Van sociale zekerheid terug naar liefdadigheid?- Kim De Witte

De auteur schrok toen hij de reactie van de N-VA hoorde op de beslissing van de vakbonden om de pensioenhervorming aan te klagen bij het Grondwettelijk Hof. Wat de N-VA beweert is "te gek voor woorden".
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Kim De Witte is docent in de leergang pensioenrecht van de KU Leuven en pensioenspecialist van de PVDA.

De N-VA is er als de pinken bij om de vakbonden en het Hof de les te spellen: “Deze demarche is naast de kwestie. De pensioenhervorming is geen achteruitgang van het recht op sociale zekerheid. De vrouwen worden niet gediscrimineerd.”

De N-VA slaat de bal mis. De vakbonden hebben veel kans om gelijk te krijgen want we verliezen pensioenrechten en vrouwen worden gediscrimineerd.

Europa

Volgens de Europese verdragen - die pensioenen beschouwen als een "grondrecht" - moeten pensioenen stijgen en niet dalen. Het Europees Sociaal Handvest voorziet immers het principe van "geleidelijke verhoging": Als de welvaart groeit, dan mag iedereen daar een graantje van meepikken, is de uitleg.

Bovendien volgt uit de internationale verdragen en de Grondwet een zogenaamde ‘standstill-verplichting’. Het bestaande niveau van sociale bescherming mag niet zakken. De standstill-verplichting heeft als doel een spiraal van sociale afbraak tussen de verschillende lidstaten te vermijden.

Het Grondwettelijk Hof zei in eerdere rechtspraak al dat de standstill-verplichting pas geschonden wordt bij een aanzienlijke achteruitgang van de sociale bescherming. De eerste vraag is dan ook of de pensioenhervorming van de regering Michel een aanzienlijke achteruitgang uitmaakt?

Aanzienlijke achteruitgang?

1 Langer werken

De regering Michel trekt de wettelijke pensioenleeftijd op naar 67 jaar. Toen die verhoging bekend werd, was er heel wat opschudding. De regering probeerde de gemoederen te bedaren door te verwijzen naar het recht op vervroegd pensioen. Maar ook dat recht wordt afgebouwd.

De regering trekt de leeftijd waarop men vervroegd met pensioen kan gaan op naar 63 jaar vanaf 2018. Niet alleen de leeftijd, maar ook het aantal gewerkte jaren om vervroegd met pensioen te mogen zullen worden opgetrokken. Vroeger moest men 35 jaar gewerkt hebben. Nu wordt dat 42 jaar. Maar liefst 7 jaar erbij. Deze voorwaarde zorgt ervoor dat het vervroegd pensioen in de feiten niet toegankelijk zal zijn voor velen.

Kinderoppas Anja

Drie op vier vrouwen en één op vier mannen komen niet aan 42 gewerkte jaren. Dat is bijvoorbeeld het geval voor Anja, de kinderoppas in de crèche van mijn zoontje. Anja heeft heel haar leven met baby’s gesleurd. In totaal 30 jaar, waarvan 10 jaar halftijds. Dat brengt de teller van haar gewerkte jaren op 25 jaar.

Ze is nu 50 en hoopt stiekem tegen 60 te kunnen stoppen. Dan heeft ze 35 jaar gewerkt. Maar dat is buiten de regering Michel gerekend. Die verplicht haar om door te doen tot 67 jaar. Pas dan bereikt ze de 42 gewerkte jaren. Totaal ondoenbaar, aldus Anja.

2 Lager pensioen

De regering beperkte zich niet alleen tot langer werken. Er zijn ook maatregelen die het pensioen inperken. Sinds 1 januari 2015 werd de pensioenbonus afgeschaft. Iedereen die actief blijft tot 65 jaar zal per maand 180 euro minder pensioen trekken dan voordien.

Volgens het regeerakkoord zal er ook geen recht op pensioen meer zijn bij bepaalde vormen van loopbaanonderbreking en tijdskrediet. Het gezinspensioen zoals we dat vandaag kennen wordt afgeschaft en de ambtenarenpensioenen worden sterk afgebouwd.

3 Is dit een aanzienlijke achteruitgang van het recht op pensioen?

Volgens de Raad van State alvast wel. De Raad moest haar advies geven op het wetsontwerp tot verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd en de verstrenging van het vervroegd pensioen. De Raad spreekt uitdrukkelijk van een "aanzienlijke achteruitgang" van het recht op sociale zekerheid.

Toekomst

Die achteruitgang volgt ook uit de cijfers van de Studiecommissie voor de Vergrijzing. De extra uitgaven voor het wettelijk pensioen in percentage van de welvaart (bbp) zullen bijna halveren door de hervorming van de regering Michel (van 4,3 naar 2,2% van het bbp).

Dat terwijl het aantal gepensioneerden toeneemt. Gevolg: per gepensioneerde zal er in 2060 bijna één derde minder van onze welvaart (bbp) naar het wettelijk pensioen gaan. Eén derde minder dan vandaag. Dat is niet alleen een aanzienlijke achteruitgang, het is een grondige herinrichting van ons pensioenlandschap.

Discriminatie van vrouwen

Onze Grondwet verplicht ons om gelijke gevallen gelijk te behandelen en ongelijke gevallen ongelijk te behandelen. Vrouwen en mannen zijn niet gelijk op de arbeidsmarkt. Voor hetzelfde werk verdienen vrouwen nog steeds 22 procent minder dan mannen (de zogenaamde loonkloof). Vandaag werkt 46 procent van de vrouwen en 10 procent van de mannen deeltijds. Twee en een half keer meer vrouwen doen beroep op ouderschapsverlof en verlof voor palliatieve zorgen.

Het pensioen van vrouwen is gemiddeld 31 procent lager. Zes op tien vrouwen hebben een pensioen onder de armoedegrens. Bij de mannen is dat (slechts) drie op tien (toegegeven: ook dat is absurd veel). Met andere woorden: vrouwen en mannen zijn ook niet gelijk voor het pensioen. Om die redenen voorzag België tot 2009 kortere loopbanen voor vrouwen. Om die reden voorziet Oostenrijk nog steeds kortere loopbanen voor vrouwen en kunnen vrouwen er op 60 met pensioen gaan.

De stelling van de N-VA dat vrouwen niet benadeeld worden door deze pensioenhervorming, omdat de kloof tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt wordt weggewerkt, is te gek voor woorden. Vanaf 2018 zijn de strenge regels voor het vervroegd pensioen van toepassing: een loopbaanvoorwaarde van 42 gewerkte jaren voor vervroegd pensioen op 63 jaar.

Kinderoppassen, verpleegsters, maatschappelijk werkers, en vele andere vrouwen komen echter niet aan 42 gewerkte jaren. Zij zullen verplicht worden om te werken tot na hun 63ste levensjaar. Wie niet meer wil of kan werken, mag thuis blijven, maar zonder bijkomend recht op pensioen.

Hertekening van ons pensioenlandschap

De pensioenhervorming van de regering Michel is geen klein bier, geen gerommel in de marge. Het gaat over een fundamentele hertekening van ons pensioenlandschap. Het democratisch debat daarover ontbreekt.

Het wettelijk pensioen voor werknemers in België is laag. De pensioenkloof met onze buurlanden loopt op. Een Belg die exact even lang gewerkt heeft en exact even veel verdiend heeft, trekt maar liefst 40 procent minder pensioen dan een Fransman en 11 procent minder pensioen dan een Duitser.

In plaats van daar iets aan te doen, verstrengt de regering de toegang tot het pensioen. Zij kiest niet alleen voor langer werken, maar ook voor de wettelijke pensioenen inperken: afschaffing van de pensioenbonus, afschaffing van bepaalde gelijkgestelde periodes, afbouw van het recht op overlevingspensioen, afbouw van het pensioen voor ambtenaren, .... Is dat nu de pensioenen 'redden'? Moeten onze kinderen daar dankbaar voor zijn?

Noodzakelijk?

De N-VA probeert dit beleid te verkopen onder de noemer van de "onafwendbare noodzakelijkheid". Goed geprobeerd, maar te pover als antwoord. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing zouden wij in 2060 evenveel betalen voor onze pensioenen als Oostenrijk en Frankrijk nu al betalen. Is dat onhaalbaar? Natuurlijk niet. Het is een kwestie van keuzes in het sociaal en fiscaal beleid.

Een betere verdeling van de welvaart, zoals ook de Commissie Pensioenhervorming voorstelt laat toe om de pensioenen zelfs op te trekken, de relatie tussen pensioen en vroeger inkomen te verbeteren en de pensioenkloof met onze buurlanden weg te werken. Dat is iets heel anders dan het huidige beleid, dat focust op de versterking van de minimale bescherming tegen armoede.

Liefdadigheid

Sociale bescherming die focust op armoede, verliest vroeg of laat haar zekerheid. Dat bewijzen tal van voorbeelden uit het verleden en het heden (in de VS en de UK). Sociale bescherming zonder zekerheid wordt liefdadigheid. Liefdadigheid verandert niets aan de ongelijkheid. Liefdadigheid wordt vroeg of laat ook voorwaardelijk. Liefdadigheid past perfect in het liberale pensioenbeleid.

Dát is de inzet van de verdere pensioenstrijd. Behouden we een grondrecht op rust, met een fatsoenlijk pensioen, voordat mensen neervallen op het werk? Of gaan we terug naar het ieder-voor-zich-pensioensparen met één of andere vorm van liefdadigheid?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.