Kwart VS-bedrijven wil China verlaten

Eén op de vier Amerikaanse investeerders in China heeft de activiteiten al deels weggehaald uit dat land of is van plan om dat te doen. Steeds meer buitenlandse bedrijven vinden blijkbaar dat China alsmaar minder aantrekkelijk is om aanwezig te zijn.
AP2009

Jarenlang stonden bedrijven uit de hele wereld zich te verdringen om een graantje mee te pikken van de enorme Chinese markt en de forse groei daar. Daarin is echter de mot gekomen. Een rondvraag van de Amerikaanse kamer van koophandel in Peking bij VS-bedrijven in dat land bevestigt de visie dat China blijkbaar niet langer het "El Dorado" van weleer is.

Enerzijds is de Chinese groei teruggevallen tot het laagste peil in 25 jaar en hebben de consumenten er hun forse bestedingsdrang teruggeschroefd. Tegelijk zijn de kosten, grondprijzen, huren en lonen er gestegen, waardoor produceren in China nu niet meer zo goedkoop is in vergelijking met andere landen. Lange tijd waren de lage kosten net een belangrijke magneet voor investeringen.

Ook gaat het volgens de ondervraagde bedrijven de slechte richting uit met een aantal recente maatregelen van het regime. Zo voelen 77% van de buitenlandse bedrijven "zich alsmaar minder welkom" in China en zijn ze het doelwit van allerlei rechtszaken en juridische vervolging wegens "monopolistische praktijken". 

Tegelijk ergeren buitenlandse bedrijven zich aan de alsmaar groeiende censuur op internet, wat hun activiteiten bemoeilijkt. Zo zijn IT-toepassingen zoals Facebook, Dropbox, Instagram, YouTube en Gmail verboden in China en meer dan 80% van de Amerikaanse bedrijven vinden dat ergerlijk. Los daarvan willen alsmaar minder expats werken in erg vervuilde steden zoals Peking of eisen ze daar een extra vergoeding voor.

Alles samen hebben 45% van de ondervraagde bedrijven hun zakencijfer zien dalen of stagneren het voorbije jaar; slechts 64% zegt dat hun activiteiten in China rendabel zijn. Dat is het laagste cijfer in jaren.

Naar Amerika en rest van Azië?

Hoe dan ook hebben een op de vier Amerikaanse bedrijven aangegeven dat ze tenminste een deel van hun productie uit China willen weghalen of dat van plan zijn om te doen.

Bijna de helft van de bedrijven die dat al deden, keerden met hun activiteiten terug naar Noord-Amerika. Dat is een trend die al een tijdje bezig is. De VS en Canada kennen minder rompslomp en corruptie, het verschil in productiekosten tussen Noord-Amerika en China wordt klein en er zijn natuurlijk ook de verschillen in kwaliteit van de producten en de kosten van vervoer over lange afstanden.

Meer dan 38% van wie uit China vertrekt, verschuift zijn activiteit naar andere landen in Azië en dan vooral Zuidoost-Azië. Die landen zijn veel concurrentiëler dan China en er is vaak een beter en meer open investeringsklimaat. Sinds kort is er ook een vrijhandelszone in werking getreden tussen de tien landen van de ASEAN, de regionale organisatie van Zuidoost-Azië. Het gaat dan om landen als Indonesië, Maleisië, Singapore, Thailand, de Filipijnen, Vietnam en Myanmar (Birma). Vooral dat laatste land heeft zich onlangs geopend voor buitenlandse investeerders en biedt erg veel groeipotentieel.

De enquete werd uitgevoerd bij de 961 VS-bedrijven die zijn aangesloten bij de kamer van koophandel in Peking, 496 hebben meegewerkt aan de rondvraag. Het gaat enkel om Amerikaanse bedrijven, maar algemeen kan de trend worden doorgetrokken naar andere westerse investeerders in China.

AP1997