OESO hekelt gebrek aan inspanningen van België om internationale corruptie aan te pakken

De Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OESO) is bezorgd over de "beperkte" inspanningen die ons land doet om het verdrag over de corruptie van buitenlandse ambtenaren in internationale handelstransacties toe te passen. De werkgroep rond dat thema laakt vooral het gebrek aan een proactieve aanpak.

In mei 1994 heeft de OESO een werkgroep opgericht om de toepassing van het verdrag systematisch op te volgen. Die werkgroep heeft nu een nieuwe verklaring over België klaar.

De OESO erkent dat ons land inspanningen heeft gedaan en doet, maar ziet nog veel tekortkomingen. De werkgroep laakt vooral het gebrek aan proactief optreden van het Belgische gerecht. Dat krijgt ook onvoldoende middelen om internationale corruptie aan te pakken. Nochtans krijgt het gerecht in ons land van de Europese anticorruptiedienst OLAF een pak zaken toegespeeld waarbij Europese ambtenaren betrokken zijn.

Volgens de werkgroep is er nog geen enkele gerechtelijke beslissing gevallen in een rechtszaak rond corruptie van buitenlandse ambtenaren door Belgische burgers of bedrijven. Sinds 2013 zijn enkel twee niet-Belgen veroordeeld in een internationale corruptiezaak die door OLAF bij het Belgische gerecht werd aangekaart.

Het is niet de eerste keer dat de OESO België hierover op de vingers tikt. In 2013 gaf de OESO-werkgroep ons land dertig aanbevelingen. Daarover zijn er slechts vijf volledig uitgevoerd. Tegen oktober moet België zelf aan de werkgroep een rapport over de kwestie overmaken.