We praten met onze kinderen over geld, maar niet graag over ons loon

Veel ouders praten met hun kinderen over geld, maar dat gebeurt eerder oppervlakkig. Niet alle geldzaken, zoals het loon van vader en moeder, zijn bespreekbaar. Hoe ouder het kind, hoe opener ouders wel worden. Dat blijkt uit een enquête van de VRT, De Tijd en Wikifin, naar aanleiding van de Week van het Geld, die vandaag start.
© BSIP / Reporters

Geld is in de Vlaamse huiskamers geen taboe. In Vlaamse gezinnen is het een regelmatig gespreksonderwerp, zo leert de enquête. Ruim 9 op de 10 ouders zeggen met hun kind(eren) over geld te praten. 3 op de 10 doen dat vaak, ruim 5 op de 10 doen dat soms, een kleine groep zelden. Amper 5 procent van de ondervraagde ouders zegt nooit met hun kinderen over geld te praten.

Geld wordt dus wel besproken, maar dat wil niet zeggen dat alle geldzaken ook bespreekbaar zijn. Het meest opvallend daarbij is dat slechts een derde van de kinderen weet wat hun ouders ongeveer verdienen. 60 procent weet dat niet.

Al is er wel een evolutie naargelang de leeftijd van de kinderen: bij jonge kinderen (van 6 tot 9 jaar) weet amper 16 procent wat hun ouders verdienen. Bij prille tieners (10 tot 14 jaar) weet 28 procent dat, terwijl bij 15- tot 19-jarigen net niet de helft van de kinderen weet wat hun ouders verdienen. Maar 42 procent weet dat dan nog altijd niet.

Wat met zakgeld?

Zakgeld is zonder twijfel het meest gebruikte middel om kinderen met geld te leren omgaan. Toch krijgen lang niet alle kinderen zakgeld. Van alle ondervraagde ouders zegt 64 procent dat ze hun kinderen op regelmatige basis zakgeld geven, 35 procent zegt dat niet te doen. Bijna de helft van de kinderen krijgt voor het eerst zakgeld voor hun tiende verjaardag. Bijna 1 op de 5 krijgt zelfs al regelmatig zakgeld voor hun zevende verjaardag.

Het bedrag dat kinderen krijgen, stijgt wel met de leeftijd, zo krijgt het grootste deel van de 10- tot 14-jarigen tussen de 5 en de 39 euro per maand, bij de 15- tot 19-jarigen is dat tussen de 20 en 99 euro per maand.

Ook een eigen bankkaart is een aspect om met geld te leren omgaan. Vanaf 10 jaar krijgen sommige kinderen een eigen bankkaart (vaak met een beperkt op te nemen bedrag). Op 14 jaar heeft de helft van alle kinderen al een eigen bankkaart en vanaf dan gaat het snel omhoog: op 15 jaar heeft 63 procent een eigen bankkaart, op 17 jaar 83 procent.

Sparen we voor de kinderen?

Ook interessant: drie kwart van de ouders zegt te sparen voor hun kinderen. 5 procent doet dat wekelijks, 40 procent maandelijks, 5 procent regelmatig en 24 procent doet dat zonder regelmaat. De meeste ouders sparen voor hun kinderen via een spaarrekening, maar 1 op de 5 doet dat (eventueel daarnaast) ook cash. Slechts een erg klein deel van de ouders (3 procent) spaart voor hun kinderen via de aankoop van vastgoed of via aandelen.

Maar 1 op de 4 ouders spaart niét voor hun kinderen, bij die groep geeft het grootste gedeelte (49 procent) aan dat ze niet sparen omdat er binnen het gezin geen financiële ruimte voor is. 3 op de 10 ouders die niet sparen voor hun kinderen geven aan dat ze de kinderen wel geld geven als ze dat nodig hebben.