Beurs New York maakt verliezen grotendeels goed

De aandelen in New York hebben zich grotendeels hersteld van de eerdere verliezen, ondanks de terugval van de olieprijs. De Europese en Aziatische aandelenbeurzen kenden wel een erg slechte dag. De meeste Europese indexen zijn teruggevallen naar het laagste peil in 13 maanden. Ook in het Verre Oosten stapelden de verliezen zich op. Vooral energie- en mijnaandelen krijgen forse klappen.
AP2013

Het slechte nieuws hoeft niet altijd enkel uit China te komen. Vandaag waren de olie- en de mijnsector de oorzaken van beursvrees. De Brits-Nederlandse oliegroep Royal Dutch Shell kondigde aan dat de kwartaalwinst met een kwart zou terugvallen. De mijngigant BHP stuurde dan weer slechte vooruitzichten inzake de ontginning van ijzererts.

Dat leidde in Naw York in de loop van de dag tot forse verliezen, maar later maakten de aandelen die weer grotendeels goed.

De olieprijs kende zijn grootste daling in een dag sinds september en de energiebedrijven leden dan ook flinke verliezen. Exxon Mobil verloor 4 procent en Chevron 3 procent. De prijs van ruwe olie viel onder 27 dollar per vat, de laagste prijs sinds mei 2003.

De Dow Jones verloor 249 punten of 1,6 procent en sloot op 15.766 punten. eerder op de dag was het verlies opgelopen tot 565 punten.

De S&P500 verloor 22 punten, 1,6 procent, en sloot op 1.859. De Nasdaq ging 5 punten lager, 1 procent, en sloot op 4.471 punten.

Het slecht nieuws uit de olie- en mijnsector was voldoende om de aandelen van mijn- en energiebedrijven een forse duik te laten maken. De Londense beurs -waar veel van die internationale bedrijven genoteerd staan- sloot vanavond met een verlies van 3,46%. Parijs sloot met een gelijkaardig verlies. In Frankfurt sloot de DAX 2,82% lager. De Bel-20 stond een groot deel van de dag op een verlies van 3%, maar sloot uiteindelijk toch 2,8% lager.

De Europese beurzen staan nu op het laagste peil in meer dan 13 maanden. De index van mijnaandelen noteert op het laagste niveau in twaalf jaar. De groeivertraging in China en recessie in grote industrielanden zoals Rusland en Brazilië hebben de vraag naar energie en grondstoffen de bodem ingeboord. Dat de sancties tegen Iran vervallen, zal dan wellicht tot nog meer olie op de markt leiden en mogelijk een strijd om marktaandeel tussen grote olieproducenten. Tegelijk is er echter ook bezorgdheid over een geleidelijke vertraging van de Amerikaanse economie, zowat de enige die de voorbije jaren nog flink groeide.

Opvallend is ook de sterkte terugval op de beurs van Milaan met meer dan 5%. Daar is de Banca Monte dei Paschi di Siena met een crash van 18% de oorzaak. Steeds meer klanten halen blijkbaar hun geld weg uit de derde bank van het land en de oudste bank ter wereld. Dat heeft ook de andere bankaandelen in Milaan een klap gegeven.

Vanochtend hadden de Nikkei in Tokio (-3,71%) en de Hang Seng-index in Hongkong (-3,8%) al forse klappen geïncasseerd. In Hongkong stortten vooral de aandelen van bedrijven uit "mainland China" in. Die Chinese noteringen staan nu op het laagste peil sinds maart 2009, dat was in volle crisistijd.

De Chinese staatsoliemaatschappij CNOOC heeft aangekondigd dat ze de productie dit jaar fors gaat terugschroeven. Dat nieuws heeft het aandeel van CNOOC en andere Chinese oliegroepen in Hongkong tot het laagste peil in elf jaar doen dalen.

Ook het Internationaal Energieagentschap (IEA) vreest dat de olieprijzen verder zullen dalen en dat er een vloed aan overtollige olie dreigt. De volgende zes maanden zou er tot 1,5 miljoen vaten ruwe olie per dag te veel worden geproduceerd.

Olie, roebel en peso kelderen

Op de Nymex-beurs in New York is de prijs voor een vat ruwe olie met minstens 5% gedaald tot onder 27 dollar. Enkele dagen geleden werd de kaap van 30 dollar doorbroken.

Ook monetair beweegt er wat. De Russische roebel en de Mexicaanse peso staan op hu laagste peil ooit en de Hongkong dollar op het laagste niveau sinds 2007. Ook de Australische dollar -ook een mijnland- krabbelt achteruit.