De generatiekloof bestaat niet meer

Er bestaat geen onderscheid meer tussen de opvattingen en waarden van jonge en oude Duitsers. Dat blijkt uit een studie van het magazine "Die Zeit". De verschillen tussen de mensen worden tegenwoordig vooral bepaald door de factoren opleiding, inkomen en vriendenkring.

Die Zeit nam een enquête af bij meer dan 3.000 Duitsers en stelde hen meer dan honderd vragen over wat zij belangrijk vinden en welke waarden zij willen doorgeven aan de volgende generatie.

Het verrassend besluit van de studie is dat de jeugd als groep is verdwenen. Vroeger manifesteerden de jongeren zich onder meer door hun verzet tegen de heersende orde en het gebruik van drugs. Maar daar is niets meer van terug te vinden. Uit de studie blijkt dat zowel jeugd als ouderen drugs en overmatig alcoholgebruik afzweren, de jeugd zelfs nog iets meer dan de ouderen. Gezamenlijke maaltijden worden door jongeren en ouderen belangrijk gevonden.

Geen generatie Y

Ook op het gebied van werk zijn de verschillen gering. Een kleine meerderheid van jong en oud vindt het belangrijk om vaste arbeidsuren te hebben. Dit resultaat spreekt de algemeen heersende mening tegen dat de jongeren van de generatie Y graag flexibele arbeidstijden willen hebben.

Beide groepen vinden het ook belangrijk dat ouders met kinderen het huishoudelijk werk en de zorg voor de kinderen gelijk verdelen. (Al is er hier wel een verschil tussen mannen en vrouwen).

Het aan de generatie Y toegeschreven belang aan de herkomst van voedingsmiddelen wordt door de studie tegengesproken. Het zijn juist de ouderen die drie keer meer dan de jongeren letten op de herkomst van hun voeding.

De enige eigenschap van generatie Y die blijkt te kloppen, is dat de jeugd minder geïnteresseerd is in politiek en cultuur dan de oudere leeftijdsgroepen.

Toch zijn er verschillen

Al blijkt uit de studie dat het onderscheid tussen de Duitsers niet  langer leeftijdsgebonden is, toch kunnen er verschillende groepen in de samenleving onderscheiden worden. Belangrijke factoren daarbij zijn de opleiding, het inkomen en de vriendenkring van de ondervraagden.

Zo vinden mensen met een lage scholing het veel belangrijker om vaste arbeidsuren te hebben dan hoogopgeleiden. Hetzelfde verschil is er aangaande de interesse voor politiek en cultuur. Meer dan 80 procent van de hoogopgeleiden vinden dit belangrijk, tegenover minder dan de helft voor de mensen met een lagere opleiding.

De kloof tussen de Duitse generaties is dus verdwenen, maar die tussen de sociale klassen niet. Die verdelen de jeugd ook in groepen die zo weinig met elkaar te maken hebben dat ze geen gemeenschappelijke idealen meer nastreven.