Bacquelaine heerst, maar verdeelt vooral - Ton van Lierop

De 72-jarige ex-fabrieksarbeidster Marcella werd afgelopen week ongewild een symbool. De vakbonden voerden haar op als slachtoffer van een pensioenhervorming van MR-minister Daniel Bacquelaine. Volgens de bonden vergroot zijn nieuwe beleid de sociale kloof. Bacquelaine stelt juist het draagvlak voor de staatspensioenen te willen verhogen. Tegen het decor van een toch weer gestegen begrotingstekort staat de pensioendiscussie daarmee opnieuw op het menu van de sociale partners. En de politiek. Met CD&V opnieuw in een wat gewrongen positie.

Ton van Lierop is coördinator van de sociaal-economische redactie van de VRT

In het Journaal van donderdag klaagde Marcella Bocquaert dat zij van zo´n 1100 euro netto rond moet komen en ondanks stijgende prijzen geen extra pensioen krijgt. Haar inkomen gaat niet omhoog, omdat zij door een bedrijfssluiting slechts veertig jaar heeft kunnen werken. Daarmee kwam ze niet aan de volledige loopbaan van 45 jaar die nodig is voor de door Bacquelaine voorgestelde pensioenverhoging van 1 procent.

In wat een onderdeel is van de zogeheten tweede pensioenhervorming stelde de MR-bewindsman ook voor om de hogere inkomens een hoger staatspensioen toe te kennen. Voor de groep die tijdens hun loopbaan jaarlijks een bruto-inkomen van 53.000 euro of meer verdiende, wil hij de pensioenen mee laten stijgen met de gemiddelde salarisstijging; in vaktermen: de stijging van het pensioenplafond.

Volgens Bacquelaine krijgen gepensioneerden met een huidig maximaal staatspensioen van 2250 euro bruto per maand (zo´n 1670 euro netto) naar verhouding te weinig. Ter vergelijking: een gepensioneerde met een minimaal pensioeninkomen betaalt naar verhouding wel minder belasting. Voor Marcella gaat dat om enkele tientallen euro´s.

Aanvullend pensioen

In de ogen van de minister is de ´vervangingsratio´ te laag. Oftewel: de groep gepensioneerden met hogere inkomens krijgt gemiddeld maar de helft of soms minder van het vroegere inkomen terug via een staatspensioen, terwijl zij wel een bepaald percentage van hun inkomen hebben afgedragen aan de sociale zekerheid. En daarmee dus ook aan hun pensioenopbouw.

Om hun inkomen na hun 65e – of in de toekomst 67e – levensjaar op peil te houden, moeten zij dus wel een aanvullend pensioen via een (spaar)fonds van hun werkgever krijgen of zelf nog eens extra geld opzij hebben gezet. Dat zijn weer de zogeheten pensioenen uit de tweede en derde pijler. Werknemers met lagere inkomens hebben daar vaak geen recht op of hebben ook geen geld opzij kunnen zetten voor een aanvullend pensioen.

Bacquelaine stelt met zijn verhoging voor de hogere inkomensgroepen ook te willen zorgen voor een beter draagvlak voor de staatspensioenen bij de boven gemiddelde inkomens. De vakbonden zeggen dat zij daarmee geen problemen hebben. ,,Het is ook een soort van sociale verzekering voor die groep mensen´´, stelde federaal secretaris van de socialistische vakcentrale ABVV Jef Maes in het VRT-programma De Vrije Markt.

Maes vindt tegelijkertijd dat ook de minimale pensioenuitkering omhoog moet. Zeker ook voor mensen als Marcella, die volgens Maes door de ,,pech van een bedrijfssluiting´´ een verhoging mislopen. Volgens de bonden zijn het ook vooral vrouwen en lager opgeleiden, die eerder het risico lopen op werkloosheid na een bedrijfssluiting, die niet aan een volledige loopbaan toekomen. In hun ogen straft Bacquelaine deze groep nu extra.

Hoger tekort

Bacquelaine zegt dat hij geen geld heeft voor een pensioenstijging voor iedereen. Alleen degenen die echt 45 jaar hebben gewerkt, komen in aanmerking voor een hoger pensioen. De minister vreest anders ook meer te moeten geven aan diegenen die bijvoorbeeld maar dertig jaar gewerkt hebben. Daarvoor is niet genoeg geld in kas. Voor pensioenverhogingen heeft de minister maar 25 miljoen euro, afkomstig uit een pot die is gefinancierd via de tax-shift van de regering-Michel.

CD&V, dat zijn linkervleugel wil afdekken, sprong deze week wel meteen in de bres voor de lagere pensioenen en vindt dat er ook extra geld moet komen voor degenen die net geen 45 jaar hebben gewerkt. Met een tekort van 2,7 procent van het bruto nationaal inkomen ging de Belgische begroting vorig jaar echter verder in het rood dan verwacht. Veel geld voor extra pensioenen is er dus niet.

Open VLD-Kamerlid Vincent Van Quickenborne, in een vorig leven minister van Pensioenen, toonde zich in De Vrije Markt ook wel genegen om mensen als Marcella tegemoet te komen. ,,Maar dan echt alleen voor mensen die een paar jaar tekort komen voor de stijging. Niet voor groepen mensen die maar dertig jaar hebben gewerkt.´´

Kruimels

De bonden blijven echter categorisch inzetten op een verhoging voor iedereen. Daarmee kan het voorstel van Bacquelaine niet rekenen op een eensluidend advies van de sociale partners. De vakbonden voerden al een ludiek protest, met gekooide gepensioneerden die slechts kruimels zeggen te krijgen.

Desondanks lijkt de minister nog over zijn voorstel te heersen en blijft hij van plan de pensioenen op zijn manier te verdelen. De eerste vraag is hoeveel hij er de Wetstraat mee verdeelt. Sociale correcties dringen zich op, mogelijk in een geleidelijk opgaande lijn voor gepensioneerden, waarbij zij naar mate ze dichterbij de 45 gewerkte jaren komen ook een bepaald deel van het extra 1 procent krijgen. De tweede vraag is zo´n compromis ook voor de vakbonden verteerbaar is. Gaan ze akkoord met grotere kruimels of willen ze toch een heel brood?

Meest gelezen