Militaire dienstplicht in Groot-Brittannië

30-12-1915 tot 5-01-1916: Groot-Brittannië heeft beslist de militaire dienstplicht in te voeren. De beslissing lag erg moeilijk, maar was onvermijdelijk geworden.

De Britse regering heeft een wetsontwerp in die zin ingediend bij het parlement.

Het Britse kabinet heeft wel moeite gehad om de langverwachte beslissing te nemen. De liberale minister van Binnenlandse Zaken Sir John Simon was tegen. Hij zou zijn ontslag hebben aangeboden.

Een recruteringsteam van het Britse leger trekt door de straten van Londen (Le Monde Illustré, 22-01-1916).Beginfoto: zogenaamde Derby-vrijwilligers schuiven aan bij een rekruteringsbureau in Londen (The Illustrated War News, 15-12-1915).

Volgens het wetsontwerp kan elke mannelijke Brit tussen 18 en 41 jaar die ongehuwd is of weduwnaar zonder kinderen, voor militaire dienst worden opgeroepen.

De maatregel geldt alleen voor inwoners van Groot-Brittannië, niet voor Ierland. Dat heeft te maken met de grote ontevredenheid onder de Ieren, omdat het beloofde Ierse zelfbestuur is uitgebleven.

Het begin van een protestmeeting tegen de invoering van de dienstplicht in Hyde Park. Le Monde Illustré, die ook de vorige foto publiceerde, contrasteert de geringe opkomst op de meeting met de grote menigte voor de recruteerders

Speciale rechtbanken zullen zich uitspreken over vrijstellingen van legerdienst, zoals in het geval van medische ongeschiktheid, gewetensbezwaren of het uitoefenen van werk van nationaal belang (bijvoorbeeld in de oorlogsindustrie).

Ook bedrijfsleiders zullen beroep kunnen doen op deze rechtbanken als ze bepaalde werknemers niet kunnen missen.

Hoewel de Britten nooit eerder de dienstplicht hebben gekend, komt de maatregel niet echt over als een revolutie. Dienst nemen in het leger wordt nu al als een morele plicht beschouwd. De druk op weerbare mannen om zich vrijwillig te melden, is enorm toegenomen.

Links, een Brits recruteringsbureau volgens het Duitse Lustige Blätter (1915, 748). Rechts, de invoering van de dienstplicht een moeilijke evenwichtsoefening voor minister van oorlog Lord Kitchener; De Wahren Jacob 18-02-1916.

Sinds vorige zomer geldt een systeem waarbij alle mannen die in aanmerking komen voor legerdienst persoonlijk worden benaderd. Het zogenoemde Derby-systeem, is genoemd naar de bedenker, Lord Derby.

Invloedrijke lieden, aangewezen door officiële rekruteringscomités, moeten hen overhalen en hen zo nodig naar het rekruteringsbureau vergezellen.

Dit systeem leverde 300.000 "vrijwilligers" op. Desondanks hebben 38% van de alleenstaande mannen en 54% van de gehuwde mannen die in aanmerking komen, nog altijd geen dienst genomen.

In Victoria Station nemen vrienden en familie afscheid van de militairen, die na een kort Kerstverlof terugkeren naar het front (The Illustrated War news, 5-01-1915).

Frankrijk roept nu al dienstplichtigen 1917 op

Op het hele begin van 1916 roept Frankrijk al de dienstplichtigen lichting 1917 nu al op voor het leger.

Een lichting omvat in principe de dienstplichtigen van het jaar waarin ze twintig worden. Ze moeten normaal vanaf het einde van dat jaar hun militaire dienst beginnen.

"Graag een ticket voor Berlijn. - Welke klasse? - De klasse 17." Uit Le Rire Rouge, 22-01-1916, BnF Gallica.

Door de behoefte aan steeds meer troepen zijn de klassen ook sneller in dienst gezonden. De lichting 1915 werd al in december 1914 opgeroepen en de lichting 1916 in april 1915.

In principe zitten nu alle weerbare mannen geboren tussen 1868 en 1897 in het Franse leger. Door het relatief lage bevolkingsaantal zien de Fransen zich verplicht vrijwel iedereen op te eisen die voor legerdienst in aanmerking komt.

Jongemannen van de lichting 1917 vertrekken vanuit de Gare Montparnasse naar hun opleidingscentra; op de borden staan verschillende plaatsnamen, en op de tekstaffiche, die wordt meegedragen, een oproep om te zwijgen, want misschien luistert de vijand wel mee (Le Monde Illustré, 22-01-1916).

In Duitsland en zeker in Rusland worden er in verhouding veel meer dienstplichtigen vrijgesteld.Om het tekort aan te vullen, rekruteert Frankrijk ook op grote schaal in haar koloniën, vooral in Frans-West-Afrika.

De nieuwe rekruten worden wel niet meteen naar het front gezonden, maar ondergaan eerst een maandenlange opleiding.

Links, de Franse minister van oorlog, generaal Galièni, als een monster die de hele lichting van 1917 opslokt (Lustige Blätter, 1915, 836). Rechts de lichting van 1917 als "onnozele kalfjes die zich voor het nut van de Britten zullen laten afslachten" (Simplicissimus, 14-12-1915).

Geallieerde overwinning in Kameroen

Een Britse troepenmacht onder generaal Sir Charles Dobell heeft op 1 januari Jaunde (Yaoundé) veroverd, de voornaamste stad in het binnenland van Kameroen.

Daarmee is de Duitse kolonie Kameroen vrijwel geheel in Geallieerde handen. Alleen in het noorden zijn er nog Duitse troepen.

Inheemse dragers in Britse dienst trekken een zwaar kanon naar boven ergens in Kameroen (The Illustrated War News, 12-01-1916).

Britse, Franse en Belgische koloniale troepen zijn al anderhalf jaar bezig het enorme gebied te veroveren. Het gaat meestal om groepen van hoogstens een paar duizend gewapende mannen (voor het grootste deel inlanders), vergezeld van dragers.

Frane koloniale troepen uit Senegal "hakken een Duitse strijdkracht in de pan" nabij Edea in Kameroen (The Illustrated War News, 12-04-1915).

Deze beperkte troepenmachten lijden wel zware verliezen: een vijfde van het totaal of meer zijn uitgeschakeld, vooral door ziektes. De gevechten zijn hevig, maar vinden plaats op kleine schaal, een soort guerrilla (de Duitsers spreken van een "Kleinkrieg").

Duitse officieren en Askari's (inheemse troepen) . Der Grosse Krieg im Bildern, 1915.

Consuls Centrale Mogendheden gearresteerd in Saloniki

De Geallieerde troepen in de Griekse stad Saloniki zijn begonnen met het arresteren van onderdanen van de Centrale Mogendheden.

Tientallen Bulgaren, Turken, Duitsers en Oostenrijkers zijn opgepakt, waaronder de consuls van de vier landen. Ze zijn meteen op een schip gezet richting Frankrijk.

Franse militairen voern diplomaten af in Saloniki. Tekening uit het Oostenrijkse Das Interessante Blatt, 13-01-1916.

De Franse bevelhebber in Saloniki, generaal Maurice Sarrail, beval de arrestaties nadat een drietal Duitse vliegtuigen de stad hadden aangevallen.

De vliegtuigen zouden maar weinig schade hebben aangericht. Eén vliegtuigbom doodde een herder en vijf van zijn schapen.

De slachtoffers van het bombardement, de herder en enkele schapen, op de voorpagina van Le Miroir, 30 januari 1916.

Duitsland en zijn bondgenoten hebben al woedend gereageerd. De Griekse regering heeft zelf een protest ingediend bij de Geallieerden, wegens deze nieuwe schending van de Griekse neutraliteit. Veel Grieken zien in het gebeuren een nieuwe poging om hun land in de oorlog mee te sleuren.

Militaire bewaking bij de consulaten van Duitsland, Oostenrijk en Turkije in Saloniki en de aankomst van de aangehouden diplomaten en hun familie in het Franse Toulon. Le Miroir, Parijs, 23-01-1916.

De arrestaties in Saloniki duren intussen voort. Sarrail heeft de krijgswet ingesteld voor de stad, waar intussen al meer dan 200.0000 man Geallieerde troepen zijn geland.

Precies nu is koning Peter van Servië in Saloniki aangekomen. De oude koning was met zijn leger naar Albanië gevlucht. Zijn komst zou er op wijzen dat het Servische leger een nieuwe basis zou krijgen in de Griekse stad.

De aangehouden consuls en hun familie op de boot die hen naar Frankrijk brengt (The Illustrated War News, 2-02-1916).

Drie executies in Charleroi

In Charleroi zijn op 30 december 3 mannen gefusilleerd wegens "krijgsverraad". Ze behoorden tot een netwerk dat Duitse troepenbewegingen per spoor observeerde. Zes andere leden van de groep zijn tot 10 à 15 jaar dwangarbeid veroordeeld.

Ook in Charleroi is op 4 janauari nog een man, Emiel Nicolay, gefusilleerd. Ook hij behoorde tot een netwerk dat het verkeer via het spoor observeerde. Negen medeplichtigen werden tot 2,5 à 15 jaar dwangarbeid veroordeeld.

In Brussel is een netwerk opgerold dat  jonge mannen, die dienst willen nemen in het Belgische leger, hielp het land uit te raken. Het verzamelde ook informatie over Duitse troepenbewegingen, smokkelde brieven het land in en uit, en verspreidde ook 'ophitsende' geschriften.

De leider, Jozef Freyling, een gewezen ambtenaar van het ministerie van Oorlog, is ter dood veroordeeld. Het vonnis is voorlopig nog niet uitgevoerd omwille van de zwakke gezondheid van de man.

Nog eens 21 mensen die met het netwerk meewerkten, zijn tot diverse gevangenisstraffen veroordeeld. Bij hen twee Jezuïeten en twee pastoors uit het Brusselse.

Naschrift: Jozef Freyling overleefde de oorlog en stierf in 1921. De volledige affiche kan u vinden op de Beeldbank van het Gentse stadsarchief.