Wankelt het gezag van De Wever? - Fabian Lefevere

Is het einde van Bart De Wever als partijvoorzitter nabij? Die suggestie duikt op in allerlei commentaren na de perikelen bij de N-VA rond de verkiezing van de penningmeester. Maar klopt dat wel?
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Fabian Lefevere is eindredacteur bij deredactie.be en was meerdere jaren politiek verslaggever.

Even de voorgeschiedenis. Op de partijraad van 20 februari neemt Rufij Baeke het woord voor wat in een regelrechte, volgens sommigen ronduit persoonlijke aanval op de partijtop zal uitmonden. Baeke, groot geworden als voortrekker van het Syndicaat van Vlaamse huisartsen, verteert niet dat de top de partijraad Sarah Smeyers als nieuwe penningmeester in de maag wil splitsen. En dat maakt Baeke, zelf ook kandidaat, in vlammende bewoordingen duidelijk.

Op papier leek de aanstelling van Smeyers nochtans de perfecte deal – althans vanuit het standpunt van de partijtop. Toen De Wever Hendrik Vuye als fractieleider in de Kamer door zijn oude vriend Peter De Roover verving, smoorde hij het broeiende verzet in de kiem met een belofte aan Smeyers. Zolang ze zich niet als tegenkandidaat voor De Roover opwierp, mocht ze penningmeester van de partij worden. Een topfunctie, wánt lid van het Dagelijks bestuur, zeg maar de brug van het N-VA-schip. Het was ook een mooie Wiedergutmachung voor het feit dat Smeyers naast een post in de regering greep.

Verdeeldheid

De Wever wilde met zijn optreden koste wat het kost voorkomen dat de interne verdeeldheid – die er wel degelijk is – zijn weg naar de buitenwereld zou vinden. Want, dat weten we, ruziënde partijen worden bijna altijd afgestraft door de kiezer. Vraag dat maar aan Open VLD. Maar zoals dat zo vaak gaat, ontsnapt de onvrede dan wel via een andere kier in de kamer. Ditmaal dus de site van het Vlaams-nationalistische Doorbraak, dat afgelopen weekend met een zekere gretigheid verslag deed van de woelige partijraad.

De coup van Rufij Baeke tegen het partijestablishment lukte wonderwel, leerden we daar. Baeke trok zijn eigen kandidatuur in, en riep iedereen op om voor de nobele onbekende Eddy Vermoesen te stemmen. Die haalde uiteindelijk twee stemmen meer dan ”handpop” Smeyers. Zij maakte een beginnersfout door haar benoeming aan te kondigen nog vóór de partijraad die bevestigde, waarmee ze de indruk bevestigde dat de partijtop soloslim speelt.

Topdown

Heeft N-VA nu een wezenlijk probleem? Wellicht wel. Geloof vooral de verhalen niet dat de verkiezing van Vermoesen het resultaat is van een perfect democratisch proces. We kunnen dat jammer, fout of zelfs cynisch vinden, maar in geen enkele traditionele partij – en dat is N-VA na al die jaren regeringsdeelname - beslist de basis over aanstellingen in de top. Dat duldden Stevaert, Verhofstadt of Leterme niet, en dat doet De Wever evenmin.

Als het dan toch gebeurt, betekent dat niets anders dan dat het gezag van de leider erodeert. Een aantal mensen in de partij stoort zich al veel langer aan de top-downstijl van De Wever. Die niet altijd evenveel respect zou opbrengen voor de intellectuele capaciteiten van zijn gesprekspartners. Nu krijgt hij daarvoor de afrekening gepresenteerd. Vergeet niet dat N-VA de opvolger is van de Volksunie, een partij waar verzet – intern of extern – altijd tot de bedrijfscultuur behoorde.

Rangen gesloten

Hoe anders was dat met de liberalen van Guy Verhofstadt en Karel De Gucht. Open VLD werd in 1999 plots dé centrumpartij, maar viel ten prooi aan tweedracht (met de bekende achteruitgang als resultaat). Aan dat scenario is N-VA nog altijd niet toe: er is nu wat gerommel rond het personeelsbeleid, maar dat is het dan ook.

Inhoudelijk houdt De Wever de rangen bijzonder goed gesloten, zelfs al moet het voor een diehard-nationalist vaak een kwelling zijn om te zien hoe N-VA het communautaire aan de kant heeft geschoven en door haar federale regeringsdeelname de Belgische constructie helpt draaien. Toen Guy Verhofstadt met paars naar links opschoof, rolden de wielen er zo af: Ward Beysen zaliger, Hugo Coveliers of Jean-Marie Dedecker.

Begin van het einde?

Maar geloof vooral ook de verhalen niet dat het begin van het einde is ingezet, of dat het tijdperk-De Wever op zijn einde loopt (zelfs al loopt zijn mandaat als voorzitter volgend jaar af). Dat soort commentaren duikt nu wel op, maar ze zijn vooralsnog toe te schrijven aan wishful thinking van De Wevers tegenstanders.

Het is vooral verwonderlijk dat De Wever de dissonantie binnen N-VA – en die bestaat wel degelijk, al jaren – zo lang binnenskamers wist te houden. Zeker als je bedenkt dat hij een partij leidt die op korte tijd geweldig groeide en heel wat nieuwe mensen aantrok.

Goed, in de lokale afdelingen is af en toe wat geroezemoes, maar nationaal? Amper. Zelfs nu, met een betwiste aanstelling van een nieuwe fractieleider en penningsmeester, is de vaststelling dat De Wever het relatief onder controle houdt. Voorlopig staat niemand aan te schuiven om zijn of haar gal te spuwen in de media, wel integendeel.

Wie?

Als puntje bij paaltje komt, weet iedereen in de partij verdraaid goed aan wie het succes van N-VA te danken is. Remember, in de beginperiode van N-VA, onder Geert Bourgeois, had de partij één Kamerzitje. Eén.

Wie zou trouwens in staat zijn om de job van De Wever over te nemen? Het is niet eenvoudig om met zoveel autoriteit als De Wever het socio-economische, het communautaire en zelfs het veiligheidsverhaal tot één geheel te smeden. Niemand zit op dit ogenblik klaar om De Wever op te volgen als partijvoorzitter.

Bovendien is het bijzonder moeilijk om, zoals afgesproken, in 2017 van leider te wisselen. In 2019 komt er een stembusgang aan die (alweer) de moeder van alle verkiezingen zal worden, met een grote klemtoon op het communautaire. De kans is groot dat De Wever over enkele jaren nog steeds de troepen aanvoert.