Vlaamse regering moet in eigen boezem kijken - Ivan De Vadder

De N-VA en Open VLD krijgen klappen in de peiling van de VRT en De Standaard, maar vooral de Vlaamse regering en minister-president Geert Bourgeois hebben een probleem.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Ivan De Vadder is Wetstraatwatcher voor VRT Nieuws. Hij maakt en presenteert ook de programma's "De afspraak op vrijdag" en "De coulissen van de Wetstraat".

De peiling van de VRT en De Standaard brengt geen goed nieuws voor de N-VA en Open VLD. Die twee regeringspartijen gaan achteruit in vergelijking met de verkiezingen van 2014. CD&V houdt stand, maar blijft toch net onder het niveau van de ooit verhoopte 20%. De winst is er voor de oppositiepartijen Groen en Vlaams Belang, en in mindere mate voor de SP.A. Ook de PVDA wint, maar blijft nog altijd onder de kiesdrempel.

Aan de oppervlakte lijken dit maar kleine verschuivingen, maar volgens mij is er wel degelijk iets aan de hand.

Alarmbellen voor de N-VA

De N-VA is met een score van 27,3% teruggevallen op een niveau van vóór de verkiezingen van 2010. In vergelijking met de verkiezingen van 2014 verliest de partij zelfs meer dan 5%. Dat is niet de grootste terugval binnen de termijn van een legislatuur (zo zakte regeringspartij VLD ooit van het verkiezingsresultaat uit 2003, 24,6%, naar het peilingsresultaat uit 2004, 18,8%), maar een verlies van meer dan 5% vindt geen enkele partij leuk.

Je zou nog kunnen redeneren dat een regeringspartij – zeker wanneer ze op zo’n hoog niveau staat - door het regeringswerk sowieso verlies boekt. Regeren is compromissen sluiten, en dus kun je met regeringswerk onmogelijk iedereen tevreden stellen, dat lukt nu eenmaal veel beter met oppositiepraat. Maar die redenering klopt niet helemaal.

De peiling toont aan dat de Vlaming het werk van Jan Jambon (terreuraanpak) en Theo Francken (asiel en migratie) wel apprecieert. Een terugval van 5%, daar had de N-VA dus wellicht geen rekening mee gehouden.

Het goede regeringswerk zorgt meteen voor het goede nieuws voor de N-VA. De federale N-VA-regeringsleden Theo Francken (Asiel en Migratie) en Jan Jambon (Binnenlandse Zaken) worden duidelijk beloond voor hun regeringsbeleid. Ze leveren volgens de ondervraagde Vlaming ook goed werk: de scores van Theo Francken (60%) en Jan Jambon (58%) zijn overtuigend. Ze eindigen dan ook op de 6e plaats (Francken) en de 11e plaats (Jambon) in de poppoll van de meest populaire politici.

Vermits de Vlaamse minister-president Geert Bourgeois in die poppoll op de 10e plaats eindigt, staan er nu 3 N-VA-leden in de top tien, terwijl dat lange tijd Bart De Wever alleen -de eenmanspartij- is geweest. Hij is intussen wel weggezakt naar de 4e plaats, en wordt zelfs door premier Michel ingehaald. Het is al van september 2011 geleden dat De Wever de meest populaire politicus was in Vlaanderen.

Tot zover het goede nieuws

Verder staan voor de N-VA stilaan enkele parameters in het rood. Zo is de partijontrouw bij de N-VA-kiezers voor het eerst hoog. 22% van de kiezers die in 2014 op de N-VA heeft gestemd, is nu van plan voor een andere partij te kiezen. En dat terwijl de gemiddelde partijontrouw in deze peiling met 17% eigenlijk behoorlijk laag is. Om een idee te geven, bij de Vlaams Belangkiezers is die ontrouw máár 10%.

Het zijn dus de N-VA-kiezers die zich kunnen inbeelden van partij te veranderen, en daardoor wordt de N-VA in deze peiling de eerste leverancier van kiezers aan alle andere partijen, op de PVDA na.

Nog een parameter die rood uitslaat, is het potentieel van de partij. De N-VA verzilvert 56% van zijn potentieel, dat wil zeggen dat meer dan de helft van de mensen die zich kan inbeelden voor de N-VA te stemmen dat effectief ook doet. Dat is een erg goede score, maar de partij zit daarmee aan zijn limiet. Nauwelijks 11% van de mensen die zich kunnen inbeelden voor de N-VA te stemmen, kiest nu voor Open VLD. Nauwelijks 13% van de mensen die zich kunnen inbeelden voor de N-VA te stemmen, kiest voor CD&V.

De N-VA zet dus haar potentieel erg goed om, maar heeft daardoor geen reservoir meer van mogelijk te overtuigen kiezers.

Om te vergelijken, bij CD&V kiest 38% van de mensen die zich kunnen inbeelden voor CD&V te stemmen, ook effectief voor die partij. 20% van de mensen die zich kunnen inbeelden voor CD&V te stemmen, kiest op dit moment voor de N-VA. Vervelend voor CD&V, maar het betekent op termijn wel dat er nog een reservoir bestaat van nog te overtuigen kiezers. En vermits de N-VA leverancier wordt van kiezers, bestaat vanaf nu de mogelijkheid dat CD&V dat potentieel ook kan aanboren.

De alarmbellen voor Open VLD

Ook Open VLD verliest terrein in deze peiling. Een verlies van 1,5% in vergelijking met de verkiezingen in 2014, wat op zich niet zo dramatisch is. Maar er zijn andere alarmsignalen. Twee sterkhouders van de liberalen tuimelen uit de top tien van de meest populaire politici: Annemie Turtelboom die van de 10e naar de 24e plaats zakt en 12% aanhang verliest, en voorzitter Gwendolyn Rutten die van de 8e naar de 14e plaats zakt, en 8% aanhang verliest.

De geuzennaam "Turteltaks" die Annemie Turtelboom heeft aanvaard, raakt ze niet meer kwijt, en ook de voorzitter die haar is blijven verdedigen, lijkt nu besmet. Bovendien heeft de truc met de geuzennaam duidelijk niet geholpen. De ondervraagde Vlaming moet nog altijd niet veel weten van de Turteltaks. Zo zegt de helft van de ondervraagde Vlamingen dat het extra-loon door de taxshift niet opweegt tegen de gestegen kosten. De Turteltaks is wellicht de meest bekende van die gestegen kosten.

Nauwelijks één op de vier Vlamingen (25%) vindt dan ook dat Annemie Turtelboom als minister van Energie een goed beleid voert. Want er werd ook aan de ondervraagde Vlamingen gevraagd om het beleid van de verschillende regeringsleden te beoordelen. Die rangschikking wordt aangevoerd door Maggie De Block met 72%. Er is dus wel degelijk een significant verschil onder de ministers.

De alarmbellen voor de Vlaamse regering

Ook voor de Vlaamse regering luiden er enkele alarmbellen. In de top tien van de meest populaire politici staan van de Vlaamse ministers alleen nog Hilde Crevits (5e plaats ) en Geert Bourgeois (10e plaats); maar beiden verliezen aanhang (respectievelijk -3% en -6%). De neergang van de andere Vlaamse ministers Turtelboom (van de 10e naar de 24e plaats en -12%), Joke Schauvliege (van de 12e plaats naar de 21e, met -7%), en Liesbeth Homans (van de 18e naar de 23e plaats, met een verlies van 5% aanhang) is bovendien opvallend.

Ook bij de beoordeling van het beleid vallen de bar slechte scores op van Annemie Turtelboom (25%) en Joke Schauvliege (36%).

De klap op de vuurpijl is dat in de peilingen van de VRT en De Standaard (sinds 2002) nog nooit een Vlaams minister-president zo onpopulair is geweest. De voorgangers van Bourgeois, Yves Leterme en Kris Peeters, kregen op sommige momenten het vertrouwen van bijna drie kwart van de Vlaamse bevolking. Geert Bourgeois komt nauwelijks boven de 50% uit.

De Vlaamse regering heeft duidelijk een probleem.

Adding insult to injury?

Er is tegelijkertijd nog nooit een Belgische premier geweest die zoveel vertrouwen heeft gekregen van de Vlaming. 71% van de ondervraagde Vlamingen zegt vertrouwen te hebben in Charles Michel, die daarmee de populairste premier ooit wordt in de peiling. Een resultaat dat nog wordt bevestigd door het feit dat Michel oprukt naar de derde plaats in de poppoll van de meest populaire politici.

De ironie wil dat Charles Michel verkozen moet worden in de kieskring Waals-Brabant, en dat hij, tenzij bij een paar Vlamingen die zich over de taalgrens zijn gaan vestigen, die populariteit nergens kan verzilveren.

Conclusie

Bij Open VLD is de ravage door de Turteltaks voor de minister zelf wellicht nog groter dan ingeschat. Vooral het feit dat maar één kwart van de ondervraagde Vlamingen vindt dat de Vlaamse viceminister-president goed werk levert, moet hard aankomen. Aan de vooravond van een verkiezingscongres kan ook voorzitter Gwendolyn Rutten opnieuw onder vuur kunnen komen te liggen, zeker omdat ze minister Turtelboom altijd voluit heeft gesteund.

Bij de N-VA is er ook structurele schade. De partij heeft de voorbije periode haar eerste paar klappen gekregen (het verwijt vrouwonvriendelijk te zijn, en zelfs onbekwaam), en had een succesje goed kunnen gebruiken. Het slechte resultaat is des te erger omdat er geen grote stroom in de richting van Vlaams Belang op gang is gekomen, nee, de partij verliest terrein in verschillende richtingen, en dat is wellicht onverwacht. Vooral omdat het regeringsbeleid van enkele federale N-VA-regeringsleden duidelijk wordt geapprecieerd.

Maar vooral de Vlaamse regering moet na deze peiling maar eens in eigen boezem kijken. Het is makkelijk om leedvermaak te tonen voor wat zieltogende ministers, maar het is duidelijk dat de hele regering eronder lijdt. Alleen door de ministers er weer bovenop te helpen, kan de hele ploeg weer voort. De Vlaamse regering zal in haar geheel moeten opstaan of ten onder gaan.