Kleinkunstzanger Zjef Vanuytsel is overleden

Zanger-architect Zjef Vanuytsel is gisteravond overleden in het ziekenhuis in Leuven. Hij was een van de belangrijkste Vlaamse kleinkunstzangers van de jaren 70, maar omschreef zichzelf liever als een "liedjesmaker" of "Nederlandstalige chansonnier". Vanuytsel is 70 geworden, hij had al een tijd kanker. Hij is vooral bekend van het nummer "De zotte morgen".
BELGA/DIRKX

Vanuytsel combineert zijn architectuurstudie aan Sint-Lucas in Brussel met de muziek. Liedjes schrijven doet hij als student eerst puur als hobby, want hij heeft geen muzikale achtergrond. In 1970 debuteert hij met de lp "De zotte morgen", waarvan 100.000 exemplaren verkocht worden, uniek in Vlaanderen op dat moment. De plaat wordt door muziekkenners een klassieker genoemd. "Als er nu een plaat zou zijn die nooit uit de platenrekken mag verdwijnen dan is het deze", zei Jari Demeulemeester (ex-directeur AB) in 2010.

Het gelijknamige titelnummer "De zotte morgen" is een van de grootste hits van Vanuytsel, maar ook "Houten kop" (rechtstreeks uit het studentenleven gegrepen), "Hop Marlène" en "Ik weet wel mijn lief" (een nummer over zijn vrouw) zijn bekende nummers. Vanuytsel vervult zijn legerplicht (zie video hieronder) nog na de release van zijn debuut en wordt iedere week bekender. Wanneer hij afzwaait, staat zijn agenda vol met optredens tot een jaar later.

Vanuytsel behoort tot de tweede generatie iets stoutere kleinkunstzangers, tussen de pioniers zoals Miel Cools en Vlaamse rockers als Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud. Zijn roots als singer-songwriter liggen naar eigen zeggen zowel in het Franse chanson - Jacques Brel- als in de folk en rock, The Beatles, Bob Dylan... Hij cultiveert het imago van groenlinkse, kettingrokende losbol en treedt op in kleine kroegen.

"Liedjes schrijven is soms zweten"

Zijn liedjes gaan over veel thema's: over de liefde uiteraard, maar hij schrijft ook over maatschappelijke onderwerpen. Ze zijn poëtisch en weemoedig, maar vaak ook grappig. Soms zijn zijn teksten autobiografisch. Zo schrijft hij het lied "Stil in de Kempen" naar aanleiding van de dood van zijn ouders.

"Het is altijd het gevecht met het witte papier", zegt Vanuytsel in 2011 over het schrijven van een song in "De rode loper". "Het idee en de eerste zinnen, die krijg je gratis van ergens. Dan is het de kunst om diezelfde kwaliteit te behouden in de rest van de tekst. Soms is dat zweten en soms loop je tegen de muur van jezelf."

In de jaren 70 brengt hij nog drie albums uit: "Er is geen weg terug", "De zanger" en "De stilte van het land".

Op het toppunt van zijn succes trekt Vanuytsel zich 6 maanden terug, onder meer in de abdij van Westmalle. "Op een bepaald moment kon ik dat tempo niet blijven volhouden", zegt hij in 2003 in een interview met Gazet van Antwerpen. "Optreden, applaus... Je wordt geleefd. Op den duur vroeg ik me af wie ik eigenlijk nog was. Maar echt depressief ben ik nooit geweest. Het werd me allemaal een beetje te veel. Tegen de organisatoren zei ik dat ik bezet was. Ik ben toen ook enkele keren een week in het gastenkwartier van de abdij van Westmalle ondergedoken om me te herbronnen en wat te schrijven. Te midden van al dat succes had ik toen vooral stilte nodig."

Keuze voor de architectuur

In 1983 komt nog het sterk autobiografische album "Tederheid" uit, maar in 1985 kiest Vanuytsel, die ook een gezin met twee kinderen heeft, resoluut voor de architectuur. "Ik wilde ooit weer architect worden, het was ook een downperiode, er was minder interesse (voor het Nederlandstalige lied, nvdr.) en ik had ook wel veel last van de zenuwen", vertelt hij daarover in de talkshow "Zomer 2007" aan Marcel Vanthilt.

Hij ontwerpt onder meer de gemeentehuizen van Bertem en Huldenberg en verbouwt het gemeenschapscentrum De Markten in Brussel. Hij werkt ook mee aan enkele culturele centra waarin hij sporadisch - "bij het begin van het bouwverlof" - wel nog optreedt.

Comeback, met onderbreking

In 2007 wordt zijn oeuvre in een verzamelbox op cd uitgebracht. Het daarop volgende album "Ouwe makkers" (2007), zijn laatste, bevat voor het eerst in 24 jaar nieuw werk. Zijn comebacktournee, met een achtkoppige band, moet hij eind 2008 noodgedwongen afbreken omdat hij een gezwel moet laten verwijderen. In 2009 is hij samen met Yevgueni centrale gast van de Nekka-Nacht in het Sportpaleis in Antwerpen (eerste video hieronder). In 2011 zet hij zijn tournee voort (tweede video hieronder).

Het woord kleinkunstenaar hoorde Vanuytsel zelf niet zo graag. "Ik verkies "liedjesmaker" of "Nederlandstalige chansonnier", zegt hij bij zijn comeback in een interview met De Standaard. "Die woorden dekken een veel grotere lading. Kleinkunst, dat zijn luisterliedjes, nog een woord dat je niet meer hoort."