"Die oorlog ... die is nog lang niet voorbij" - Rudi Vranckx

Vijf jaar oorlog in Syrië. Die gruwel vrijwel elke dag professioneel volgen, zien en meemaken ... Het doet wat met een mens. Ook bij een journalist. Rudi Vranckx laat even zijn twijfels en emoties zien.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Deze tekst is geschreven op vraag van De Morgen voor de speciale Syrië-krant vandaag over vijf jaar oorlog. Rudi Vranckx is conflictjournalist bij VRT Nieuws en  ging meerdere keren naar het oorlogsgebied in en rond Syrië voor journalistieke verslaggeving.

Ze ziet er goed uit: wat make-up, een modieuze bril, het haar net gekapt. Maar in haar ogen huist een doffe glans. “Het is alsof ik naar de oorlog kijk van achter een venster, veraf en toch dichtbij. Ik zie hem sterven, elke dag opnieuw.” De moeder van een Syrië-strijder, verteerd door verdriet en onmacht, en met een hoofd vol niet uit te spreken beelden, vertelt me over haar leven.

Of zijn het de woorden van een jezidi-meisje van veertien die me achtervolgen? Ze werd van de ene strijder aan de volgende doorverkocht. Een week lang verkrachten en dan weer weggooien.

Hoe kunnen mensen elkaar dit aandoen? In godsnaam? Het is het beeld van de vader die verweesd achterblijft in de ruïne van zijn huis, nu een bomkrater, dat me altijd zal bijblijven. Al twee keer was hij gevlucht voor de bommen van Assad.

Toen sloeg het noodlot toe op amper tien kilometer van de grens met Turkije, een vluchtelingenkamp binnen handbereik. De man kwam te laat. Hij klemt een plastic teenslippertje in de hand. Het enige wat hem rest van zijn dochtertje. Op de grond liggen plukjes haar. Vijf jaar oorlog zijn ook in mijn hoofd versmolten tot een caleidoscoop van beelden en emoties.

Zwarte gaten

Vijf jaar: zo lang hebben we de oorlog in Syrië laten bezinken. Wat voor een oorlog zich daar afspeelt? We hadden er geen idee van. Het was een ver-van-ons-bedshow. Comfortabel. Maar nu is de oorlog thuisgekomen. Terwijl wij hét conflict van deze eeuw negeerden, bleef het zwarte gat uitdeinen. Want dat is wat zwarte gaten doen: ze blijven groeien, tot enorme proporties, en slokken alles op wat in hun buurt komt. Zelfs het licht.

Het was heel onschuldig begonnen. In de Syrische stad Daraa kwam in maart 2011 het volk op straat toen enkele tieners hun revolutionaire graffitislogans moesten bekopen met een verblijf in de cel en de voor het Assad-regime gebruikelijke foltering. Dat regime beantwoordde de opstand op de enige manier die het kent: met nog meer bruut geweld. 

Elke roep om verandering of vrijheid werd terrorisme genoemd, tot de terroristen ook echt kwamen. Een kleine vijf jaar, 250.000 doden en 11 miljoen vluchtelingen later is Syrië het front van een mozaïekoorlog waarop (al dan niet jihadistische) milities en het regimeleger elk voor hun eigen belangen vechten, nu eens aan elkaars zijde en dan weer aan weerskanten van de frontlinie.

Het geweld werd steeds brutaler en steeds meer partijen gingen zich erin mengen, van de kleinste splintergroeperingen tot de grootste aspirant-grootmachten (jawel, Rusland) met hun niet altijd even goed verborgen agenda’s.

En het Westen bleef wegkijken. We deden niets toen Assad chemische wapens inzette en zo de rode lijn van de Amerikaanse president Obama overschreed. Wij, het Westen, die de vrijheid en de mensenrechten zo hoog in het vaandel dragen. Zo werd Syrië ook ons morele zwarte gat. 

Welke keuze hebben we nog?

13 november 2015. Parijs. Een feestavond zonder vreugde, met voetbal, een concert en een terrasje. Er waren dan ook 130 doden gevallen. We zijn op snelheid gepakt, die vrijdagavond, en brutaal wakker geschud door een oorlog waarvan we tot dan toe niet eens beseften dat die in alle hevigheid woedde in onze straten. We hoorden de bommen niet vallen. Van de Bataclan en het Stade de France naar Syrië: anno 2016 is het een dagreis, via het internet slechts microseconden.

Die oorlog laat ons nu geen andere keuze meer dan erin mee te vechten.

We hebben toegelaten dat de oorlog is uitgedeind tot aan onze eigen grenzen. Duizenden vluchtelingen, duizenden gevolgen daarvan spoelen nu aan op de kusten van Europa. We mogen ons niet laten leiden door emotie, zeggen sommigen als we de foto van de kleine Aylan zien, aangespoeld op de kusten van Europa. Op de vlucht uit het Koerdische grensstadje Kobani. Ook daar heb ik zijn vriendjes en buren gefilmd en machteloos toegekeken.

Nee, we mogen ons niet laten leiden door emotie, de politiek moet rationeel zijn in deze crisis. Maar is dat niet gewoon een ander woord voor collectief egoïsme? Rationeel? Ja. De onderbuik volgen voor eigen gewin?

Nee. Syrië heeft ons in het tijdperk van de angst gebombardeerd. Het trending woord voor de komende jaren wordt… grenzen. Om te bewaken, om af te sluiten. Hoog tijd dus om ons ook te bezinnen over onze morele grenzen, want de oorlog, die is nog lang niet voorbij.