Zwanenzang van Cameron? - Ivan Ollevier

Staat Cameron geïsoleerd binnen zijn eigen regering en partij nu ook Boris Johnson, burgemeester van Londen, zich aansluit bij het brexit-kamp? Wordt het referendum dan toch Camerons politieke zwanenzang?
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Ivan Ollevier is journalist buitenland bij VRT Nieuws en auteur van onder meer “Monnik, boer, spion en hoer”, over de geschiedenis van Engeland.

Met acht zijn ze nu, bij de laatste telling. Negen ministers die zich tegen hun eigen premier David Cameron keren en bij het referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie “uit” zullen stemmen.

Michael Gove, minister van Justitie, en een persoonlijke vriend van David Cameron; Iain Duncan-Smith, minister van Werk en Pensioenen; Priti Patel, minister van Werkgelegenheid; Chris Grayling, leider van het Lagerhuis. En dat zijn dan nog maar leden van het kabinet, wat wij in België het “kernkabinet” zouden noemen.

Ministers van buiten het kabinet: Andrea Leadson, minister van Energie; Penny Mordaunt, een junior-minister op Defensie; John Hayes, minister voor Veiligheid; James Wharton, minister voor het Noorden; Dominic Raab, junior-minister op Justitie.

Maar het was Boris Johnson, burgemeester van Londen en minister zonder portefeuille, die zondagavond met de voor Cameron verontrustende mededeling kwam dat hij “uit” zou stemmen. Johnson is al sinds decennia een vriend van Cameron. Ze zaten samen in de Bullingdon Club, een baldadige gezelligheidsvereniging aan de universiteit van Oxford, en ze worden samen al eens op de tennisbaan gesignaleerd. 

Cameron "woest"

Maar het is uiteraard niet omdat Cameron en Johnson dezelfde hogere sociale kringen frequenteren dat de plotselinge kloof tussen hen beiden slecht nieuws is voor Cameron. Wel omdat Johnson een populaire burgemeester is, niet alleen bij Conservatieven. Ook veel linkse kiezers vinden Johnson een puike burgervader en vooral een gezellige, grappige man.

Honderdduizenden Britten zouden, volgens opiniepeilers, hun stemgedrag laten bepalen door het standpunt van Boris Johnson. Dat standpunt was al vele jaren, al sinds hij correspondent in Brussel was voor de conservatieve krant Daily Telegraph, onversneden anti-Europees.

Aan zijn verblijf in Brussel, dat hij zondagavond tijdens zijn geïmproviseerde persconferentie weliswaar “een heerlijke stad” noemde, hield hij een fel euroscepticisme over. Het was dus niet helemaal een verrassing dat hij zondagavond voor het “uit-“kamp koos, al probeerde David Cameron hem tot op het laatste moment over de streep te trekken. Naar verluidt bracht hij zaterdagochtend David Cameron via e-mail op de hoogte van zijn beslissing. Die zou niet geantwoord hebben, maar volgens intimi is hij “woest” op zijn jarenlange vriend.

In kringen rond Cameron hoor je wel zeggen dat het vooral Johnsons bedoeling is om zich tegenover de premier te profileren, met het oog op de leiderschapsverkiezing vóór de volgende parlementsverkiezingen, waarvoor Cameron vermoedelijk geen kandidaat zal zijn.

Johnson zal dat vermoedelijk wel zijn. En hoewel hij dat met zoveel woorden ontkende, verdenken veel partijgenoten Johnson ervan dat ambitie om premier te worden de werkelijke reden is voor zijn recalcitrante gedrag.

"ins" alsmaar kleiner

Maar goed, laten we Johnsons intentieproces niet maken. Dat zullen zijn eigen partijgenoten wel doen. Johnsons stap betekent dat de Conservatieve partij feitelijk in twee kampen is opgedeeld: de “ins” en de “outs”, en dat dat van de “ins” alsmaar kleiner lijken te worden.

De krant The Times heeft ze geteld: ongeveer honderdvijftig van de driehonderddertig Conservatieve parlementsleden zouden al beslist hebben om “uit” te stemmen. Dertig van hen zouden in een werkgroep al aan het nadenken zijn over de vraag hoe het Verenigd Koninkrijk er in het post-EU-tijdperk uit zou moeten zien.

Dat klinkt allemaal behoorlijk verontrustend voor de eerste minister. En voor de Europese Unie. Al hoorde ik hoogleraar De Grauwe maandagavond in Ter Zake de stelling verdedigen dat het de EU ten goede zou komen als het Verenigd Koninkrijk zou beslissen om eruit te stappen. Zelfs als ze lid zouden blijven, dan zou de anti-Europese fractie blijven stoken, is de redenering van Paul De Grauwe. We zijn ze beter kwijt dan rijk, zo zou je zijn analyse samen kunnen vatten.

Toch mag je je mijns inziens niet blind staren op de verdeeldheid bij de parlementsleden van de Conservatieve Partij. Het is niet omdat zij “uit” stemmen, dat een meerderheid van de Britten dat ook zal doen. Bij de basis van de partij bestaat nog veel koudwatervrees, en veel reserve bij wat Cameron “een sprong in het ongewisse” noemt.

De lokale raadsleden van de partij die ik vorige week aan de telefoon had, lieten er weinig twijfel over bestaan waar hun loyaliteiten liggen: bij een Verenigd Koninkrijk dat deel blijft uitmaken van de Europese Unie, en bij hun premier.

Ook grote delen van de zakenwereld en van de financiële sector weigeren rekening te houden met een brexit. Daar heerst de overtuiging dat een vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie een brug te ver zou zijn, en dat miljoenen Britten zich daar bewust van zijn.

David Cameron is een campagnebeest. Het zou niet de eerste keer zijn dat hij erin slaagt om een op het eerste gezicht uitzichtloze situatie in zijn voordeel om te keren. Vier maanden scheiden ons nog van het referendum, en Cameron heeft beloofd dat hij met hart en ziel een “in-“stem zal bepleiten.

Als het afhangt van de hartstocht waarmee de leider van de Conservatieve Partij in het verleden al de boer op ging om zijn standpunten te verdedigen en te argumenteren, dan ziet het er voor de voorstanders van het lidmaatschap behoorlijk goed uit.

Het voorbeeld Thatcher

Toch moet ik af en toe eens denken aan Frances Urquhart uit de originele “House of Cards”, een politieke thrillerserie uit de jaren negentig die model stond voor de recentere Amerikaanse versie. Urquhart, die het in de reeks via allerlei manipulaties van onopvallend politicus tot premier schopte, liet zich daarin ontvallen: “It always ends in tears.” Denk maar aan Margaret Thatcher, die op het partijcongres van 1990 nog een staande ovatie kreeg, en nauwelijks enkele maanden later op nogal onvriendelijke wijze door haar partijgenoten de deur werd gewezen.

En denk aan haar tranen toen ze in Downing Street de plaats moest ruimen voor haar opvolger John Major. Ook haar politieke carrière was in enkele maanden tijd afgelopen. Cameron heeft zijn politieke geschiedenisles goed geleerd. Hij kent de verhalen over de machtsgreep van 1990 binnen de Conservatieve Partij. En ongetwijfeld zal hij er alles aan doen om niet in dezelfde val als Thatcher te trappen.