Ooievaars verkiezen afval boven lange trektocht

Enorme stortplaatsen met afval hebben een grote invloed op de wintertrek van ooievaars. Dat blijkt uit een Duits wetenschappelijk onderzoek. Heel wat van de gevolgde ooievaars blijken de winter door te brengen in de buurt van stortplaatsen in Noord-Afrika, in plaats van duizenden kilometers verder te vliegen naar het zuiden.

Elk jaar in augustus of september vertrekken de Aziatische en Europese ooievaars richting zuiden om daar te overwinteren. In de lente vliegen ze terug. De vogels leggen duizenden kilometers af en vliegen soms helemaal tot in Zuid-Afrika.

Een team van het Duitse Max Planck Instituut voor Ornithologie heeft nu 70 jonge ooievaars uit 8 landen via gps-trackers gevolgd op hun eerste trektocht naar het zuiden. De vogels vertrokken uit Armenië, Griekenland, Polen, Rusland, Spanje, Duitsland, Tunesië en Oezbekistan.

Makkelijk voedsel

De ooievaars uit Rusland, Polen en Griekenland bleken zich aan de traditionele trekroute naar het zuiden te houden, met sommige die tot in Zuid-Afrika vlogen. Bij de ooievaars uit Spanje, Tunesië en Duitsland was dat anders.

Heel wat van die vogels bleken niet verder te gaan dan het noorden van Afrika, net boven de Sahara. De reden? De ooievaars verkozen de winter door te brengen in de buurt van grote afvalstorten, zoals er bijvoorbeeld heel wat zijn in het noorden van Marokko.

"Er is duidelijk een menselijke impact op de migratie van trekvogels", zegt hoofdonderzoekster Andrea Flack. Opvallend daarbij: dat blijkt -althans op de korte termijn- ook een goede overlevingsstrategie. De ooievaars die in de buurt van de stortplaatsen bleven, hadden een grotere kans om de winter te overleven dan de vogels die naar het zuiden vlogen.

Riskant

"Voor de vogels is het een heel makkelijke manier om aan voedsel te geraken. Maar het is natuurlijk wel riskant, zo kunnen stukken plastic of rubber vastraken in hun keel. Bovendien kennen we de gevolgen op langere termijn niet voor hun gezondheid", zegt Flack.

Daarnaast zijn er nog andere mogelijke gevolgen voor het ecosysteem. Zo voeden ooievaars in zuidelijk Afrika zich onder meer met sprinkhanen en andere insecten, die vaak een plaag vormen voor de landbouw. Die nuttige rol als opruimer van ongedierte komt mogelijk in het gedrang.