Van vreedzaam protest naar helse gruwel - Jens Franssen

Het conflict in Syrië gaat het vijfde jaar in. VRT-journalist Jens Franssen zoekt naar de oorzaken en mogelijke oplossingen. Vandaag deel 1: Hoe is het zover kunnen komen?
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Jens Franssen gaat terug in de tijd, op zoek naar de mogelijke oorzaken van het conflict in Syrië vijf jaar geleden. Hij trok elk jaar naar Syrië voor verslaggeving voor VRT Nieuws en heeft dus veel gezien en gehoord.

De oorlog in Syrië duurt nu al bijna vijf jaar. Het is een van de grootste en bloedigste conflicten van de voorbije decennia. Bijna 8 miljoen Syriërs zijn vluchteling in eigen land, meer dan 3 miljoen anderen trokken naar de buurlanden, en naar schatting 150.000 nog later verder naar Europa. Het aantal dodelijke slachtoffers loopt op tot meer dan 250.000.

Wat begon als een vreedzame opstand voor meer politieke vrijheid, sociale rechtvaardigheid, meer kansen, mondde uit in een uiterst complex conflict waarbij verschillende landen, partijen en factoren op elkaar in werken.

Is dit een sociaal conflict? Een religieus conflict? Een etnische burgeroorlog? Een beschavingsoorlog? Een steekspel tussen regionale grootmachten? Of de terugkeer van de Koude Oorlog in het Midden-Oosten? Het is het allemaal. En net dat maakt de oorlog in Syrië zo moeilijk om te begrijpen. En zo moeilijk te voorspellen.
Hoe is het begonnen?

De start

Nadat in 2010 in verschillende landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten opstanden tegen dictatoriale regimes zijn uitgebroken, komt ook een deel van de Syrische bevolking in opstand. De eerste zes maanden is die opstand tegen het regime vreedzaam. Er wordt betoogd voor vrijheid, voor politieke en sociale hervormingen.

Het regime van president Assad reageert met extreme repressie: het leger arresteert en beschiet de demonstranten en duizenden activisten worden aangehouden. Sommigen worden gemarteld, anderen verdwijnen. De oppositie grijpt ten slotte naar wapens, eerst uit zelfverdediging, maar algauw glijdt Syrië af in een burgeroorlog. Het regime start ook met bombardementen op opstandige steden zoals Homs.

Escalatie

De oppositie is helemaal verdeeld en slecht georganiseerd. Het burgeractivisme raakt overschaduwd door gewapende groeperingen. Eerst zijn het de rebellen van het Vrije Syrische Leger, een groep van deserteurs die het opneemt tegen het Syrische leger. Ook de Koerden nemen de wapens op.

Maar vanaf 2012 komen jihadistische groepen ten tonele zoals Jabhat an-Nusra (Al Qaeda) en de Islamitische Staat, die zijn oorsprong heeft in Irak. Zij slagen erin om veel van de gematigde rebellen naar zich toe te trekken, omdat ze gesofistikeerde wapens hebben en ervaring op het slagveld.

In 2013 zet het regime chemische wapens in tegen zijn burgers. Later, in de zomer van 2014, richt terreurgroep IS een zelfverklaard kalifaat uit in het oosten van het land. IS zal later ook een groot deel van Irak veroveren.

Nu

Op dit moment beheersen vier grote fracties het land: het Syrische regime, de meer gematigde rebellen, de Koerden en terreurgroep IS. Sinds 2014 voert een coalitie van westerse landen bombardementen uit op IS in Irak en Syrië. Vanaf oktober 2015 start ook Rusland met een militaire interventie om het regime van Assad te redden. Officieel voert Rusland bombardementen uit op IS, maar het valt vooral stellingen van gematigde rebellen in het westen van Syrië aan, zodat die het regime niet langer aanvallen en op termijn enkel nog met IS moet worden afgerekend.

Het conflict in Syrië kan vandaag niet meer los gezien worden van de aanslepende problemen in buurland Irak. Elke mogelijke oplossing voor het conflict in Syrië zal ook een belangrijk hoofdstuk ‘Irak’ moeten hebben. In die zin wordt steeds vaker gesproken over het probleem ‘Syriak’.

Een economisch conflict?

In 1971 greep de alawitische legerofficier Hafez al-Assad de macht in Syrië met een staatsgreep en na zijn dood in 2000 volgde zijn zoon Bashar al-Assad hem op. Al van in de jaren 1970 installeert Hafez al-Assad een hard en repressief regime, gedomineerd door alawieten, een minderheidsgroep.

Aan de oppervlakte werkt de Syrische staat. Er worden geregeld verkiezingen gehouden, al worden die door onafhankelijke waarnemers als oneerlijk bestempeld omdat enkel de Ba’ath-partij echt in de running is.

De jaren voor de revolutie kan Syrië indrukwekkende economische groeicijfers voorleggen, door de omschakeling van een staatsgeleide naar een meer geprivatiseerde economie. Gemiddeld groeit de economie met 4 of 5%. Toch sijpelt maar erg weinig van die economische groei door naar de bevolking.

De ene Syriër is de andere niet

Syrië had voor 2011 zo’n 22 miljoen inwoners. De alawieten, eigenlijk een soort afscheuring van de sjiieten, zijn moslims en maken zo’n 10% uit van de bevolking. Het is de natuurlijke achterban van het regime van president Assad.

Zij leveren voor het grootste deel de elite van Syrië, ook al leven velen onder hen in armoede. Politieke, economische en militaire sleutelposities zijn in handen van alawieten. Om politiek te overleven heeft het regime-Assad al sinds decennia de steun van verschillende andere minderheden in het land zoals bv. de christenen (ook 10%) en de druzen.

De grootste groep Syriërs zijn soennitische moslims. Ze wonen verspreid in het land, maar vooral in het armere noorden en oosten. De revolutie in Syrië werd vooral door soennieten gedragen, omdat zij politiek en sociaal het meest achtergesteld zijn en zich uitgesloten voelden uit het politieke bestel.

De christenen maken zo’n 10% van de bevolking uit. Ze leven hoofdzakelijk in het westen van het land, maar in haast elke stad zal je wel een christelijke wijk vinden. Koerden, goed voor 10% van de bevolking, zijn soennitische moslims maar spreken een eigen taal en je vindt ze grosso modo in het noorden en het oosten van het land. Ze riepen hun eigen semionafhankelijkheid uit. De Koerden nemen tegen iedereen de wapens op die hun gebied bedreigt, zoals terreurgroep IS.

Een religieus conflict?

Grootste regionale antagonisten in de oorlog in Syrië zijn het sjiitische Iran en het soennitische Saudi-Arabië. Iran, het vroegere Perzië, is de bakermat van de minderheidstak binnen de islam, het sjiisme.

Het sjiitische Iran steunt tot elke prijs financieel, logistiek en militair het verwante regime van Assad. Ook de sjiitische Hezbollah-milities uit buurland Libanon en milities uit het sjiitische zuiden van Irak steunen Assad met manschappen en materieel.

Aan de andere kant heb je het uiterst conservatieve Saudi-Arabië en Golfstaten zoals Koeweit, Qatar en de Verenigde Emiraten, die sluiks de soennitische rebellen steunden en bewapenen, zeker in het begin van het conflict.

Strategisch voor Turkije is de Koerdische kwestie: het land heeft miljoenen Koerden binnen zijn grenzen en vecht zelf een gewapend conflict uit met de Koerdische PKK. Turkije, dat een meer dan 1000 kilometer lange grens heeft met Syrië, heeft zich vanaf het begin van het conflict uitgesproken tegen het regime-Assad.

Sinds deze zomer heeft Turkije zich dan toch, schoorvoetend, in de strijd gegooid tegen terreurgroep IS. Tegelijk pakt het ook de gewapende PKK in Oost-Turkije hard aan.

De Koude Oorlog is terug

Het Westen besloot na jaren van twijfelen toch te interveniëren in Syrië (en Irak) wanneer in Irak een genocide door terreurgroep IS op de minderheidsgroep van de jezidi's dreigde en in Syrië om de toenemende dreiging van terreurgroep IS in te dammen. Later sloten verschillende Europese landen en spelers uit de regio zich aan bij de ‘Internationale coalitie’.

Wanneer het regime van Assad ondanks logistieke militaire steun toch terrein aan het verliezen is, besluit Moskou (in afspraak met Iran) in het najaar van 2015 om militair te interveniëren door gevechtsvliegtuigen en soldaten naar Syrië te sturen. Damascus en Moskou hebben al decennialang zeer nauwe politieke en militaire banden.

Sinds het begin van de oorlog houdt Rusland bijna elke resolutie in de Veiligheidsraad tegen die het regime-Assad in gevaar zou brengen. Rusland laat voelen dat het weer een internationale grootmacht wil zijn waarmee rekening gehouden moet worden.