogstwaarschijnlijk ongrondwettelijke, derde mandaat van de zetelende president. Dit is een strijd om de macht tussen de heersende elite en een coalitie van opposanten uit verschillende kringen, zowel politieke als militaire, die steun krijgen vanuit het buitenland, vooral van Rwanda.

Die strijd was eigenlijk al begonnen bij de vorige verkiezingen, in 2010, toen de kleinere oppositiepartijen de handdoek in de ring hadden geworpen en de almachtige regeringspartij, de ex-rebellen van CNDD-FDD van president Nkurunziza, ervan beschuldigden de verkiezingen te vervalsen. Internationale waarnemers hadden destijds geen grootschalige verkiezingsfraude ontdekt en zo hadden de opposanten zichzelf feitelijk monddood gemaakt, een hele legislatuur lang.

Het populistische beleid van Petero Nkurunziza maakte hem intussen alsmaar sterker. Het grootste deel van zijn tijd bracht hij door op de heuvels, bij ‘zijn mensen’, met de eeuwige glimlach van de ene opening van een nieuw ziekenhuis naar het volgende schooltje, overigens voor het grootste deel betaald met buitenlands ontwikkelingsgeld, ook Belgisch. Bijna elke keer rondde hij zijn bezoeken af met een partijtje voetbal met de plaatselijke jeugd. Voor de verpauperde bevolking die tegelijk enige verbetering zag op ‘haar heuvel’, hoe bescheiden ook, een verademing in de dagelijkse overlevingsstrijd.

Toen ik een jaar geleden, dus ruim voor de nieuwe onlusten, als bezoeker twee weken lang door Burundi reisde, tot diep in de heuvels, werd snel duidelijk dat ‘le petit peuple’ in grote mate achter zijn president stond.

Tegen dat populisme op de heuvels, waar de overgrote meerderheid van de bevolking en dus van de kiezers woont, kon de stedelijke oppositie in de hoofdstad niets beginnen, al jarenlang niet. De politieke machtsgreep van de president, ‘het derde mandaat’, bood hen dus een unieke kans om de strijd om de macht op een andere manier te voeren, niet in het stembureau maar op straat, eerst zuiver politiek, dan geleidelijk met de wapens, alsmaar meer wapens.

Politieke flater

Waarom heeft president Nkurunziza, door zich kandidaat te stellen voor dat betwiste derde mandaat, zijn tegenstanders die buitenkans geboden om een terechte politieke strijd te voeren? Waarom bezorgde hij de oppositie op die manier een nieuwe geloofwaardigheid? Want zijn almachtige partij, de voormalige rebellenbeweging, zou toch ook zonder hem als ‘nummer één’ de verkiezingen vlotjes gewonnen hebben.

Volgens de top van het regime, zijn directe entourage, weliswaar alleen in vertrouwelijke gesprekken, moet Petero Nkurunziza wel president blijven omdat hij de enige is die het leger voldoende onder controle kan houden en zo de macht van de partij en vooral van de heersende elite veilig kan stellen. Want het Burundese leger blijft de achilleshiel van de Burundese samenleving.

Ruim twintig jaar geleden, in oktober, waren het legerofficieren die de pas democratisch verkozen president Melchior Ndadaye vermoord hadden. Tegen dat leger had Nkurunziza met zijn rebellen daarna een zware strijd uitgevochten. Het ‘nieuwe Burundese leger’, het huidige leger dus, was er pas na de vredesakkoorden gekomen, door een samensmelting van de ‘oude militairen’ met de ‘nieuwe rebellen’.

De ‘oude’ grotendeels Tutsi, de etnische minderheid, de ‘nieuwe’ grotendeels Hutu, de etnische meerderheid. De militaire macht werd volgens de vredesakkoorden wel netjes verdeeld: voor de helft Hutu-officieren, voor de helft Tutsi-officieren. Op een soortgelijke manier kwamen er ook etnische quota in de politiek en de staatsinstellingen. Dat unieke systeem, overigens geïnspireerd op het Belgische federale model, leek de ultieme vondst om de etnische tijdbom onder de Burundese staat eindelijk te ontmijnen.

Maar die opgelegde machtsdeling liet ook littekens na, soms zelfs open wonden.

Strijd om de macht

Geleidelijk vervaagde dan wel de etnische component in de cenakels van de macht, toch slaagden de heersende elites én zij die de macht hadden moeten afstaan, er niet in om zich ten volle te verzoenen met een systeem dat elke ‘almacht’ van één groep moest uitsluiten. Het ‘delen van de macht’ blijft in een doodarm land als Burundi bijzonder precair. Want ‘delen van de politieke macht’ betekent feitelijk ook het delen van de schaarse middelen van de staat. Als er weinig te verdelen valt, dan valt het des te moeilijker voor de machthebbers om iets over te laten voor de anderen.

Tegelijk kijken die anderen, de opposanten, dan nog meer begerig naar wat ze niét te pakken krijgen: de macht en de middelen. En als de strijd oplaait, hebben de heersende elites nog meer dan anders de neiging om àlle macht naar zich toe te trekken, zoals nu gebeurt.
Zo schuilt achter de strijd om het ‘derde mandaat’ dus veel meer dan een grondwettelijke betwisting. Feitelijk gaat het om de strijd om de macht over het land, ook door buurland Rwanda dat liefst een ‘bevriend regime’ aan de macht ziet aan zijn zuidgrens.

Brussel

Vandaar dat de Rwandese betrokkenheid zo gevaarlijk is. Want als het Rwanda van Kagame, dat overigens zelf absoluut niet uitblinkt in democratische prestaties, wel integendeel, zich ten volle schaart achter de nu gewapende Burundese opposanten, dan pas kan de politieke Burundese strijd ontaarden in een regionale oorlog met niet enkele honderden maar vele duizenden dodelijke slachtoffers en een veelvoud aan vluchtelingen.

Dat voorkomen, en wel heel snel, zou de topprioriteit moeten zijn van de internationale diplomatie. De sleutel om de Burundese tijdbom onschadelijk te maken ligt dus én in Bujumbura én in Kigali. En een heel klein beetje in Brussel, waar ook enkele sleutelfiguren van de oppositie tegen Petero Nkurunziza en zijn partij zich teruggetrokken hebben. Ook ons land zou daar een rol kunnen in spelen, door te bemiddelen en bruggen te slaan. Het vertrouwen in ‘de Belgen’ blijft bij vele Burundese topfiguren immers nog altijd overeind, ondanks wat harde woorden de afgelopen maanden.

Toch zal het regime in Bujumbura pas bereid zijn om écht te praten over een nieuwe duurzame vrede in Burundi als het voldoende internationale garanties krijgt dat het Rwandese regime buiten het verhaal blijft en dat de staatsmacht in handen blijft van de partij met de meeste stemmen, zij het met garanties voor de oppositie. Dat heet immers ‘democratie’ … naar uniek Burundees model.

Zolang die gesprekken er niet komen, blijft de vulkaan verder kolken, met geregeld een opstoot, zoals vorige week, in het slechtste geval alsmaar heviger. Tot de ultieme uitbarsting onvermijdelijk wordt.

Meest gelezen