Nieuwe golf van straatprotest in Tunesië

In Tunesië zijn er in verschillende steden woelige betogingen geweest tegen de massale werkloosheid en de sociale uitsluiting. Daarmee lijkt het Noord-Afrikaanse land vijf jaar in de tijd terug gekatapulteerd, toen de zelfverbranding van straatverkoper Mohammed Bouazizi de katalysator bleek voor de Jasmijnrevolutie. Die vormde dan weer de aanzet tot de zogenoemde Arabische lente.

Woedende jongeren die protesteren en de politie bekogelen met stenen, ordetroepen die betogers met traangas proberen uiteen te drijven. Tunesië anno 2016 lijkt wel erg op Tunesië anno 2011. Waarnemers vrezen voor een herhaling van wat zich vijf jaar geleden heeft afgespeeld.

In de stad Kasserine heerst een gespannen sfeer nadat de politie traangas heeft gebruikt tegen jongeren die de straat blokkeerden. In diezelfde stad is vorige zaterdag een 28-jarige werkloze om het leven gekomen. Hij voerde actie omdat zijn naam was geschrapt van een aanwervingslijst voor de overheid, maar werd geëlektrocuteerd toen hij op een elektriciteitspaal was geklommen. Nog vorige week is een politieagent om het leven gekomen in het stadje Feriana, 30 kilometer van Kasserine. Volgens de ordediensten is zijn voertuig aangevallen door betogers.

Sinds het begin van het protest zijn in het ziekenhuis van Kasserine 240 gewonde burgers en 74 gewonde politieagenten binnengebracht. De ordediensten hebben de opdracht gekregen om zich zo terughoudend mogelijk op te stellen bij nieuwe betogingen.

Ook in Siliana, Sidi Bouzid, Jenouba, Gafsa, Kebili en in de hoofdstad Tunis is het weer erg onrustig. "Het is alsof we nog in de periode 2010-2011 zitten", schrijft de krant Al Chourouk. "We hebben genoeg van de beloften en de uitsluiting", zegt een jonge activist tegen het Franse persagentschap AFP.

Torenhoge werkloosheid

De toestand is zo onrustig dat de Tunesische premier Habib Essid zijn bezoek aan Europa heeft ingekort en vanuit Davos naar Tunis is teruggekeerd. Daar zal hij morgen een bijzondere ministerraad voorzitten.

"De werkloosheid is het grootste probleem en een van de prioriteiten van de regering", zei Essid in Davos. De werkloosheidsgraad in Tunesië bedraagt 15 procent, de jeugdwerkloosheid is dubbel zo hoog en bij jonge gediplomeerden loopt die zelfs op tot 62 procent. In een land met een jonge bevolking betekent zoiets een sociale tijdbom.

De sociale uitzichtloosheid is groot en de toestand is er het afgelopen jaar zeker niet op verbeterd, nu de toeristen Tunesië massaal links laten liggen na de aanslagen in Tunis en Port El Kantaoui. Het toerisme vormde zowat de basis van de Tunesische economie.

"Tunesië moet een nieuw ontwikkelingsmodel zien te vinden, gebaseerd op sociale rechtvaardigheid", liet Essid nog optekenen in Davos.

Na vijf jaar terug naar af

Tunesië is zowat het enige land waar de zogenoemde Arabische Lente democratische vruchten heeft afgeworpen. Het land is er weliswaar in geslaagd de dictatuur van Zine al-Abidine Ben Ali van zich af te werpen, democratische verkiezingen te organiseren en een nieuwe grondwet aan te nemen, maar een eventuele economische relance wordt zwaar gehypothekeerd door de aanslagen van de jihadisten.

De nieuwe sociale onrust doet denken aan de gebeurtenissen van eind 2010-begin 2011. Op 17 december 2010 stak straatverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf in brand uit protest tegen de inbeslagname van zijn koopwaar. Zijn dood enkele weken later stak de lont aan het Tunesische kruitvat en ontketende de Jasmijnrevolutie. Dictator Ben Ali moest noodgedwongen de biezen pakken.

Maar vijf jaar democratie hebben de meeste Tunesiërs niet echt veel beterschap gebracht. De bloemen van de Jasmijnrevolutie zijn verwelkt.