Nederlandse rederij moet Flinterstar bergen

De Nederlandse rederij Flinter en de bevrachter Onego moeten instaan voor de berging van het gezonken vrachtschip Flinterstar. Dat heeft het hof van beroep in Gent geoordeeld. Er hangt de reder ook een dwangsom boven het hoofd als er geen bergingscontract komt binnen 2,5 maanden. De Flinterstar ligt al sinds begin oktober 2015 voor de kust van Zeebrugge.
Ricardo Smit

De beroepsprocedure die de reder uit de Nederlandse gemeente Barendrecht en de bevrachter aangingen om zo alsnog de bergingskosten te ontlopen, heeft niets uitgehaald. Het hof van beroep herhaalde in grote lijnen de uitspraak van de Brugse rechtbank van koophandel van begin december. Flinter en de bevrachter Onego moeten instaan voor de berging van het schip.

Het hof van beroep heeft wel een timing toegevoegd. Er moet binnen 2,5 maanden een contract tot berging zijn afgesloten. Als er tegen dan geen contract is, hangt de reder een dwangsom van 300.000 euro per dag boven het hoofd.

Het arrest wordt als tussenarrest beschouwd aangezien er over de definitieve planning, zoals de datum van de effectieve berging van de Flinterstar, nog geen uitspraak werd gedaan. Hiervoor zal het hof eerst de gerechtsdeskundige horen op 14 maart. Het arrest is wel al uitvoerbaar. De rederij moet dus al aan de slag gaan om een berger te zoeken.

"Rechtbank toont dat het menens is"

"Ik heb steeds gezegd dat het logisch was dat de eigenaar van het schip zou instaan voor de berging", reageert staatssecretaris voor de Noordzee Bart Tommelein (Open VLD). "Je kan je auto ook niet op de pechstrook laten staan na een ongeval. De rechtbank geeft ons nu voor de tweede keer gelijk en toont dat het menens is, met een duidelijke termijn voor de berging en dwangsommen indien men daar geen werk van maakt. Ook de door de overheid gemaakte kosten om de olie te ruimen en het wrak te bewaken, wil ik verhalen. Die kosten zijn ondertussen al opgelopen tot 1,82 miljoen euro."

Met het oordeel van het hof van beroep lijkt een einde te komen aan een procedureslag. Flinter besliste kort nadat de Flinterstar gezonken was, op 6 oktober 2015, afstand te doen van het schip. Volgens het zeerecht zou België moeten instaan voor de berging van de Flinterstar en de kosten. Staatssecretaris Tommelein pikte dat niet, en liet nagaan of er geen andere uitweg was. Op 8 december kreeg Flinter al te horen dat het bedrijf zou moeten instaan voor de berging. Die uitspraak werd vandaag nog eens bevestigd.