De mythe van de partijdemocratie - Bart Maddens

Het is een mythe dat een partij democratischer is als de leden de voorzitter mogen kiezen.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Bart Maddens doceert politieke wetenschappen in Leuven. Hij volgt de communautaire discussies op de voet.

Vorige week in de "Afspraak op Vrijdag" reageerde Karel De Gucht nogal gechoqueerd toen ik zei dat een partij het best wordt geleid zoals een bedrijf. Nochtans zijn de partijen zelf al lang tot die conclusie gekomen. In de huidige mediademocratie moet de partijleiding kort op de bal kunnen spelen. Ze moet bliksemsnel kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen. Tijd om leden te consulteren is er zelden.

En het is ook niet op congressen of partijraden dat de belangrijke strategische beslissingen worden genomen. Dat gebeurt door een handvol politici aan de top van de partij.

Meesters in manipuleren

Het zou de partijen sieren mochten ze dat ook eerlijk toegeven. Maar de waarheid klinkt niet zo sympathiek. Partijen doen zich liever voor als super-democratisch. Ze pakken graag uit met hun voorzittersverkiezingen. Maar tegelijkertijd proberen ze die zoveel mogelijk te sturen. Alle leden mogen meestemmen op het congres, jubelen ze. Maar ze zijn meesters in het manipuleren van de congresdeelnemers via perfect geregisseerde tussenkomsten door de partijbonzen.

Met die ledeninspraak is er trouwens iets pervers aan de hand. In de meeste partijen werd de voorzitter vroeger gekozen door de partijraad of het congres. En het congres bestond niet uit gewone leden, maar uit door de afdelingen verkozen afgevaardigden. Die zijn meestal zuiverder in de leer dan de meer pragmatische partijtop.

De afgevaardigden zijn vaak de ideologische ambetanteriken in de partij. En hoe kan dat lastige middenkader het best worden omzeild? Juist, door alle leden te laten beslissen.

Want die zijn gematigder en staan dichter bij de modale kiezer. En vooral : ze zijn gemakkelijker te manipuleren. Anders gezegd : mochten alle N-VA-leden daarover hebben mogen stemmen, dan was Sarah Smeyers vandaag penningmeester van de partij.

IJzeren wet

Paradoxaal genoeg versterkt de ledeninspraak dus de oligarchisering van de partij. De term komt van de Duitse socioloog Robert Michels (1876-1936). Hij was zelf socialist, onder meer uit enthousiasme over de basisdemocratie in de socialistische partij. Tot hij als wetenschapper die interne democratie kritisch onder de loep nam.

Ledeninspraak? De leden hebben gewoon geen tijd om zich met partijzaken in te laten. Ze kijken vol bewondering op naar de partijleiders en vragen niets liever om door hen geleid te worden. De politici en de werknemers van de partij vergaren gaandeweg zoveel expertise dat ze onmisbaar zijn en niet meer afgezet kunnen worden.

Geen enkele partij kan ontsnappen aan wat Michels de ijzeren wet van de oligarchie noemde. Partijen functioneren in de praktijk zoals een leger, met een hiërarchische beslissingsstructuur. En anders gaan ze ten onder.

Michels raakte gedegouteerd door de hypocrisie binnen de socialistische partij, door de kloof tussen democratische theorie en oligarchische praktijk. Als een partij toch centraal geleid moet worden, dan kan die daar beter openlijk voor uit komen, vond hij. Consequent met zichzelf werd hij in de jaren twintig, toen hij in Italië doceerde, lid van de fascistische partij van Mussolini.

Dat heeft zijn democratische reputatie evenwel geen goed gedaan. Want Mussolini was niet enkel de oligarch van zijn eigen partij, maar ook van heel Italië. En dat is een cruciaal verschil.

Wat als de leden kiezen?

Er is geen dwingende reden waarom partijen intern democratisch moeten zijn. Zolang de democratie maar ten volle kan spelen tussen de partijen. Het is de kiezer die je zoveel mogelijk macht moet geven. Je moet de electorale markt zo competitief mogelijk maken.

Je mag die niet afsluiten voor nieuwkomers door electorale en financiële drempels op te werpen. In die omstandigheden zal de partijleiding er zich wel voor hoeden om een groot deel van de achterban van zich te vervreemden. Want die kan dan gemakkelijk een nieuwe partij oprichten. Economisten zouden dit een automatische stabilisator noemen.

Maakt het dan helemaal niets uit of een partij intern democratisch is of niet? Toch wel. Neem nu de selectie van de kandidaten voor verkiezingen. Echte democratische partijen laten de leden daarover autonoom beslissen.

Maar wat blijkt uit onderzoek? Dat die leden heel sterk geneigd zijn om de spreekwoordelijke blanke man van middelbare leeftijd op de lijst te zetten. En ze kunnen heel moeilijk weerstaan aan de verleiding om de uittredende parlementsleden een nieuw mandaat te geven.

De lijsten zijn diverser en representatiever als de partijleiding daarover ‘dictatoriaal’ beslist. Wat dat betreft kun je dus zeggen : hoe minder democratisch de partij, hoe beter voor de democratie.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.