Oliereus Total in beroep veroordeeld tot 750.000 euro boete

Een hof van beroep in Parijs heeft de Franse oliegigant Total veroordeeld tot een boete van 750.000 euro voor het omkopen van buitenlandse ambtenaren in het kader van het VN-programma "olie voor voedsel" dat van 1996 tot 2003 liep.

De straf ligt in de lijn van de vordering van het parket en de maximumstraf op het ogenblik van de feiten. De Nederlandse groep Vitol kreeg een boete van 300.000 euro.

Op 8 juli 2013, na acht maanden van onderzoek en een maand van procesvoering, had de correctionele rechtbank alle beklaagden vrijgesproken. Maar het parket ging in beroep tegen het merendeel van hen. Buiten schot bleven de vroegere Franse minister Charles Pasqua en de vroegere CEO Christophe de Margerie (foto) van Total. Beiden zijn ondertussen overleden.

Eén van de aangeklaagden is vrijgesproken, elf anderen kregen boetes van 5.000 euro met uitstel tot 100.000 euro. Zo kregen de vroegere Franse VN-ambassadeur Jean-Bernard Mérilmée en de vroegere diplomaat Serge Boidevaix respectievelijk een boete van 50.000 en 75.000 euro.

Met het "olie voor voedsel"-programma probeerde de VN de Iraakse bevolking soelaas te bieden. Na de invasie van Koeweit door Irak in 1990 was een strikt embargo tegen het land ingesteld. Het regime van de toenmalige president Saddam Hoessein kon in beperkte hoeveelheden en onder controle van de volkerenorganisatie olie verkopen, in ruil voor humanitaire en consumptiegoederen. Maar Bagdad omzeilde dit door parallelle verkoop en overfacturatie, door miljoenen barrels ruwe olie te distribueren onder "vrienden" of door ristorno's op de petroleumverkoop te incasseren.

Jean Veil, advocaat van Total is "teleurgesteld" over het vonnis.