Charles de Gaulle, krijgsgevangen in Verdun

Op 2 maart 1916 bereikten de gevechten bij Verdun een ongekende hevigheid. Tegen de avond was de 25-jarige kapitein Charles de Gaulle een van de vele Franse militairen die als vermist werd opgegeven. De jonge officier overleefde het gevecht, maar zou de rest van de oorlog in Duits krijgsgevangenschap meemaken, tot zijn grote teleurstelling.

Kapitein de Gaulle voerde die dag een compagnie infanteristen aan voor het door de Duitsers veroverde fort van Douaumont. De compagnie werd langs drie kanten tegelijk aangevallen.

Ze slaagde erin de aanvallen af te weren, maar op het einde van de dag ontbraken heel wat manschappen, ook de compagniecommandant, die zelf aan de lijf-tegen-lijfgevechten had deelgenomen.

Velen vreesden dat kapitein de Gaulle tot de zovelen zou behoren die bij Verdun sneuvelden. Enkele weken later werd bekend dat hij gewond en krijgsgevangen was.

Hij had tijdens de gevechten een bajonet in zijn been gekregen en was door de Duitsers gevonden en overgebracht naar een hospitaal in Mainz.

Het was de derde keer in de oorlog dat de Gaulle gewond raakte. De eerste keer was in augustus 1914, toen hij de brug in het centrum Dinant verdedigde.

Gedenkplaat voor Charles de Gaulle op de brug over de Maas in Dinant

Literair talent

De latere generaal en staatsman Charles de Gaulle kwam uit een familie van geleerden en schrijvers en leek zelf in de eerste plaats literair talent te hebben.

Het waren zijn vaderlandsliefde en zijn belangstelling voor geschiedenis die hem deden verlangen officier te worden. Op school had hij ooit een opstel geschreven waarin “generaal De Gaulle” aan het hoofd van een Frans leger Berlijn binnentrekt.

Na de opleiding aan de militaire school van Saint-Cyr te hebben gevolgd, behoorde hij sinds 1912 tot het 33ste regiment infanterie, dat in de Noord-Franse stad Arras was gelegerd.

Zijn regimentscommandant was vol lof over de jonge officier, die niet alleen zeer intelligent en plichtsgetrouw was, maar ook een “briljante voordracht” had gehouden. Die regimentscommandant was kolonel Philippe Pétain.

Kolonel Philippe Pétain ( vooraan midden) tussen zijn officieren in Arras, net voor de oorlog

Het was vanuit Arras dat de Gaulles regiment bij het begin van de Eerste Wereldoorlog naar Dinant werd gezonden, om het door België oprukkende Duitse leger tegen te houden. Door de beenwonde die hij daar opliep, was hij meteen tot in oktober 1914 uitgeschakeld.

In maart 1915 raakte hij opnieuw gewond, ditmaal aan zijn hand, aan het front in Champagne. Hij herstelde ditmaal snel.

Eind februari 1916 werd zijn regiment naar Verdun gezonden, als onderdeel van het 2de leger, aangevoerd door (nu) generaal Pétain.

Het was dezelfde generaal Pétain die de vermiste kapitein de Gaulle voor zijn optreden op 2 maart op het legerorder vermeldde. Postuum, want men dacht dat hij gesneuveld was.

Door die vermelding werd hij ridder in het Legioen van Eer. Maar het zou nog even duren alvorens hij die hoge onderscheiding in ontvangst kon nemen…

De Gaulle, aan het hoofd van de tafel, tijdens een militaire oefening in 1912

Vijf ontsnappingspogingen

Eenmaal genezen van zijn verwonding, moest kapitein de Gaulle het lot van andere krijgsgevangen officieren delen. Hij zat gevangen in verscheidene vestingen, diep in Duitsland.

De ambitieuze de Gaulle was niet de man om zich daarbij neer te leggen. Het idee dat hij niet meer deel kon nemen aan de strijd tegen Duitsland, was voor hem ondraaglijk.

In oktober 1916 deed hij een eerste poging om naar Frankrijk terug te keren. Hij ontsnapte uit een fort in Ingolstadt (Beieren), maar werd een week later opnieuw gevangen genomen.

In 1917 en 1918 volgden telkens nog twee ontsnappingen. Steeds opnieuw werd hij gevat. Daarop volgden meestal 60 dagen zwaar arrest en een overplaatsing naar een nog beter bewaakte gevangenis. De langste ontsnapping duurde tien dagen, de kortste minder dan een dag.

Franse krijgsgevangenen in het kamp van Sczucszyn ( nu in Litouwen): kapitein de Gaulle is de man die de soep uitschenkt

Duitse taal

Uiteindelijk zou hij het grootste deel van de oorlog – 2,5 jaar- krijgsgevangene blijven. Hij volgde de oorlog op de voet, zoveel als hij kon, uit de kranten, en hield voordrachten voor zijn collega’s krijgsgevangenen over de politieke en strategische toestand.

Pas drie weken na de wapenstilstand van 1918 kon hij -ongetwijfeld gefrustreerd- terugkeren.

De Gaulle heeft alvast één positief aspect aan zijn lange gevangenschap in Duitsland overgehouden: de kennis van de Duitse taal en cultuur.

Hij had op de militaire school cursussen Duits gevolgd, omdat het nuttig kan zijn de taal van de vijand te kennen. Door 2,5 jaar verblijf in Duitsland werd die kennis geperfectioneerd, onder meer door het lezen van Duitse auteurs.

Franse officieren, in krijgsgevangenschap, aan het studeren (plaats onbekend)

In de jaren 1960 zou Charles de Gaulle als Frans president gebruik maken van zijn goede kennis van het Duits, niet alleen in zijn hartelijke relaties met de West-Duitse bondskanselier Konrad Adenauer.

Tijdens bezoeken aan Duitsland hield de Gaulle hele redevoeringen in het Duits – voor de vuist weg, zoals hij altijd deed. Daardoor won hij de sympathie van veel Duitsers.

In 1966 hield president de Gaulle een toespraak in Verdun voor de vijftigste verjaardag van de slag waarin hij vermist was geraakt.

Bij die gelegenheid bracht hij ook hulde aan maarschalk Pétain, hoewel die na de Tweede Wereldoorlog als collaborateur veroordeeld was geweest. Pétain was niet alleen de held van Verdun geweest, hij had ook een belangrijke rol gespeeld in de verdere carrière van de Gaulle.

Veel roem haalde Charles de Gaulle dus niet uit de Eerste Wereldoorlog. Hij moest wachten tot de volgende oorlog, waarbij hij zich tegen zijn vroegere mentor Pétain zou verzetten.

Charles de Gaulle en Konrad Adenauer tijdens een officieel bezoek aan Frankrijk in 1962 ( foto AP)

Charles de Gaulle spreekt de menigte toe tijdens een herdenking van de 32e verjaardag van de Slag bij Verdun, in Verdun in 1948 (foto AP)

lees ook