Smartphone houdt tieners uit hun slaap

Meer dan een kwart van de Vlaamse meisjes en een vijfde van de jongens tussen 11 en 18 jaar kampt met slaapproblemen. Dat blijkt uit het rapport Jongeren en ­Gezondheid, gebaseerd op ­enquêtes bij meer dan 9.500 leerlingen uit 98 scholen, dat Het Nieuwsblad kon inkijken. Volgens experts is er één grote boosdoener: smartphones en tablets.
Science Photo Library

Het rapport Jongeren en Gezondheid is een samenwerking tussen de Universiteit van Gent en de Vlaamse overheid en maakt deel uit van een onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat om de vier jaar plaatsvindt over de hele wereld.

Uit het Vlaamse onderzoek blijkt dat steeds meer tieners minstens twee keer per week problemen hebben om in te slapen: in vergelijking met 2010 is er bij de meisjes een toename met bijna dertig procent, bij de jongens met net geen twintig.

Tieners houden zichzelf én elkaar wakker

Slapeloosheid is voor een deel eigen aan de puberteit, zeggen experts. Maar er is ook een bijkomende oorzaak: steeds meer tieners gebruiken smartphones, tablets of laptops vlak voor het slapengaan, waardoor ze minder snel moe worden.

En het blijkt niet altijd even gemakkelijk om die uit te zetten. "Zolang een van de gesprekspartners online blijft, is het voor de anderen erg moeilijk om de smartphone opzij te leggen. Het gaat niet meer om wanneer kinderen naar bed gaan, maar wel wanneer ze ophouden met chatten vanuit dat bed", vat professor Jan Van den Bulck van de KU Leuven in de krant samen. Tieners houden dus niet alleen zichzelf wakker, maar ook elkaar.

Het is ook al langer geweten dat het blauwe licht van smartphones en tablets ertoe leidt dat onze hersenen minder snel het slaaphormoon melatonine aanmaken. Dat hormoon zorgt ervoor dat we rustig worden.

Gevolgen kunnen groot zijn

Dat een tiener later inslaapt, betekent daarom niet dat hij of zij ook slechter zal slapen. Maar ze komen wel slaap tekort, zeker als ze op tijd op school moeten zijn.

Dat kan mettertijd grote gevolgen hebben, zoals prikkelbaarheid, concentratiestoornissen en in het slechtste geval zelfs depressieve gevoelens.