China verandert normen voor luchtvervuiling Beijing

De Chinese hoofdstad Beijing krijgt 30 extra meetstations om de luchtkwaliteit in de gaten te houden. Tegelijkertijd worden de normen aangepast zodat er minder snel een alarmfase rood wordt bereikt.

In december vorig jaar veroorzaakte de dikke aanhoudende smog boven de hoofdstad een eerste alarmfase rood.  Scholen gingen dicht, buiten werken werd verboden en duizenden auto's moesten aan de kant blijven.

Om een beter zicht te krijgen op de luchtkwaliteit komen er in de toekomst 30 meetstations bij de nu al bestaande 35. Tegelijkertijd wordt de manier van meten aangepast. Momenteel wordt alarmfase rood afgekondigd als de index voor luchtkwaliteit (AQI) drie dagen na mekaar boven de 200 uitkomt, een niveau dat in de Verenigde Staten als  "zeer ongezond" wordt beschouwd.

Voortaan zal  de alarmfase rood maar worden afgekondigd als vier dagen een waarde boven de 200 wordt gemeten. Er zijn ook nieuwe grenzen. Alarmfase rood zal ook worden afgekondigd na twee dagen boven de 300 en één dag boven de 500.

Luchtvervuiling is een gevoelig thema in China waar  de publieke opinie steeds gevoeliger wordt voor de vervuiling van het milieu. De Chinese regering wil tegen 2020 de luchtvervuiling in de stad met 40 procent verminderen ten opzichte van 2013, maar waarnemers denken dat die doelstelling pas tegen 2030 zal worden gehaald.