Wouter Stalin - Van Dievel Consulting

Waarin de auteur als marketeer, "verkoper van gebakken lucht", met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit van de week kijkt. Deze week: Wouter Beke is herverkozen als voorzitter van CD&V.

De bel aan de fraaie smeedijzeren poort van onze modeste villa klingelde als hing er een wildeman aan de ketting. 'Wie daar?' sprak ik verstrooid in de parlofoon. 'Wouter Beke!' klonk het afgemeten en dwingend, 'en als ge mij niet rap binnenlaat ram ik de poort uit haar hengsels!' Wij, van VDC, trokken grote ogen en haastten ons naar buiten om de voorzitter van CD&V met de nodige égards te verwelkomen en aldus mogelijke schade aan have en goed te voorkomen.

Onherkenbaar! Een ander woord gebruiken zou de gedaanteverwisseling van Wouter Beke onrecht aandoen. Die spieren, dat hoekige gelaat, die indringende blik, die wrede mond, die drakentattoo in zijn nek! De opperchristendemocraat kneep mijn hand fijn ter begroeting, gooide een stok wel honderd meter ver (waar Brabançonne op mijn teken zuchtend achteraan ging) en legde een spartelende Dinska Bronska over zijn brede schouder, alvorens zonder kloppen onze modeste villa binnen te treden.

Wie niet met mij is, is tegen mij

"Bon," zei Beke toen hij een ferme slok uit mijn persoonlijke fles Famous Grouse had genomen, Dinska wellustig had gekust en vervolgens zijn lippen met de rug van zijn hand droog had geveegd, "ik zal er geen doekjes om winden: ik wil weten wie er bij de voorzittersverkiezing tégen mij heeft gestemd."
"Heer Beke," opperde ik, "u was de enige kandidaat, er wáren geen tegenstemmers."
"Wie niet met mij is, is tegen mij," verduidelijkte onze bezoeker.
"Als ik 98,3 procent van de stemmen haalde, zou ik niet mopperen," probeerde ik nog.

Dat had ik beter niet gedaan.

Wouter Beke kwam overeind, tilde mij met één hand op en bracht alzo mijn gezicht dichtbij het zijne. Ik kneep mijn ogen en mijn billen dicht van de grote schrik, ik zal het niet ontveinzen.
"In De Standaard stond geschreven dat ik een stalinistische score heb gehaald," siste hij mij met een drankkegel van hier tot in Tokio toe, "wel Van Dievel, zo zal ik mij voortaan ook gedragen. Gelijk de Stalin van CD&V. En gij, Van Dievel, gaat achterhalen wie mij niet steunt."
"G-g-g-geef mij een halve dag, heer Stalin, pardon, heer Beke," stotterde ik.
"Een half uur krijgt ge," luidde zijn repliek.
"Kom schoon kind, we gaan iets drinken," wendde hij zich op iets zachtere toon tot een geheel in verwarring verkerende Dinska Bronska.
Waarna hij haar andermaal over zijn schouder plooide en aan de einder verdween.

Een wilde maar een geslaagde gok

"Heer Leterme," sprak ik in de hoorn van de telefoon toen de verbinding met Zweden moeizaam tot stand was gebracht, "uw nee-campagne tegen Wouter Beke heeft niet veel succes gehad, als ik zo de cijfers bekijk."
Het was een wilde maar een geslaagde gok.
"Als iedereen van ons vijf tegenstemmers voor zich had kunnen winnen, als iedereen van ons vijf minuten politieke moed had getoond, gelijk we hadden afgesproken, had Beke maar 95 ten honderd gehaald. Een blamage zou dat geweest zijn. Ikzelf had wel twaalf mistevredenen gemobiliseerd, maar ja, als de anderen niet van hun woord zijn en er met hun klak naar gooien..." grommelde de oud-premier, heden met onduidelijke bezigheden woonachtig in Stockholm.

"Ha, wie was er dan nog bij?" hield ik mij van den domme.
"Kris Peeters, uiteraard, die het beu is om tweede viool te moeten spelen, binnen en buiten de regering. Van Rompuy natuurlijk, Herman uiteraard, niet Eric, uit jaloezie. En Pieter De Crem, want die is altijd voor een intrige te vinden. Idem voor Koen Geens die gelooft dat god hem heeft geroepen om CD&V te leiden. Marc Van Peel die CD&V graag zou zien opgaan in de N-VA, en gouverneur Decaluwé die niet moet weten van al dat softe en genuanceerde gedoe rond de vluchtelingen, afijn, de hele oude garde.

Mochten Tindemans en Dehaene nog leven, ze zouden ook tegen hebben gestemd, goed geweten! Ze zouden geen spaander heel laten van dat onnozele WIJ-gedoe van Beke."
"Het blijft natuurlijk onder ons, heer Leterme, maar droomt u nog van een comeback in de vaderlandse politiek?"
Alweer een wilde gok van mij. Alweer bingo.
'Mijn tijd komt nog, Van Dievel, afspraak na de verkiezingsnederlaag van 2018 of 2019, het steekt niet op een jaar."

Als een ware Judas

Wouter Beke maakte pas dik twee uur later opnieuw zijn opwachting, met een macho-grijns op het gelaat en een zelf gerolde sigaret tussen de lippen, en met een danig verfomfaaide Dinska Bronska aan zijn zijde. Die blik in haar ogen (die onderwerping en aanbidding verried) had ik nog nooit eerder gezien bij haar. Brabançonne rolde met zijn ogen, maar de huichelaar liet zich wel achter de oren krabben toen Beke zich in een zetel neer had geploft.
'Wel?!' hernam onze gast ons eerdere onderhoud.

Meer woorden had ik niet nodig om als een wereldkampioen-verrader de namen te onthullen die ik te weten was gekomen, en om mij interessant te maken verzon ik ter plekke nog wat tegenstanders erbij: Servais Verherstraeten, Jo Vandeurzen, Hendrik Bogaert, Veli Yüksel en Ivo Belet.
"Tu quoque, Veli", sprak Wouter Beke nadenkend en de opstijgende rookwolkjes van zijn sigaret nakijkend.
"De waarheid komt soms hard aan, heer Beke" zeide ik als een ware Judas.

Het zal kort dag zijn

"Bon," zei Beke, "het is een harde noot om kraken maar hun dagen of weken zijn geteld."
"Moet ik daartoe iets ondernemen?" slijmde ik, "een lastercampagne op maat of zo?"
"Voor u heb ik een andere opdracht, Van Dievel."
Het idee leek hem geweldig te amuseren.
"Ik wil van 't weekend ons nieuwe WIJ-doctrine voorstellen aan het grote publiek. Organiseer dat. Ik wil geen toespraken behalve die van mij. Ik wil muziek, zang en dans. Het moet tof zijn, de mensen mogen zich niet vervelen. Ze moeten met een tevreden gevoel naar huis gaan en zich pas de volgende dag afvragen wat CD&V nu eigenlijk écht wil. Verstaat ge? Er moeten grote namen op de affiche staan, maar het mogen geen ouwe mannen gelijk Will Tura zijn. Voilà, begin er maar aan, want het zal kort dag zijn."

Ik slikte eens en mijn tremor naturalis begon op te spelen. Zelfs Brabançonne werd helemaal bleek, wat een merkwaardig gezicht is bij een pikzwarte dobermann.

"Hebt gij iets te doen, vanavond, poes?" richtte Wouter Beke zich tot Dinska Bronska, "kom mee, ik zal u mijn kamer in Brussel laten zien."
En henen gingen zij, mij en Brab in zak en as achterlatend.

Samson als Hilde Crevits

Ik vermande mij evenwel, sloeg mijn welgevulde adressenboekje open en vormde onvervaard een nummer.
"Hallo met Gert Verhulst."
"Gert, oude makker," begon ik, "kunt gij op 1, 2, 3 een musical in mekaar flansen over de nieuwe ideologie van CD&V, met alle acteurs en zangers van Studio100 en met u als ster van de show? Gij zijt Wouter Beke, verstaat ge? En Samson moet Hilde Crevits spelen. En ge moet de stouteriken van de N-VA en de slechteriken van de Open VLD op hun smoel doen vallen. Het publiek moet eens goed kunnen lachen."
"Geen probleem, Lowie."
"Zegt ge dat nu om te lachen of meent ge het, Gert?"
"Tegen wanneer moet de show klaar zijn?"
"Tegen morgen, eigenlijk feitelijk."
"Och, dan kunnen we er zelfs nog wat nuance in aanbrengen, of hebt ge dat liever niet, Lowie?"

lees ook