Straatprotest in Brazilië tegen benoeming Lula tot stafchef

In verschillende Braziliaanse steden is straatprotest uitgebroken nadat was bekendgeraakt dat president Dilma Rousseff haar voorganger Luiz Inacio "Lula" da Silva heeft benoemd tot haar stafchef. Lula is in verdenking gesteld wegens corruptie, maar door zijn benoeming wordt het voor het gerecht moeilijker om hem te vervolgen.

De benoeming van Lula wordt beschouwd als een manoeuvre van Rousseff om Lula uit de klauwen van het gerecht te houden, hoewel de president dat ontkent. "De benoeming van Lula maakt mijn regering sterker, en er zijn mensen die dat liever niet zien", zegt ze. Hoe dan ook kan Lula door zijn benoeming enkel door het Hooggerechtshof worden berecht.

Brazilië zit in een diepe economische en politieke crisis. Enerzijds is de economie in een recessie terechtgekomen, maar de politiek lijkt niet in staat om het land uit het economische moeras te trekken. Dat heeft veel te maken met het Petrobras-schandaal, dat de regering en bij uitbreiding de politieke elite meer en meer lijkt te verlammen.

Zo zou Lula als president smeergeld van de staatsoliemaatschappij hebben aangenomen, maar er zou ook geld naar zijn sociaal-democratische Partido dos Trabalhadores (PT) zijn gevloeid. Lula is nog altijd voorzitter van de PT. De oud-president ontkent alle schuld en zegt dat het gaat om een politiek manoeuvre om hem te beletten in 2018 mee te doen aan de presidentsverkiezingen.

Schandaal als politiek wapen

Ook president Rousseff zelf, in een ver verleden als minister verantwoordelijk voor Petrobras, is de laatste maanden in opspraak geraakt in verband met het schandaal rond de oliemaatschappij. Tegen haar loopt een afzettingsprocedure. Die is er gekomen op initiatief van voormalig Lagerhuisvoorzitter Eduardo Cunha, die intussen zelf ook is moeten opstappen omdat hij zelf betrokken is in de affaire.

Het geeft hoe dan ook geen fraai beeld van de Braziliaanse politiek. De oppositie gebruikt een corruptieschandaal om de macht van de meerderheid te breken, maar blijkt zelf niet onbesproken.

Lula da Silva werd in 2002 een eerste keer tot president verkozen. Het was de eerste keer dat links aan de macht kwam in het grootste land van Zuid-Amerika, zeer tot ongenoegen van de elite in het land. Onder zijn presidentschap en tijdens de eerste jaren van dat van zijn opvolgster Rousseff kende Brazilië een steile economische opgang en een belangrijke sociale vooruitgang.

De laatste jaren is het land terechtgekomen in een recessie, waardoor ook het ongenoegen over het jarenlange PT-bestuur is toegenomen. Daarbij komen nog een corruptieschandaal en ongenoegen over al te grote uitgaven voor het WK voetbal in 2014 en voor de Olympische Spelen van dit jaar in Rio de Janeiro. Intussen blijft een groot deel van de bevolking straatarm.