Geen kerstbestanden, geen verbroederingen aan het front

23 tot 29-12-1915: op Kerstmis vorig jaar verbroederden de vijanden aan het westelijk front nog op verscheidene plaatsen, maar daar is nu bij de troepen niets van te merken.

Voor de tweede keer wordt Kerstmis in oorlogstijd gevierd. Vorige jaar was er op verscheidene plaatsen van het westelijk front sprake van bestanden, soms gepaard met verbroederingen en feestjes.

Daar is nu weinig van te merken. De officieren kregen bevel dit in geen geval te dulden. Maar ook de houding van de troepen zelf is veranderd.

Voorpagina's van de kersteditie van het Franse tijdschrift Les Annales en het Duitse Daheim. Beginillustratie, het onverwachte kerstgeschenk, vader keert even terug van het front. Tekening uit Le Monde Illustré, 25 december 1915.

Het uitzichtloze karakter van de oorlog heeft veel soldaten verbitterd. Ze hebben kennisgemaakt met gifgas en vlammenwerpers, ze hebben kameraden die werden gedood of verminkt.

Ze hebben verhalen gehoord van slechte toestanden in de krijgsgevangenkampen. De Belgische en Franse soldaten die familie hebben in bezet gebied, weten hoe zwaar het bezettingsregime is.

Toch is er wel sprake van een kerstsfeer. Op de meeste plaatsen is het opvallend kalm aan het front. Dit is duidelijk niet het moment voor zware gevechten.

Kerst aan de IJzer volgens de Franse krant Excelsior, een Duitse misviering in de kathedraal van het Franse Laon op de voorpagina van de Illustrirte Zeitung uit Leipig

De kerstnacht is echt een stille nacht geweest, hier en daar onderbroken door gezang. In een Franse loopgraaf zongen de mannen het kerstlied “Minuit, chrétiens”, waarbij een luitenant op een fluit begeleidde. Daarop werd vanuit de Duitse linies “bravo” geroepen.

De Britse en Duitse troepen hebben grote hoeveelheden pakjes gekregen, die verstuurd werden door allerlei verenigingen die hen willen steunen.

Het is erg druk in Parijs in de buurt van het kantoor waar pakjes voor soldaten aan het front kunnen worden afgegeven (Excelsior, 23-12-1915, BnF Gallica).
Le Petit Journal Illustré zet een Servische familie tijdens de grote terugtocht op zijn kerstvoorpagina (26-12-1915). Volgens Le Rire wil het kerstekind zo snel mogelijk terug naar de hemel als hij ziet wat er rondom hem gebeurt (25-12-1915).

Zware gevechten in de Vogezen

Er is een eind gekomen aan de zware gevechten rond de Hartmannswillerkopf. Dat is een 956 meter hoge top van de zuidelijke Vogezen, op de Frans-Duitse grens.

Er wordt al een jaar om de Hartmannswillerkopf gevochten, maar op 21 december hadden de Fransen een zware aanval ingezet, na bijzonder intense artilleriebeschietingen. De Fransen boekten vooruitgang, maar de dag daarop wisten de Duitsers in een tegenaanval het verloren terrein te herwinnen.

Op de Hartmannswillerkopf krijgsgevangen genomen Duitsers worden afgevoerd (Le Miroir, 9-1-1916, BnF Gallica).

Rond Kerstmis was het kalm, maar de daaropvolgende dagen vielen de Duitsers opnieuw aan, zij het met afnemende intensiteit.

De strijd om de bergtop heeft al aan meer dan 20.000 man het leven gekost, vooral aan Franse zijde. Op 29 december raakte de Frans generaal Marcel Serret levensgevaarlijk gewond.

Op de steile hellingen van de berg is het onmogelijk loopgraven te graven, de Duitsers hebben er gemaakt met dikke boomstammen (Le Miroir, 30-1-1916).

Britse overwinning op het Tanganyikameer

Op het Tanganyikameer, dat de grens vormt tussen Duits-Oost-Afrika, Belgisch-Kongo en (Brits) Noord-Rhodesië, is het tot een heus gevecht gekomen tussen Britse en Duitse oorlogsschepen.

Het Duitse stoomschip “Kingani” werd op 26 december aangevallen door de Britse snelle motorboten “Mimi” en “Toutou”, onder bevel van luitenant-commandeur Geoffrey Spicer-Simson. Beide boten beschikken over een klein kanon en een machinegeweer.

De Kingani op het Tanganyikameer

De “Kingani” had een groter kanon, dat echter alleen in voorwaartse richting kon worden gebruikt, zodat het moest manoeuvreren om te vuren. Maar het schip was veel trager en werd bij verrassing aangevallen.

Na verscheidene keren getroffen te zijn, hees de “Kingani” de witte vlag en gaf de bemanning zich over. Per vergissing is het schip dan nog door de “Mimi” geramd, maar de schade is beperkt.

Het nieuws is bij de Geallieerden met gejuich onthaald als een laat kerstgeschenk.

De "Mimi" wordt tijdens zijn tocht vanuit Kaapstad naar het Tanganyika-meer een helling opgetrokken.

De “Kingani” is met zijn 45 ton (18 m lang) het kleinste schip van het Duitse flottielje dat het grote Afrikaanse meer terroriseert. Het grootste Duitse schip is de 71 m lange “Goetzen”.

De Belgische Force Publique heeft op het meer enkel de tien ton zware rivieraak ‘Dix Tonnes’, met twee kanonnen, plus een paar kleinere boten.

Kaart van de tocht van “Mimi” en de “Toutou” vanuit Kaapstaad en de "Mimi" tijdens een test op de Thames voor het vertrek naar Zuid-Afrika.

De “Mimi” en de “Toutou” zijn elk 12 meter lang en nog maar enkele dagen op het meer actief. Ze werden per schip van Engeland naar Kaapstad getransporteerd en vervolgens per trein naar Fungunume in Katanga.

Vandaar werden ze op een smalspoor naar het Tanganyikameer gebracht, 800 km verdere, getrokken door tractoren, ossen of mensen. Die laatste etappe duurde meer dan een maand en bezorgde Spicer-Simson heel wat problemen. Het overbrengen van de twee boten nam in totaal meer dan een half jaar in beslag.

Spicer-Simsom wilde de boten aanvankelijk “Cat” en “Dog” noemen, maar de Britse admiraliteit wees die namen verontwaardigd af. Toen gaf hij ze Franse troetelnamen voor kat en hond…

Luitenant-commandeur Geoffrey Spicer-Simson aan de oever van het meer.
De “Kingani” werd hersteld en kort daarop door de Britten ingezet voor de verdere strijd op het Tanganyikameer. Onder de nieuwe naam “HMS Fifi” werd dit het eerste Duitse oorlogsschip dat door de Royal Navy werd overgenomen.

Verdrag met de Saoedi’s

De Arabische emir Abdoel Aziz as-Saoed (ook bekend als Ibn Saoed) kiest de kant van de Geallieerden.

Op het eiland Darin in de Perzische Golf tekenden vertegenwoordigers van de Britse regering een pact met de emir, die heerst over de Nedzjed, het centrale deel van het Arabische Schiereiland.

Ibn Saoed behoort tot clan der Saoedi’s, die al bijna twee eeuwen de heerschappij van het Ottomaanse Rijk in Arabië bestrijden. Hun aartsvijanden, de Rasjidi-clan, zijn traditionele bondgenoten van de Ottomanen. Bovendien vormen ze de leidende kracht achter de wahabieten, een strenge, militante tak van de islam.

In het verdrag belooft Ibn Saoed de Rasjidi’s aan te vallen en de Britse protectoraten aan de Perzische Golf – Koeweit, Qatar en de zgn. Verdragskust – met rust te laten. In ruil wordt zijn macht over de Nedzjed erkend.

Ibn Saoed zal voor het eerst grenzen moeten respecteren, hoewel een grens in een woestijngebied weinig betekenis heeft. Het is het eerste verdrag van de Saoedi’s met een buitenlandse mogendheid.

Militaire opstand in China

In China is een militaire opstand uitgebroken tegen het bewind van de pas geproclameerde keizer Juan Sji-kai.

Generaal Tsjai E heeft in de zuidelijke provincie Yunnan een “Nationaal Beschermingsleger” gevormd met als doel de republiek te verdedigen.

Juan Sji-kai (x) tijdens een plechtigheid op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking (The Illustrated War News, 29-1-1915)

Op 23 december eiste hij dat Juan Sji-kai binnen de twee dagen van zijn monarchale plannen zou afzien. Dat is niet gebeurd, en op kerstdag heeft Tsjai E de onafhankelijkheid van Yunnan uitgeroepen, met de steun van de militaire gouverneur van de provincie.

Ook andere generaals hebben dreigende uitspraken naar het nieuwe bewind geuit. De nieuwe keizer heeft al gezegd dat de opstand zal worden neergeslagen.

Militaire parade in Beijing in 1915 (Grant Stereoscopic slides of China)

Frans oorlogskruis voor piloot/bokser

In Frankrijk heeft de piloot Georges Carpentier de "Croix de Guerre" gekregen voor zijn moed en koelbloedigheid.Carpentier is vooral bekend, of beter wereldberoemd, als bokser.

Hij is Europees kampioen in alle categorieën en heeft net voor het uitbreken van de oorlog de titel wereldkampioen zwaargewicht veroverd in Londen tegen Gunboat Smith.

Georges Carpentier, omringd door een enthousiaste menigte net voor zijn laatste kamp in Londen.

Genade voor jonge Gentse vrouw

De Duitse militaire rechtbank heeft Laura Acar, een jonge naaister uit Gent, veroordeeld tot levenslange dwangarbeid. Acar leidde een spionage-organisatie en meerdere leden van die organisatie zijn samen met haar veroordeeld.

In het vonnis, dat in heel bezet België is verspreid, staat dat de vrouw in feite de doodstraf verdiende, maar omwille van haar "jeugdigen ouderdom", heeft de veldkrijgsraad daarvan afgezien.

De executie van een andere vrouw enkele weken geleden, de Britse verpleegster Edith Cavell, heeft zo veel ophef veroorzaakt, dat de Duitsers blijkbaar aarzelen om dat opnieuw te doen.

En in Brugge zijn 6 mannen veroordeeld tot 8 à 10 jaar tuchthuis voor gewelddaden tegen een Duitse soldaat en een poging om een gevangene te bevrijden. Ook dit vonnis is in heel het land bekendgemaakt.