Jihadist vervolgd wegens vernieling erfgoed in Mali

Een 40-jarige moslimextremist staat terecht voor het Internationaal Strafhof in Den Haag wegens de vernieling van cultureel erfgoed. Het is de eerste keer dat dat gebeurt. Tijdens de bezetting van Noord-Mali in 2012 en 2013 hebben jihadisten oude moskeeën en graftombes verwoest.

Ahmad al-Faqi al-Mahdi is de eerste jihadist die zich in Den Haag moet verantwoorden wegens wandaden tijdens de oorlog in het Afrikaanse land Mali. Hij is ook de eerste die terechtstaat wegens het vernielen van cultureel erfgoed. 

Al-Mahdi was één van de leiders van de extremistische moslimgroep Ansar Dine die in 2012 het noorden van Mali had bezet. Daarop werden veertien eeuwenoude mausolea van moslimheiligen vernield, evenals een oude bibliotheek en enkele moskeeën. Volgens de moslimextremisten waren dat centra van "afgoderij" en gingen die in tegen de geest van de islam. Begin 2013 werden de extremisten verjaagd door Franse troepen.

De duizend jaar oude stad Timboektoe is door de Unesco -de cultuurorganisatie van de Verenigde Naties- uitgeroepen tot erfgoed van de mensheid. Dat weerhield er de extremisten niet van om vernielingen uit te voeren.

Volgens de Unesco is dit proces een belangrijk signaal dat misdaden tegen erfgoed niet onbestraft blijven. Dat is een duidelijke verwijzing naar de terreurgroep IS die in Irak en Syrië oude steden en monumenten vernietigd heeft, onder hen tempels in de Syrische woestijnstad Palmyra.

Mensenrechtengroepen willen echter dat al-Mahdi ook terecht zou staan wegens verkrachtingen en gedwongen huwelijken die onder de bezetting van Timboektoe door Ansar Dine schering en inslag waren. De Unesco heeft intussen al wel veertien van de vernielde mausolea in Timboektoe hersteld.