Hek aan de Hongaarse grens is lek

Er trekken opnieuw meer vluchtelingen door Hongarije, ondanks het hek dat de voorbije herfst is opgetrokken aan de grens met Servië en Kroatië. Dat heeft de Hongaarse politie bekendgemaakt.

Sinds afgelopen vrijdag zijn er meer dan 500 migranten opgepakt die illegaal het land zijn binnengekomen. Dat is bijna evenveel als gedurende de hele maand januari. Het gaat vooral om mensen uit Noord-Afrika, Kosovo en Pakistan, die minder kans hebben om asiel te krijgen in West-Europa dan vluchtelingen uit oorlogsgebieden zoals Syrië of Irak.

In september kondigde de Hongaarse premier Viktor Orbán de bouw aan van een hek aan de grens met Servië en Kroatië, nadat zo'n 300.000 vluchtelingen door het land waren getrokken, meestal op weg naar West-Europa. In november, de eerste maand na het voltooien van het hek, slaagden maar 270 vluchtelingen erin om het land binnen te komen, maar dat aantal is sinds begin dit jaar weer in stijgende lijn.

Heel de Balkan verstrengt beleid

De Hongaarse politie vreest dat het aantal vluchtelingen dat het land probeert binnen te komen in stijgende lijn zal gaan, ook al omdat de buurlanden op hun beurt een strenger beleid voeren.

Zo heeft Oostenrijk een verscherping van de grenscontroles aangekondigd en heeft het land een plafond bepaald aan het aantal vluchtelingen dat het per jaar wil opnemen. Macedonië van zijn kant laat alleen nog vluchtelingen uit Syrië en Irak toe. Sinds gisteren worden ook geen Afghanen meer doorgelaten.

Premier Orbán laat weten dat hij de grenscontroles nog meer wil verstrengen en laat verstaan dat hij eventueel de grens met Roemenië wil sluiten mocht dat nodig zijn. De Hongaarse oppositie zegt dat de antivluchtelingencampagne van de regering een mislukking is.