Gatz denkt aan Cultuurbank en kunstkoopregeling om sector te ondersteunen

Met de oprichting van een Cultuurbank wil Vlaams minister Sven Gatz (Open VLD ) ervoor zorgen dat kleinere cultuurprojecten gefinancierd kunnen worden via microkredieten en leningen. Het is een van de voorstellen die Gatz op korte termijn wil realiseren als aanvullende financiering voor de cultuursector. De minister denkt ook aan de invoering van een kunstkoopregeling, zoals die in Nederland bestaat.

In het kader van het besparingsbeleid zette de Vlaamse regering het mes in de cultuursubsidies. Gatz gaf wel snel aan dat hij wilde zoeken naar alternatieve financieringsbronnen voor de sector. Hij heeft nu een Witboek laten opstellen met een overzicht van mogelijke alternatieve financieringsbronnen. "Dat is een onderzoek waar een menukaart uit tevoorschijn komt", zegt de minister in "De ochtend". "Wij moeten nu uit die menukaart kiezen. Ik wil enkele dingen voorstellen aan de sector."

Eerder al werd aangekondigd dat de bestaande taxshelter voor de film uitgebreid kan worden naar podiumkunsten. Gatz wil die piste verder uitwerken, samen met de federale regering. "Bedrijven en particulieren kunnen geld stoppen in een productie, die daarna kan gaan toeren. Ze worden daarvoor fiscaal niet afgestraft, maar eerder beloond."

Daarnaast denkt Gatz aan een Cultuurbank. Voor grote cultuurproducties is er nu al Cultuurinvest, een investeringsfonds bij de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) dat achtergestelde leningen of kapitaal verschaft. De Cultuurbank zou, in de schoot van de PMV, voor kleinere producties microkredieten of leningen verschaffen. "Kunstenaars kunnen hier renteloos of rentearm lenen." Kleinere projecten kunnen tot 7.000 euro renteloos lenen. Middelgrote projecten tussen 7.000 en 100.000 euro kunnen rentearm lenen.

Om de verkoop van kunst te stimuleren, denkt Gatz aan een kunstkoopregeling. Kunstliefhebbers kunnen bij erkende galerijen renteloos of -arm kunstwerken van na 1945 op afbetaling aankopen. Dat systeem (KunstKoop) bestaat al in Nederland al sinds 1997. "We vinden hier het warm water zeker niet uit. Maar enkele honderden werken van jonge kunstenaars per jaar worden hierdoor wel gekocht. Dat helpt jonge kunstenaars vooruit en het maakt het ook mogelijk voor jonge mensen die niet al te veel geld hebben om kunst te kopen."

Gatz gaat ook na of hij cultuurorganisaties en kunstenaars beter door de administratieve en juridische rompslomp kan loodsen. Hij wil daarvoor het bestaande Kunstenloket uitbreiden tot een Cultuurloket, dat advies verleent aan de brede cultuursector.

Een taxshelter podiumkunsten kan in de zomer gestemd worden. De Cultuurbank en de kunstkoopregeling zouden voorbereid kunnen worden om begin 2017 in werking te treden.

"Ik denk dat een gemengd systeem goed is"

"Ik ben een pragmaticus", benadrukt Gatz. "Als de overheid de cultuursector alleen niet kan financieren, dan wil ik dat de privésector dat ook kan. Ik maak alleen fiscale mogelijkheden mogelijk om dat te doen. De overheid heeft wel de plicht om cultuur publiek te blijven financieren, vandaar dat we het aanvullende financiering noemen. Ik denk wel dat het goed is om een gemengd systeem te hebben. Meer publiek geld kan in de toekomst zeker, moet volgens mij ook. Maar tegelijkertijd mensen met centen die centen in cultuur laten stoppen, lijkt me een goede zaak."

Een punt van kritiek is dat hierdoor mogelijk een groep van happy few zal ontstaan en dat andere kunstenaars zowel bij de subsidieronde als bij de privé-investeringen uit de boot zullen vallen. "Ik denk dat dat iets te pessimistisch ingeschat is", zegt Gatz. "Met die microkredieten willen we ook voor kleine kunstenaars leningen mogelijk maken. Ik ben me er bewust van dat de weg naar een systeem gemakkelijker gevonden wordt door grote gezelschappen. Maar we gaan er zeker op letten dat de aanvullende financiering ook voor de kleintjes kan werken. Nogmaals, het publiek geld valt niet weg."

"De kunstenaar is altijd al een ondernemer geweest. Hij wil zichzelf tonen aan de wereld met wat hij kan. Als wij hem de mogelijkheid geven om dat aan meer mensen te kunnen tonen, vind ik dat niet verkeerd. Maar mochten mensen kiezen om geen beroep te doen op die aanvullende financiering, dan hoeven zij daar zeker niet voor gestraft te worden, men kan zeggen "ik wil alleen met subsidies werken", maar men laat misschien wel een aantal kansen liggen dan."