Moeten Reagan en Thatcher de Chinese economie redden?

De jaarlijkse zitting van het Chinese parlement zou de kwakkelende economie op een nieuw spoor moeten zetten. De Chinese president Xi Jinping wil in de gereedschapskist grijpen van voormalig VS-president Ronald Reagan en de Britse ex-premier Margaret Thatcher om zijn economie opnieuw wind in de zeilen geven.

Sinds voormalig topman Deng Xiaoping in 1993 de teugels van de Chinese economie vierde, heeft die een verrassend en spectaculair palmares neergezet. De economie is de voorbije decennia fors gegroeid en miljoenen Chinezen zijn uit de armoede geraakt.

De voorbije jaren -en vooral maanden- komt daar echter de mot in en is het model van de vooral op export gerichte industrie gebotst op zijn limieten. Buitenlandse investeringen kalven af of verdwijnen naar andere Aziatische landen, er is overcapaciteit in de industrie en er dreigen zeepbellen van schulden en overtollig vastgoed. De groei brokkelt af en zou nu al onder de 7% zitten, in werkelijkheid is dat waarschijnlijk nog minder.

De regering toont zich daar erg bezorgd over, want sociale onrust en economische terugval zouden het machtsmonopolie van de communistische partij kunnen aantasten. Er is dus nood aan een nieuwe koers en het lijdt weinig twijfel dat het Nationale Volkscongres, zoals het parlement in China heet, het nieuwe beleid van de regering zal goedkeuren.

Reaganomics en Thatcherism?

Sinds 2008 had Peking geprobeerd om de terugval op te vangen door economische stimuli van de overheid via massale investeringen in onder meer infrastructuur. Dat werkt weliswaar een tijdje goed, moderniseert het land, creëert banen en doet het geld rollen, maar de effecten zijn uiteraard tijdelijk. Als je niet oplet, zit je binnen de kortste keren opgezadeld met overtollige en vaak vooral op prestige gerichte infrastructuurprojecten en kunstmatig opgeblazen vastgoedprijzen.

Ook dat heeft nu zijn limiet bereikt en de regering wil nu uit een ander vaatje tappen. Het nieuwe motto in Peking luidt "supply-side structural reform" of structurele hervormingen aan de aanbodzijde van de economie. In mensentaal wil dat vooral zeggen: belastingverlagingen en deregulering die innovatie, ondernemerschap en de dienstensector zouden moeten aanmoedigen in plaats van enkel in staal en beton te investeren.

"Old hands" die al een tijdje meegaan, herinneren zich dan de min of meer gelijkaardige aanpak van de conservatieve westerse leiders van de jaren 80 zoals Ronald Reagan in de VS en Margaret Thatcher in Groot-Brittannië. Het is wel opvallend dat net die erg kapitalistische tendens nu in Peking als "de juiste keuze" wordt omschreven.

Durft president Xi de ommekeer aan?

Het valt echter af te wachten of de Chinese regering ook de keerzijde van de medaille durft aanpakken: het uitzuiveren van de inefficiënte en vaak gigantische staatsbedrijven, het wegwerken van de massale overcapaciteit in de industrie en met andere woorden dus het schrappen van miljoenen banen in die sectoren. Conservatieven zoals Reagan en Thatcher konden -ondanks veel sociaal protest- doordrukken; het is de vraag of president Xi Jinping en premier Li Keqiang (foto) dat ook durven.

Enkele dagen geleden kondigde China aan dat het 1,8 miljoen banen zou schrappen in de kolen- en staalindustrie om overcapaciteit weg te werken en de enorme vervuiling in te perken. Ook in andere sectoren zou er capaciteit -en dus banen- moeten verdwijnen om de economie los te koppelen van het staatsinfuus van subsidies.

Anders dan in de VS en Groot-Brittannië is er ook nog een ander risico: China is geen democratie en een beleid van deregulering en liberalisering houdt ook het gedeeltelijk opgeven van de controle door de politiek in en dat is iets waar het communistische regime in Peking altijd erg huiverig tegenover gestaan heeft.

Het is dus uitkijken hoe ver de regering durft gaan bij het implementeren van het nieuwe beleid. Dat is niet zonder risico's, maar analisten gaan ervan uit dat de Chinese regering misschien geen andere keuze heeft. Niets doen is in de huidige omstandigheden ook geen optie meer.