Montenegro geeft de strijd op

In deze rubriek geven we een overzicht van de gebeurtenissen tijdens de Grote Oorlog deze week 100 jaar geleden. Voor het kleine koninkrijk Montenegro is de strijd gestreden. De wapens zijn neergelegd en het hele grondgebied is bezet door Oostenrijk-Hongarije. De koning en het grootste deel van de regering zijn op de vlucht.

Op 25 januari tekende een vertegenwoordiger van de Montenegrijnse regering met de Oostenrijks-Hongaarse generaal Weber von Webenau de zgn. “voorwaarden tot overgave”.

Vier dagen eerder had het Montenegrijnse opperbevel het leger ontbonden en alle soldaten naar huis gestuurd. Daardoor gaf het de indruk dat het leger zich niet moest overgeven: er was immers geen leger meer.

Toch is er nu een “overgave” gekomen. Oostenrijk-Hongarije spreekt van een “capitulatie”. De Montenegrijnse regering heeft het over een “wapenstilstand” en zegt dat er nu vredesonderhandelingen moeten komen.

Maar die regering blijkt uit slechts drie ministers te bestaan, die samen met de troonopvolger en de opperbevelhebber in het land zijn gebleven.

Montenegrijnse soldaten leveren hun wapens in aan het Oostenrijks-Hongaarse leger, Duitse propagandapostkaart

Koning Nicolaas, premier Mijušković’ en de andere ministers zijn naar Albanië gevlucht, waar ze inscheepten naar Italië. De vraag is dus waar de wettige regering verkeert.

Wenen zegt nu dat er slechts een “rompregering” in Montenegro is, waarmee niet onderhandeld kan worden.

Hoe dan ook is Montenegro het eerste land dat in deze oorlog de strijd opgeeft. Buurland Servië werd al geheel door de Centralen bezet, maar het grootste deel van het Servische leger weet nu via Albanië naar Korfoe te ontkomen en is niet van plan de strijd op te geven.

De Geallieerde pers reageert bijzonder negatief over de houding van de Montenegrijnen. Het kleine Balkanland werd al door velen als een operettestaatje beschouwd.

Koning Nicolaas zou zich met zijn familie in Frankrijk gaan vestigen. De 71-jarige koning is de schoonvader van de koningen Peter van Servië en Victor Emmanuel III van Italië en van een paar Russische prinsen.

De Montenegrijnse koning Nicolaas en zijn familie (Library of Congress, collectie Georges Bain)

Oostenrijkers in Albanië

Het Oostenrijks-Hongaarse leger is vanuit Servië Albanië binnengevallen, steeds met de bedoeling het gevluchte Servische leger te achtervolgen.

Op 23 januari bezetten de Oostenrijkers Scutari (Shkodër), de voornaamste stad in het noorden van Albanië. Drie dagen later volgde de havenstad San Giovanni in Medua (Shëngjin), de voornaamste inscheepplaats van het Servische leger.

Oostenrijks-Hongaarse militairen in Scutari

De Serviërs zijn naar het zuiden uitgeweken. Naast Durazzo (Dürres), zouden ze nu ook inschepen in de zuidelijke havenstad Valona (Vlorë), die in Italiaanse handen is.

Oostenrijk-Hongarije zegt dat het om een “vreedzame” bezetting gaat, omdat Albanië niet aan de oorlog deelneemt. De Albanezen moeten wel lijdzaam toezien hoe hun land door bijna iedereen onder de voet wordt gelopen.

Servische burgers op de vlucht door Albanië

Brits parlement stemt in met dienstplicht

Het Britse parlement heeft in ijltempo de wet goedgekeurd die de militaire dienstplicht in Groot-Brittannië invoert.

Het Lagerhuis behandelde de wet in amper zes dagen en keurde hem met een overweldigende meerderheid goed: 383 stemmen tegen 36.

Alle conservatieve parlementsleden stemden voor. Bij de liberalen, de partij van premier Asquith, waren er enkele tegenstemmers. Ook de kleine socialistische Labourpartij stemde uiteindelijk voor.

De vele beperkingen op de dienstplicht hebben nogal wat critici overtuigd om bij te draaien. Zo moeten gehuwde mannen en weduwnaars met kinderen niet naar het leger.

Oproep aan alle mannen, die menen dat ze niet in aanmerking komen voor de dienstplicht, om zich voor 2 maart te melden (Library of Congress)

Voor de liberalen, die traditioneel steunen op de religieuze minderheden, was het essentieel dat de quakers en andere christenen die geweld principieel verwerpen, niet moeten vechten. De wet erkent dan ook gewetensbezwaarden – een unicum in deze oorlog. Ze moeten wel een ongewapende dienst vervullen.

De verdedigers van de anglicaanse kerk mogen dan weer tevreden zijn omdat geestelijken niet zullen worden opgeroepen.

De steun van Labour kwam er na toegeving van de regering deed tijdens het debat : de vakbonden zullen mee mogen uitmaken welke arbeiders in de industrie van militaire dienst worden vrijgesteld.

De 71 Ierse nationalisten in het Lagerhuis hebben zich van stemming onthouden. De dienstplicht zal immers niet gelden voor Ierland.

Posters zullen Ierse mannen blijven oproepen om dienst te nemen in het Britse leger

Koning van Beieren op bezoek in België

Koning Ludwig III van Beieren heeft op 21 januari een bezoek gebracht aan het bezette België.

De koning werd in Brussel opgewacht en ging dineren bij gouverneur-generaal von Bissing in zijn residentie, het kasteel Drie Fonteinen in Vilvoorde.

Voor die gelegenheid moest Vilvoorde in feeststemming verkeren. Er werd een heuse triomfboog opgericht en de inwoners kregen Duitse vlaggen om (verplicht, naar het schijnt) aan hun huis te hangen.

Volgens kritische waarnemers stonden langs de wegen mensen die tegen betaling juichten en met vlaggetjes zwaaiden, vooral als de Duitse filmcamera’s draaiden.

De Beierse koning Ludwig tijdens een bezoek aan het Oostfront

De meeste toeschouwers hebben de koning niet gezien. Verschillende auto’s reden met grote snelheid voorbij, zodat niemand kon zien in welke auto hij zat. Kwestie van veiligheid.

De 71-jarige Ludwig III is pas sinds 1913 koning van de grootste Duitse deelstaat na Pruisen. Zijn zoon kroonprins Rupprecht voert het bevel over het 6de Duitse leger in Noord-Frankrijk en is een schoonbroer van de Belgische koningin Elisabeth.

Koning Ludwig heeft er al voor gepleit om bij een Duitse overwinning (stukken van) België en de Franse Elzas aan Beieren aan te hechten. Zoals wel meer vooraanstaanden in het koninkrijk vreest hij dat anders de positie van Pruisen in het keizerrijk nog dominanter zal worden.

Ludwig en zijn zoon Rupprecht, de bevelhebber van het 6e Duitse Leger in Noord-Frankrijk

lees ook