Een halve eeuw Amerikaans-Cubaans armworstelen

Al meer dan vijftig jaar onderhouden de VS en Cuba geen diplomatieke relaties. Een periode die bol stond van conflicten, embargo's, moordcomplotten en zelfs een dreigende kernoorlog - maar de laatste jaren ook van voorzichtige toenadering. Een overzicht van een halve eeuw Amerikaans-Cubaans armworstelen.
  • 3 januari 1961: De Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower verbreekt op het einde van zijn ambtstermijn alle diplomatieke relaties met Cuba
  • april 1961: 1.300 Cubaanse ballingen gaan aan land op Cuba tijdens de invasie van de Varkensbaai. Doel van de operatie is het bewind van Fidel Castro omver te werpen, maar de ballingen bijten in het zand. Na drie dagen wordt de invasie beslecht in het voordeel van Cuba.
  • 1960-1965: De CIA onderneemt - volgens officiële documenten - minstens acht moordpogingen tegen de Cubaanse leider Fidel Castro. Van vergif in eten en drinken tot ontploffende sigaren: Castro doorziet ze allemaal.
  • 1962: De Amerikaanse president John F. Kennedy verstrengt het gedeeltelijke handelsembargo dat zijn voorganger Eisenhower eind 1960 had ingevoerd. Het handelsembargo gaat de geschiedenis in onder de naam "de blokkade". Het zal in de decennia erna regelmatig verstrengd en soms versoepeld worden (zie verder).
  • oktober 1962: Amerikaanse U2-verkenningsvliegtuigen ontdekken Sovjet-raketbasissen op Cuba die middellangeafstandsraketten kunnen afschieten. De ontdekking leidt tot de zogenoemde Cubaanse rakettencrisis en mondt eind oktober ei zo na uit in een kernoorlog tussen de twee supermachten, de VS en de Sovjet-Unie.
  • 1963: Het embargo tegen Cuba wordt verstrengd. Amerikanen mogen voortaan niet meer naar Cuba reizen en financiële transacties tussen Amerikaanse burgers en Cuba worden verboden.
  • april-oktober 1980: Zowat 150.000 Cubanen emigreren naar de VS, nadat Fidel Castro daar de toestemming voor gegeven had. "Wie weg wil, kan dat", liet hij verstaan nadat 10.000 Cubanen politiek asiel hadden aangevraagd in de Peruaanse ambassade.
  • 1990: Na de implosie van de Sovjet-Unie breekt de "Speciale periode" aan in Cuba - een periode van onder meer voedselschaarste en honger. De Verenigde Staten laten voor een bepaalde tijd private humanitaire hulp aan Cuba toe.
  • 1996: Via de Helms-Burton Act wordt het handelsembargo nog verder verstrengd. Ook niet-Amerikaanse bedrijven die handel voeren met Cuba kunnen nu gesanctioneerd worden. Onder andere de Europese Unie en Canada veroordelen de wet, wegens in strijd met het internationaal recht en de soevereiniteit.
  • 1999: De Amerikaanse president Bill Clinton versoepelt de reisbeperkingen voor Amerikanen naar Cuba.
  • Eind 1999-begin 2000: Een jongetje van vijf wordt de speelbal in een spelletje touwtrekken tussen de VS en Cuba. Het jongetje Elián Gonzalez verliest zijn moeder tijdens hun poging om over zee vanuit Cuba naar Florida te vluchten. (Ze volgden het voorbeeld van ontelbare zogenoemde balseros: Cubanen die met zelfgemaakte vlotten de gevaarlijke oversteek maken) De familie van de moeder wil Elián in Florida houden, maar zijn vader in Cuba eist hem op. Op 22 april 2000 bestormen Amerikaanse militairen het huis van Eliáns familie in Miami in uitvoering van een beslissing van een Amerikaanse rechter. De jongen wordt terug naar Cuba en zijn vader gestuurd.
  • September 2000: Bill Clinton en Fidel Castro schudden elkaar de hand op een millenniumtop van de Verenigde Naties. De toenmalige VN-secretaris-generaal Kofi Annan heeft het over een "groot symbolisch gebaar", maar zowel de VS als Cuba minimaliseert de handdruk.
  • November 2001: De Verenigde Staten verkopen voor het eerst sinds de start van het handelsembargo voedsel aan Cuba.
  • 2001: Vijf Cubaanse agenten - bekend als de Cuban Five - worden in de VS veroordeeld voor spionage, samenzwering en poging tot moord. Ze zullen meer dan tien jaar vastzitten.
  • 2002: De Amerikaanse ex-president Jimmy Carter bezoekt Cuba. Het is de eerste keer sinds 1928 dat een Amerikaanse voormalige of zittende president voet op Cubaanse grond zet.
  • 2004: De Amerikaanse president George W. Bush zet Cuba op de zogenoemde "As van het Kwaad".
  • 2008: Fidel Castro zet een stap opzij wegens gezondheidsredenen. Zijn broer Raúl volgt hem op. Dit en de machtsovername van Barack Obama in de VS leiden tot voorzichtige pogingen in het verbeteren van de Amerikaans-Cubaanse relaties.
  • 2009: Barack Obama zet de deur open voor een dialoog met Cuba, maar verzekert dat het embargo pas opgeheven zal worden als Cuba een grondige politieke verandering ondergaat.
    In datzelfde jaar versoepelt Obama onder meer de economische sancties en reisbeperkingen. Ook op vlak van telecommunicatie worden de banden aangehaald.
  • juli 2012: Raúl Castro kondigt aan dat zijn land met de VS "over alles" wil praten.
  • begin 2013: Amerikaanse en Cubaanse functionarissen houden in het geheim gesprekken in Canada en Vaticaanstad.
  • 10 december 2013: Obama en Castro schudden elkaar de hand in het voetbalstadion in Johannesburg op de begrafenisplechtigheid van de Zuid-Afrikaanse ex-president Nelson Mandela. De foto's gaan de wereld rond, maar beide landen proberen - net als ten tijden van Clinton en Fidel Castro - het belang van de handdruk te minimaliseren.
  •  17 december 2014: Obama en Castro kondigen op hetzelfde moment in een televisietoespraak aan dat beide landen officiële onderhandelingen willen opstarten, met als doel de heropening van de respectievelijke ambassades - en dus ook het formele einde van een halve eeuw zonder diplomatieke relaties.
    Als onderdeel van het akkoord om te onderhandelen, laat Cuba Alan Gross vrij, een Amerikaanse aannemer die in Cuba voor de Amerikaanse overheid werkte (USAID) en in 2009 in Cuba werd opgepakt. Cuba belooft ook een aantal politieke gevangenen vrij te laten. De Verenigde Staten laten de resterende drie gevangenen van de Cuban Five vrij. Twee van hen kwamen al in 2013 en eerder in 2014 vrij.
  • 10-12 april 2015: De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry ontmoet zijn Cubaanse collega Bruno Rodriguez aan de vooravond van de top van de Amerika's in Panama. Maar hét hoogtepunt is de ontmoeting tussen Obama en Castro. Het eerste officiële gesprek tussen een Amerikaanse en Cubaanse president in meer dan een halve eeuw. "Wat we hebben vastgesteld, is dat we van mening kunnen verschillen in een geest van respect en beschaafdheid", zegt Obama na afloop. "Mettertijd wordt het mogelijk om de pagina om te draaien en werk te maken van een nieuwe relatie tussen onze twee landen." "We agree to disagree -we zijn het eens dat we het oneens kunnen zijn- wanneer nodig", formuleert Castro het. "De geschiedenis van onze landen is erg ingewikkeld, maar we zijn klaar om vooruitgang te boeken".
  • 29 mei 2015: De Verenigde Staten schrappen Cuba officieel van de lijst van staten die terrorisme sponsoren. President Obama had in april zijn wens daarvoor uitgesproken, nu maakt minister Kerry het officieel. Een belangrijke stap, want voortaan kan Cuba opnieuw bancaire activiteiten met de VS uitvoeren. Het Amerikaanse handelsembargo blijft tot nader order wel gelden.
  • Augustus 2015: Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry reist naar Cuba voor de openingsceremonie van de Amerikaanse ambassade in Havana. Hij is de eerste Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleder in 70 jaar die Cuba bezoekt. Drie ex-mariniers, 70-plussers, staan Kerry bij in het hijsen van de Amerikaanse vlag. Dezelfde mannen die 54 jaar eerder de vlag van de ambassade hebben weggehaald. Cuba heropende in juli al zijn ambassade in Washington.
  • December 2015: De toenadering tussen de VS en Cuba wordt steeds concreter. Zo worden de eerste stappen gezet om na meer dan 50 jaar opnieuw een rechtstreekse postdienst te installeren. Beide landen bereiken ook een principeakkoord over het hervatten van commerciële vluchten.
    Belangrijkste eis van Cuba blijft evenwel de opheffing van het Amerikaanse handelsembargo. President Obama heeft aangegeven dat hij daar in het laatste jaar van zijn presidentschap naartoe wil werken, maar of het hem zal lukken, is nog maar zeer de vraag. Alleen het door Republikeinen gedomineerde Congres kan daarover beslissen en daar is het enthousiasme minder groot.