Was Jack the Ripper een koninklijke Jack the Dripper?

Een Brits veilinghuis biedt twee brieven te koop aan die de Britse prins Albert Victor in de jaren 1880 schreef en waaruit blijkt dat hij aan gonnoroe leed. De onthulling voedt de theorie dat hij achter de beroemde Whitechapel-moorden zit, gepleegd door de beruchte Jack the Ripper.

Elf vrouwen, onder wie het merendeel prostituees. Dat waren de slachtoffers van de zogenoemde Whitechapel-moorden, een reeks brutale moorden die tussen 3 april 1888 en 13 februari 1891 plaatsvonden in het gelijknamige verloederde district in het oosten van Londen. Allemaal worden ze toegeschreven aan de beruchte seriemoordenaar Jack the Ripper.

Tot op heden is niemand erin geslaagd zijn identiteit met zekerheid te achterhalen. Al meer dan een eeuw doen dan ook de wildste geruchten de ronde over wie hij was. In 1970 schoof dokter Thomas E.A. Stowell in een artikel niemand minder dan de Britse prins Albert Victor naar voren als mogelijke verdachte. Hij was de kleinzoon van koningin Victoria en de oudste zoon van Albert Edward, de latere koning Edward VII.

Syfilis

Stowell stelde dat de vroegtijdige dood van Albert Victor in 1892 niet het gevolg was van een longontsteking, maar wel van gezondheidsproblemen die voortvloeiden uit een syfilisinfectie die hij zou hebben opgelopen tijdens een bezoek aan een prostituee. De ziekte zou hem langzaam gek hebben gemaakt waardoor hij wraak zou hebben genomen door de vrouwen in het district Whitechapel te vermoorden.

Twee jaar na de publicatie van het artikel deed auteur Michael Harrison deze theorie af als nonsens in een boek over Albert Victor. Hij achtte het twijfelachtig dat de prins een seksueel overdraagbare aandoening (soa) had opgelopen, aangezien hij onder het toezicht van zijn persoonlijke leermeester John Neale Dalton stond. Harrison kon naar eigen zeggen geen enkel bewijs vinden dat de prins aan syfilis leed.

"Glete"

Twee brieven die het Britse veilinghuis International Autograph Auctions te koop aanbiedt (foto's onder), tonen nu aan dat Albert Victor wel degelijk een soa had. De prins schreef ze op 21 november 1885 en 18 december 1886 aan dokter Roche, zijn arts. Telkens maakt hij melding van "glete", een etterige afscheiding van de genitaliën die voorkomt bij een soa als gonorroe.

"Ik heb die capsules regelmatig genomen, vier per dag", meldt hij in de eerste brief. "Er is nog steeds een klein spoor van etter, maar nauwelijks merkbaar en enkel 's ochtends na het ontwaken." In de tweede brief klinkt hij minder optimistisch. "Kunt u mij nog wat van die capsules opsturen? Ik denk dat ik ze beter nog een tijdje blijf nemen. Ik heb nog steeds last van die dekselse etter die af en toe opduikt, hoewel het momenteel even is gestopt. Het is erg vervelend want ik dacht dat ik er voorgoed van af was."

Schotland

De brieven blazen de theorie dat Albert Victor iets te maken had met de Whitechapel-moorden of misschien wel Jack the Ripper zelf was, nieuw leven in. Toch is lang niet iedereen overtuigd. De Zweedse historicus Jan Bondeson, die een boek over Jack the Ripper schreef, merkt op dat de prins helemaal niet in het plaatje past omdat de seriemoordenaar waarschijnlijk een doorsnee burger was en geen aristocraat.

Bovendien zou Albert Victor op het moment van de moorden in Schotland hebben verbleven. "Oké, hij had misschien gonorroe, maar dat hadden de meeste mannen die destijds seks hadden met prostituees."

©Autograph Auctions
©Autograph Auctions