Syrische kinderen werken in Turkse textielfabrieken

De Britse ngo Business and Human Rights Resource Centre maakt melding van misbruik van Syrische vluchtelingen in de Turkse economie. Een aantal westerse kledingbedrijven hebben echter meteen actie ondernomen nadat het misbruik aan het licht kwam, anderen niet.

Er leven meer dan twee miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije. Slechts 4.000 van hen hebben sinds het uitbreken van de oorlog in hun land een Turkse werkvergunning gekregen. Naar schatting zouden er echter honderdduizenden Syrische vluchtelingen illegaal werken in de Turkse industrie.

Dat maakt hen bijzonder kwetsbaar voor wantoestanden zoals erg lange werktijden, erg laag loog, kinderarbeid en seksueel misbruik. Vooral in de grote Turkse textielindustrie zou dat het geval zijn.

De ngo Business and Human Rights Resource Centre heeft 28 textielbedrijven die kleding laten maken bij Turkse onderaannemers, een vragenlijst doorgespeeld die opgesteld is in samenwerking met de Internationale Arbeidsorganisatie.

Merken als Adidas, C&A, H&M, Inditex (Zara), Nike, Primark en Puma werkten mee met de enquete en hebben vrij snel na het aantonen van de misbruiken maatregelen genomen, aldus de ngo.

Anderen zoals ASOS, Burberry, Hugo Boss en Marks & Spencer hebben de vragenlijst niet ingevuld, maar hebben geantwoord met korte verklaringen over hoe ze hun productielijn gaan controleren. Gap, Esprit en River Island hebben nog niet geantwoord. . Monsoon en VF weigerden om de vragenlijst in te vullen.

De ngo roept de bedrijven op om de situatie bij de Turkse onderaannemers die voor hen werken, beter op te volgen. De Turkse regering wordt dan weer verzocht om snel meer werkvergunning te verlenen zodat Syrische vluchtelingen er legaal kunnen werken. Dat ligt erg echter gevoelig in Ankara omdat de werkloosheid er door de recente crisis erg hoog isen werk voor Syrische vluchtelingen weinig populair is bij Turkse werklozen. Turkije is één van de grootste producenten van kleding voor de Europese markt.