Vlaamse gezondheidspreventie onvoldoende op maat van kansarme

Het preventieve gezondheidsbeleid in Vlaanderen is nog te veel gericht op de gemiddelde Vlaming en houdt onvoldoende rekening met de kansarmen. "Dat houdt het risico in dat de bestaande gezondheidskloof nog groter wordt." Dat staat te lezen in een rapport van het Rekenhof.

Het Rekenhof heeft het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid onder de loep genomen. Dat beleid hangt samen met een aantal grote doelstellingen op het vlak van onder meer suïcidepreventie ( tegen 2020 het aantal zelfdodingen in Vlaanderen met 20 procent verminderen tegenover 2000), vaccinaties en het gebruik van alcohol, drugs en tabak.

Het Rekenhof vindt dat het Vlaamse beleid te zeer focust op de doorsnee Vlaming en onvoldoende rekening houdt met kansarmen.

Omdat kansarmen een groter risico lopen op een slechte gezondheid, is het belangrijk om die doelgroep te bereiken met preventieve acties. "Maar het huidige beleid beperkt zich vaak nog tot het louter formuleren van goede intenties. Veel campagnes en interventies die gezond gedrag willen bevorderen, zijn nog te weinig op maat van kansarmen", staat te lezen in het rapport.

"Behoorlijk van kwaliteit, maar onvoldoende ingevuld"

Nog volgens het Rekenhof zijn veel plannen "wetenschappelijk onderbouwd en behoorlijk van kwaliteit" maar is het beleid op enkele vlakken nog "onvoldoende of ondoelmatig ingevuld".

Zo is er op het vlak van suïcidepreventie een te "versnipperde" aanpak. Er wordt op het terrein nog te vaak door of langs elkaar heen gewerkt. Het Rekenhof vraagt daarom een "stroomlijning".

Voor de gezondheidsdoelstelling tabak, alcohol en drugs ontbreekt volgens het Rekenhof dan weer een "integrale benadering". In de administratieve organisatie van de bevolkingsonderzoeken naar de verschillende types kanker mist men dan weer "coherentie".

Vandeurzen: "Verder constructief inzetten"

Minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) reageert in het rapport positief op de opmerkingen. Hij wil de audit "aangrijpen om verder constructief in te zetten op een sterker en efficiënter preventiebeleid in Vlaanderen". Met enkele aanbevelingen is volgens de minister al rekening gehouden, met andere zal dat in de nabije toekomst gebeuren.

Wat de opmerking over de kansarmen betreft, zegt Vandeurzen "dat de meeste experts vinden dat inspanningen moeten worden geleverd om de zogenaamde lagere middenklasse te bereiken, eerder dan zich vooral te richten op de zwakste groepen in de samenleving".