De dag dat de democratie wankelde in Spanje

Vandaag is het 35 jaar geleden dat een groep Spaanse militairen onder leiding van luitenant-kolonel Antonio Tejero het parlement in Madrid bestormde in een poging een staatsgreep te plegen. De coup duurde nog geen dag.

Het is 23 februari 1981. In het parlement in Madrid wordt gedebatteerd over de vorming van een nieuwe regering, wanneer plotseling een groep officieren van de Guardia Civil het halfrond binnenstormt en de parlementsleden gijzelt.

De leider van de groep is de 48-jarige luitenant-kolonel Antonio Tejero, die met getrokken pistool het spreekgestoelte beklimt. Er wordt in de lucht geschoten en de verschrikte parlementsleden duiken achten hun zetel weg. Tejero kondigt aan dat "het competente militaire gezag in aantocht is" en dat de militairen de macht overnemen in naam van koning Juan Carlos.

Intussen heeft generaal Jaime Milans del Bosch in Valencia zijn troepen de straat opgestuurd met de kreet "Leve de koning, leve Spanje voor altijd!".

Spanje was in 1981, amper zes jaar na de dood van generaal Franco, nog een prille democratie. De economische toestand was slecht, het terrorisme van vooral de ETA nam toe, en instellingen en politici boetten in aan gezag.

Er werd gespeculeerd over een grotere rol voor de militairen in het bestuur, over het aanstellen van een sterke man, of toch minstens over een eenheidsregering. Kortom, een staatsgreep hing in de lucht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de hoge kringen in Madrid helemaal niet afkerig stonden tegenover de staatsgreep en niets ondernamen om de democratie te redden.

Juan Carlos

De militairen die de coup beraamden, deden dat in naam van de koning. Ze noemden hun samenzwering Operatie De Gaulle, omdat de Franse generaal eerder op verzoek van het parlement met volmachten regeerde.

Om de machtsovername een legitiem karakter te geven, hadden ze dan ook minstens de goedkeuring van de koning nodig. Maar Juan Carlos sloot zich niet bij hen aan, maar verdedigde integendeel de gehavende democratie.

Enkele uren na de inval in het parlement hield hij in zijn uniform van kapitein-generaal van het leger een toespraak op de televisie, waarin hij de staatsgreep veroordeelde en zei dat het pad van de democratie verder bewandeld moest worden.

Zonder de steun van de koning, viel de staatsgreep als een kaartenhuisje in mekaar. De soldaten in Valencia keerden terug naar hun kazernes en na het parlement 18 uur bezet te hebben, gaven Tejero en zijn militairen zich over.

Een groep van 33 officieren werden voor hun aandeel in de mislukte staatsgreep tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. Tejero kreeg 40 jaar cel en was in 1996 de laatste die vervroegd vrijkwam.